Cabaret Festival eert Vlaams talent

Het cabaretduo Ter Bescherming van de Jeugd won de dertigste editie van het Leids Cabaret Festival.

De Vlaamse cabaretier Iwein Segers kreeg de publieksprijs.

„Goed hè”, zegt Iwein Segers met Vlaamse tongval, over het grapje dat hij zojuist heeft gemaakt. Hij zong op zalvende toon het zoete lied De wereld is een toverbal en maakte van het refrein ‘Kom maar in de kring... spier”. Normaal te flauw om hier te vermelden, maar Segers maakt er een heel nummer van. „Dat is wat ik doe, dames en heren: comedy. Dan neem ik dus een bestáánd liedje en dan geef ik het een komische twist aan het eind. Kom, nu dan efkes een stukje visuele humor.”

Iwein Segers (27) is een curieus transcendentale komiek, die voortdurend zijn eigen handelen toelicht en – goedkeurend – becommentarieert. Zijn zelfingenomen air contrasteert sterk met zijn naïeve, stuntelende voorkomen. Hij gebruikt de gemakkelijke lach, maar bespot die tegelijkertijd ook. Zo krijgen flauwe grappen opeens een sterke wending, en lollige liedjes een wrange nasmaak. Het geeft zijn ogenschijnlijk platte optreden een aangename gelaagdheid. Zaterdag won Iwein Segers de publieksprijs van de dertigste editie van Leids Cabaret Festival. Hij was het publieke alternatief nadat de jury Kees van Amstel in de halve finale liet afvallen – een besluit waarover op de site van het festival discussie is ontstaan.

De juryprijs ging naar twee andere Vlamingen: Dries Heyneman (28) en Tim Goditiabois (30), die samen het duo Ter Bescherming van de Jeugd vormen. Ook zij lichten uitputtend hun eigen handelen toe. Tim: „Ik verzorg vooral het verbale, de ideeën en concepten. Dries ondersteunt wat met de mimiek.” Het is een originele verdeling die tot tegelijk heel talig en fysiek, expressief theater leidt. Als Tim bijvoorbeeld praat over de Tweede Wereldoorlog wordt Dries in een hilarische mime-act op alle mogelijke manieren overhoop geschoten.

Iwein Segers zet zijn publiek wellicht impliciet aan tot denken, de enige finalist met een uitgesproken thema, of eigenlijk twee, was zangeres-cabaretière Veronique Sodano (30). Kort haalt ze uit naar de populariteit van het boek Manliness van Harvey C. Mansfield, en de daaruit volgende behoefte tot ‘remancipatie’ bij veel mannen. Langer staat ze stil bij haar Italiaanse afkomst en hoe zulks een mens gastronomisch beïnvloedt, hetgeen uitmondt in een goed gezongen, opzwepende versie van Friso Wiegersma’s Lijflied, een loflied op het Rubensfiguur (en kritiek op de ‘caloriecultuur’ en ‘dieetdictatuur’).

Tijdens het beraad van de jury werd op deze dertigste editie ruimte gegeven aan gelegenheidscollectief C3, bestaande uit Kees Torn, Mike Boddé en Onno Innemee. Zij brachten een hilarische, veelbelovende eerste try-out van een gezamenlijk programma, waarin stereotypen en vaste rolpatronen voortdurend op hun kop worden gezet. Zo zijn Innemee en Boddé twee vuilbekkende Haagse ADO-supporters die een ‘fisolofische discussie’ voeren, compleet met professor-in-de-filosofie-idioom, en maken Torn en Boddé ruzie met complimenten en vleierij.

Briljant is de door Torn geschreven Nederlands-Engelse dialoog, tussen een hotel-eigenaar en gast, met terzijdes van de tolk. Torn: „Als ik dan mijn vork in mijn biefstuk ... (tolk: ‘steak’) steek..” Die truc wordt heel knap, consequent uitgewerkt tot de hotel-eigenaar de tolk vraagt: „Wat doet u eigenlijk, daar u zo weinig praat? (tolk: ‘talk’ Torn: ‘tolk’)”. Torn won het festival in 1994 – hopelijk zien de finalisten van dit jaar eenzelfde ontwikkeling tegemoet.