Ajax vulde de gaten met beursgang en middelmaat

Ajax was een club die zelf jonge spelers opleidde.

Maar toen die beste talenten in korte tijd verdwenen, werd de club een handelshuis in voetballers.

Victor Sikora wordt in 2002 voor 4,5 miljoen euro gekocht van Vitesse. Speelt nu voor NAC. Ajax , 19-07-2004 , viktor sikora Gontha, Stanley

Toen Patrick Kluivert op 24 mei 1995 in de 85ste minuut van de Champions-Leaguefinale het winnende doelpunt maakte tegen AC Milan, kon niemand bij Ajax bevroeden dat het verval van de club op dat moment inzette. Ajax won dat jaar ook nog de wereldbeker, maar door tal van oorzaken, intern en extern, zou Ajax dat Europees niveau nooit meer halen.

Een van die externe oorzaken was het zogenoemde Bosman-arrest. Ajax-penningmeester Arie van Os trok wit weg toen hij aan het einde van dat jaar thuis werd gebeld door algemeen directeur Maarten Oldenhof, met de mededeling dat het Europese Hof van Justitie recht had gesproken in de zaak van de Belgische profvoetballer Jean-Marc Bosman. Voetbalclubs mochten volgens het arrest geen geld meer vragen voor spelers wier contracten afliepen, tot dat moment de normale praktijk. Vooral clubs die het moesten hebben van zelf opgeleide spelers, zoals Ajax bij uitstek was, kwamen zwaar in de problemen. Verschillende grote talenten, onder wie Kluivert, Edgar Davids en Michael Reiziger, liepen kort na de gewonnen Champions League voor niets (of minimale vergoeding) weg bij Ajax.

Maarten Oldenhof becijferde de inkomstenderving als gevolg van ‘Bosman’ destijds op 45 miljoen euro. Ajax-talenten weken uit naar Italië, Spanje en Engeland, waar nauwelijks meer beperkingen golden voor het opstellen van buitenlanders. „De doodsteek voor ons voetbal”, zegt Arie van Os nu.

De meest gehoorde analyse is dat Ajax nooit het juiste antwoord vond op het Bosman-arrest. De beste spelers vertrokken steeds jonger, waardoor Ajax zich gedwongen voelde spelers van buitenaf te halen – nooit het sterkste punt van de club. De meest succesvolle spelers kwamen uit de eigen jeugd. Zo ontstond een vicieuze cirkel: een dalend niveau, uitblijvende successen, trainerswisselingen en steeds weer nieuwe spelers.

Ajax probeerde de gevolgen van het Bosman-arrest op te vangen door eigen voetbalscholen in het buitenland op te richten. Daar was geld voor nodig en daar kon Ajax over beschikken omdat de voetbalclub een gedeelte van de aandelen had verkocht op de Amsterdamse beurs. Dat leverde 56 miljoen euro op. „We waren euforisch na het winnen van de Champions League”, zegt Arie van Os. „We zochten naar wegen om het succes vast te houden.” Hoewel de beursgang veel geld opleverde, wekte de verzakelijking weerzin onder supporters op. De club presenteerde zich opeens als AFC Ajax NV, sprak met aandeelhouders en richtte een afdeling ‘klantenservice’ op. In 2001 werd die afdeling omgedoopt tot ‘supporterszaken’, omdat supporters geen klanten wilden zijn van Ajax.

Ajax stak veel geld en energie in het opzetten van eigen opleidingsinstituten in Ghana, Zuid-Afrika en België. Afgezien van een aantal Belgische spelers en enkele Zuid-Afrikanen leverde het weinig op. De opleiding in Ghana werd gesloten, de samenwerking met GBA Antwerpen in België gestaakt.

Frank Kales, oud-algemeen directeur, betreurt achteraf dat de buitenlandse deelnemingen zoveel aandacht kregen. „Het interesseert de fans niets hoe het gaat bij de filialen in Afrika en België”, zegt Kales. Ook oud-speler Keje Molenaar ziet de buitenlandse ‘gekheid’ met lede ogen aan. „Nu is Ajax met China bezig. Zorg dat je eerst je product op orde hebt voordat je het gaat exporteren.”

Terwijl de prestaties onder trainers als Morten Olsen, Jan Wouters en Co Adriaanse steeds slechter werden, paste de Ajax NV zijn ambities niet aan. Ajax moest structureel bij de Europese top behoren.

De discrepantie tussen de ambitie en de prestaties op het veld leidde tot negen verschillende trainers in de afgelopen tien jaar. Louis van Gaal was in 1997 de laatste trainer van Ajax die zijn contract uitdiende. Hij was de meest succesvolle coach die Ajax heeft gehad sinds de jaren tachtig.

