‘As you like it’ van Rijnders wel sarcastisch, niet gelukt

Theater As You Like It van William Shakespeare door het Nationale Toneel. Gezien 17 febr Koninklijke Schouwburg Den Haag. Tournee t/m 3 mei. 070-3181482 of www.nationaletoneel.nl

Shakespeares gaafste komedie wordt As You Like It (1599) genoemd, in ieder geval zijn blijmoedigste. Er gebeuren geen verschrikkelijke dingen, iedereen is lief, of wordt lief, en over de liefde wordt niets eens zo heel cynisch gedaan. Hovelingen vluchten het bos in en treffen daar een Arcadia aan. Er is liefde in alle smaken, en iedereen krijgt wat hij wil.

Gerardjan Rijnders regisseert de komedie bij het Nationale Toneel, met een overwegend jonge cast. Zijn bos bestaat uit rondslingerende autobanden, scharrelende en opgezette kippen en drie grote, psychedelische kegels, bij wijze van bomen. In warmkleurige ochtendjassen loopt de stadse import de hele dag als een stel bekeerlingen te glimlachen en met een jojo te spelen. De plattelanders dragen schapenvachten, de verliefden zien eruit als punkcircusartiesten.

Het leukste aan de komedie is de rol van Rosalind. Rosalind is Shakespeares best geslaagde vrouwenrol. Ze is in ieder geval zijn welbespraakste. Niet aleen krijgt ze van hem veel meer regels dan zijn andere vrouwenrollen; ze is ook de scherpste, geestigste, wijste en veelzijdigste. Om zich te handhaven in het bos, verkleedt zij zich als man.

Rosalind wil haar geliefde testen alvorens zij haar identiteit zal onthullen, dus geeft ze hem liefdeslessen, en speelt ze voor hem, als man, dat ze Rosalind is. Vrouw speelt dat ze een man is die speelt dat hij een vrouw is. Het geeft actrices de mogelijkheid om virtuoos rol op rol op rol te leggen.

Anniek Pheifer, die Rosalind speelt, doet dat niet echt. Ze speelt de drie rollen van Rosalind ongeveer hetzelfde. Wel stromen de sarcastische dialogen vol spitsvondigheden er lekker snel en stevig uit, daarmee is ze is zeker de komische heldin van de avond.

Blij dat Pheifer er is, want verder valt er weinig te lachen om Rijnders’ bewerking. Hij heeft de komedie flink gestroomlijnd, en het ritme van de voorstelling steekt erg goed in elkaar. Maar de tekst is platgeslagen, en krijgt ook niet echt vlees van de spelers. De toch al gecoupeerde tekst gaat in de drukte goeddeels verloren. Het bewust kunstmatige van de enscenering – luid en recht op de zaal spelen, de groteske aankleding, rare danspasjes – creëert afstand. Het ratelt voorbij, het ziet er mooi uit, het is wel onderhoudend, maar niet echt geestig, en geen moment maakt Rijnders je duidelijk waarom je dit gezien moet hebben. Bij het Nationale Toneel, hoeder van het nette toneel, gebeurt dat wel vaker. Van de voormalige avant-gardist Rijnders verwacht je wat anders.