Croisets reizende theatermuseum

Toneel Moeder Courage van Bertolt Brecht, door Joop van den Ende Theaterproducties. Gezien 18 febr Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 11 juni. Info 0900-3005000 of www.toneel.nl

Nu het Theatermuseum voor onbepaalde tijd in kartonnen dozen verdwijnt, heeft Hans Croiset zijn eigen reizend museumpje opgericht. De huidige expositie heet Moeder Courage, een toneelstuk van Bertolt Brecht uit 1939, met in de hoofdrol Anne-Wil Blankers.

Joop van den Ende Theaterproducties, dat doorgaans miljoenenmusicals maakt, wil sinds dit seizoen graag klassiek toneelrepertoire voor een breed publiek brengen. Daarvoor werd de serie ToneelMeesters in het leven geroepen, geleid door regisseur Hans Croiset. De eerste voorstelling was 3 Zusters van Tsjechov, gespeeld door louter net afgestudeerden. Moeder Courage, over een reizende oorlogsprofiteur die haar kinderen aan de oorlog verliest, is de eerste echte grote. Het zou wel eens meteen de laatste van de serie kunnen zijn; want of het grote publiek hierop zit te wachten is zeer de vraag.

Croiset tracht te reconstrueren hoe het toneelstuk volgens Brecht opgevoerd zou moeten worden. Alleen exact dateren, zoals hoort in een museum, is een probleem. Het cirkelvormige decor wordt omkaderd door hoge, verschuifbare ijzeren wanden met daarop in schoolbordkrijt de data en namen van oorlogen en veldslagen. De spelers dragen legerkleding van rond de Tweede Wereldoorlog. De grauwe lompen tegen de monumentale grijze wanden doen aan de jaren tachtig denken. Wanneer dan ook, in ieder geval niet nu.

Doods en stoffig is deze presentatie. In zijn poging tot trouw aan Brecht, is Croiset juist op allerlei manier ontrouw aan de grote roerganger. De liedjes, de handeling, en het commentaar daarop door de verteller, het wordt allemaal netjes gescheiden. Brecht wilde de toeschouwers immers de hele tijd uit het stuk halen, om ze te laten nadenken, in dit geval over oorlog en economische belangen. De acteurs hebben duidelijk de opdracht gekregen om afstand tot hun rol te houden.

Maar in plaats van de losse levendigheid die deze twee Brechtiaanse ingrepen kunnen veroorzaken, leiden ze op deze manier juist tot stijfheid. Te lachen valt er niet, alles zucht onder een grote pretentieuze ernst. Contact met het publiek wordt niet gemaakt.

Blijft over de sterke hoofdrol van Anne-Wil Blankers. Ook zij mag bijna niets laten zien van Croiset. Maar doordat ze een groot actrice is, weet zij zichzelf bij vlagen los te spelen. De met alle macht onderdrukte emoties passen ook goed bij haar rol. Maar ja, ze staat wel praktisch alleen. Zoals zij zegt in haar slotzin: „Hopelijk kan ik de kar alleen trekken. Het zal wel gaan, er zit niet veel in.”