Maar de vraag is of die ambities in de huidige tijd nog te realiseren zijn, zeggen Ajax-volgers. „Die verwachtingen horen bij de Ajax-cultuur”, zei oud-trainer Leo Beenhakker zaterdag in NRC Handelsblad. „Op zichzelf is dat niet negatief. Maar de clubs in Spanje, Italië en Engeland hebben geen financiële beperkingen meer. Ajax levert elk jaar zijn beste spelers in bij dat soort clubs. Het gat wordt steeds groter. Het winnen van de Champions League is voor Nederlandse clubs onmogelijk geworden.”

Op spelers en trainers werkt die zelf opgelegde druk vaak beklemmend; zoals de officieel vastgelegde doelstelling dat Ajax bij de beste zestien clubs van Europa moet horen en eens per twee jaar landskampioen dient te worden. Ajax wil er alleen maar mee zeggen dat de club altijd wil meestrijden om het kampioenschap, is de mening van voorzitter John Jaakke. „Dat is de ambitie die wij willen uitdragen. Het is niet in marmer gegrift.”

De praktijk wijst uit dat de prestaties steeds meer uit de pas gingen lopen bij de ambities. De laatste drie seizoenen moest Ajax de landstitel gunnen aan PSV, dit seizoen lijkt dat niet anders te worden. Op Europees niveau is de waarheid nog harder. Ajax is twee jaar op rij uitgeschakeld in de voorronde van de Champions League. Dit seizoen overleefde de Amsterdamse club zelfs de eerste ronde van het UEFA-Cuptoernooi niet, naar klassieke Ajax-maatstaven al een ‘troostprijs’.

Dat bleek eind vorig jaar de limit voor de ledenraad en het bestuur van Ajax, die daarop het erelid Uri Coronel vroegen uit te zoeken wat er loos is met Ajax. Gisteren sprak Coronel zich uit in zijn rapport Ajax, de weg naar winst’. Ajax, stelt Coronel, is nog altijd een „buitengewoon krachtige club”, met een „fantastische jeugdopleiding”, maar er moet veel veranderen. Bijvoorbeeld met de ambities, die een realistisch beeld moeten schetsen van de mogelijkheden. Die staan volgens Coronel niet juist omschreven in het strategisch beleidsplan van Ajax, waarin de club zichzelf ten doel stelt eens in de twee jaar landskampioen te worden en bij de beste zestien club van Europa te horen. „De doelstellingen uit het strategisch beleidsplan zijn te ambitieus en niet realistisch”, vindt Coronel.

De commissie oordeelt daarmee al hard over de directie, met name algemeen directeur Maarten Fontein en technisch directeur Martin van Geel. Fontein, afkomstig van Unilever (Unox, Omo, Dove) is te veel een zakelijk leider, die „onvoldoende” motiverend leiderschap toont en niet opereert als „samenbindende kracht”. Coronel geeft daar overigens geen voorbeelden van.

Opmerkelijk is wel dat Fontein door de commissie uitvoerig wordt gecomplimenteerd voor de „belangrijke successen” die hij boekte op commercieel gebied. Als voorbeeld noemt Coronel het binnenhalen van de nieuwe hoofdsponsor Aegon – 85,5 miljoen euro in zeven jaar – en het behouden van de huidige sponsor, ABN Amro: „een uitstekende zaak”, schrijft de commissie.

Op technisch gebied, nu de verantwoordelijkheid van Martin van Geel, heeft de commissie veel kritiek. Zo kocht Ajax de afgelopen vijf jaar steeds vaker spelers „voor de breedte” of „omdat er geen of een geringe transfersom” voor die spelers hoefde te worden betaald. „Dit in plaats van spelers die Ajax aantoonbaar op een hoger plan konden brengen.” Daarbij ging het financiële voordeel van de lage transferkosten vaak teniet door hoge salariskosten en tekengeld en „een geringe sportieve bijdrage”.

Zaterdag noemden twee oud-directeuren van Ajax, Frank Kales en Maarten Oldenhof, het spelersbeleid van de club de afgelopen jaren „dramatisch”. Oldenhof: „Hoe meer geld er is, hoe onverstandiger – althans bij Ajax – het wordt besteed.” Kales vindt dat Ajax „miljoenen weggegooid door opportunistische kortetermijnaankopen”.

Het beginpunt van het onderzoek van Coronel was de beursgang van 1998. Daarover concludeert de commissie dat het die beursnotering, „behalve een eenmalige kapitaalinjectie, geen financiële meerwaarde heeft gebracht”. Coronel adviseert daarom te onderzoeken op welke wijze Ajax de beursnotering kan beëindigen. Zo kan Ajax een nieuwe balans vinden „tussen het zijn van een professionele organisatie en een voetbalvereniging”.