Voor de juiste prijs was Stork altijd al te koop

Na een ruim twee jaar durend gevecht met hedgefondsen verdwijnt het 180 jaar oude industrieconcern Stork deze week van de beurs. Wat gebeurde er tussen Centaurus, Paulson, Stork en Marel? Deel één van een reconstructie.

„Maarten, wil je dan niet stinkend rijk worden?” Randy Freeman, directeur van het Londense hedgefonds Centaurus, buigt zich voorover naar Maarten Schönfeld, financieel directeur van Stork. De bovenste twee knoopjes van zijn overhemd staan open, om zijn hals is een gouden ketting zichtbaar. „Zo doen we dat niet”, antwoordt Schönfeld, als altijd in een donker pak en met das, rustig. „We zijn een nette onderneming.”

Het is 10 februari 2006, de locatie is het onopvallende hoofdkantoor van Stork in Naarden. Vier dagen eerder hebben Centaurus en Paulson een brief gestuurd, die Schönfeld later zal betitelen als „een pistool tegen het hoofd”. Zij maken daarin bekend samen ruim 20 procent van de aandelen te bezitten en eisen dat Stork zichzelf opbreekt en in onderdelen verkoopt. En als het daar niet toe bereid is, moet Stork van de beurs af. Zij zien niets in de negen dagen eerder aangekondigde strategie dat het industrieel concern de komende jaren uit drie pilaren blijft bestaan: productie van vliegtuigonderdelen en onderhoud aan vliegtuigen, fabricage van kippenslachtmachines en onderhoud aan olie- en gasinstallaties. Die leveren te weinig rendement op hun belegging op, vrezen ze.

„Wat is er mis met dit land?”, roept Freeman uit. „Willen jullie dan geen geld verdienen?” Schönfeld laat zich er niet door intimideren, hij kent de grappen van Freeman, die hij sinds 2004 als aandeelhouder regelmatig tegenkomt. Er valt altijd te praten, denkt Schönfeld dan nog. Dat er een probleem rijst met aandeelhouders dringt wel door. Maar dat ze een frontale aanval zullen inzetten op het management dat aandeelhouders in een tijdsbestek van drie jaar heeft getrakteerd op een koersstijging van 4 naar 40 euro, is dan nog moeilijk te bevatten. Activistische aandeelhouders bijten toch alleen door bij onder de maat presterende bedrijven? Stork is juist een succesverhaal sinds Sjoerd Vollebregt het bedrijf leidt. In 2005 heeft het bedrijf nota bene een recordwinst behaald.

De komst van Vollebregt

Op 1 september 2002 treedt Vollebregt aan als topman van Stork, dat het jaar daarvoor voor het eerst sinds 22 jaar rode cijfers heeft geschreven. Zijn voorganger Aad Veenman is met een vertrekpremie van 1,8 miljoen euro weggestuurd en wordt de baas van de NS. Beleggers zijn het vertrouwen in Stork volledig kwijt. De koers is gezakt tot 7 euro, beleggers missen een visie, het bedrijf hangt met zes divisies als los zand aan elkaar en divisiedirecteuren besturen hun onderdeel als koninkrijkjes.

Vollebregt is bij zijn aantreden bekender als oud-wereldkampioen zeilen dan als bedrijfsbestuurder. Hij heeft carrière gemaakt bij handels- en opslagbedrijf Van Ommeren en gaat begin jaren negentig met de aan een investeerder verkochte luchtvrachtvervoerstak Intexo mee. Vollebregt koopt zich in met een pakket aandelen en profiteert als het bedrijf wordt doorverkocht. Als hij door Stork wordt aangezocht, zit hij als vermogend man thuis in België.

Drie maanden na zijn aantreden kondigt hij de eerste negenhonderd ontslagen aan bij Stork. In korte tijd voegt hij divisies samen, verkoopt hij onderdelen en breekt hij de koninkrijkjes af. Vollebregt, die bepaald niet bekendstaat als een vakbondsvriend, wint de steun van de bij Stork machtige vakbonden, die de noodzaak van ingrijpen inzien. Met FNV Bondgenoten-bestuurder Henk Wijninga kan hij het goed vinden, ook omdat beiden zeilen. Vollebregt in een klassieke Regenboog, Wijninga in een zelf opgeknapt tjalkje.

Er komt een straffe financiële discipline. Elke maand moeten de divisiedirecteuren rapporteren. Bij wijze van grap geeft de directeur van de divisie Food Systems (kippenslachtmachines) Vollebregt een eend cadeau die de Vogeltjesdans danst, maar hard begint te piepen als je hem bij de keel grijpt. De eend staat nog altijd op Vollebregts kamer.

Op zoek naar buitenlandse beleggers gaat Stork naar Londen en de VS. Voor zowel financieel directeur Schönfeld, sinds 2001 bij Stork, als voor communicatiedirecteur Dick Kors, die Investor Relations erbij krijgt, een vrij nieuwe ervaring. Zo komen ze in maart 2004 bij het Londense hedgefonds Centaurus. Daar ontmoeten ze voor het eerst Randy Freeman, een Amerikaan die vier jaar eerder met de Fransman Bernhard Oppetit bij de Franse bank BNP Paribas is weggegaan om Centaurus op te richten. Ze beheren zo’n 3 miljard euro.

Als Centaurus later is verhuisd van een shabby kantoortje naar een luxueus pand aan Cavendish Square, om de hoek van Oxford Circus, brengt Vollebregt een bezoek aan het hedgefonds. