‘Ajax mist motiverend leider en collegiaal bestuur’

Ajax is beter af als de club van de beurs verdwijnt. Dat oordeelt de Ajax-commissie onder leiding van erelid Uri Coronel, die onderzoek deed naar het sportieve verval van de club.

Gisteren maakte Coronel in de Arena de bevindingen van de commissie bekend. De commissie oordeelt dat Ajax sinds de beursgang van tien jaar geleden geen antwoord heeft gevonden op „de spagaat” die er is tussen de voetbalvereniging Ajax en de beursgenoteerde onderneming AFC Ajax NV. Door de vele wisselingen „op de diverse bestuurlijke niveaus” is volgens Coronel sprake van een „hoge mate van grilligheid in de besluitvormingsprocessen”.

De commissie is het meest kritisch over algemeen directeur Maarten Fontein en technisch directeur Martin van Geel. Fontein, gisteren opvallend afwezig bij de presentatie, heeft „belangrijke successen behaald” op commercieel gebied – zoals een lucratief sponsorcontract met Aegon – maar wordt onder meer onvoldoende „motiverend leiderschap” verweten. Ook is er geen sprake van collegiaal bestuur. Voorbeelden noemt de commissie niet.

Na de interne verspreiding van het rapport bij Ajax, vorige week, lijkt een machtsstrijd te zijn ontstaan tussen Fontein en de raad van commissarissen onder leiding van voorzitter John Jaakke. Fontein besprak zaterdag de bevindingen van Coronel met de raad van commissarissen en werd gevraagd of hij nog voldoende mogelijkheden ziet om aan te blijven. Fontein beraadt zich daar nog over, zei zijn advocaat Harro Knijff vanmorgen.

De commissie heeft veel kritiek op het technisch beleid van Ajax. Het grote aantal wisselingen van trainers en technisch directeuren leidde tot een gebrek aan continuïteit en een beleid dat te veel gericht was op de korte termijn. „Mede als gevolg hiervan zijn de resultaten sterk achtergebleven”, aldus Coronel. Elke trainer maakte zijn eigen beleid en nam „zijn eigen spelers en zakelijke contacten mee”.

Verder koos Ajax te gemakkelijk voor oud-spelers als nieuwe hoofdtrainer. „Een Ajax-achtergrond was in principe voldoende”, waarbij niet werd gekeken naar „technische, didactische en/of managementkwaliteiten’’. Coronel noemt dit beleid „zeer opportunistisch”. Hij vindt ook dat Ajax maatregelen moet nemen om te voorkomen dat technisch directeuren en trainers met elkaar in conflict komen.

Ajax heeft de laatste jaren steeds meer spelers aangetrokken „voor de breedte” of omdat ze gratis of goedkoop waren, „in plaats van spelers die Ajax aantoonbaar op een hoger plan konden brengen”. Van twintig procent van de aangetrokken spelers werd nooit een ‘scoutingbeoordeling’ gemaakt.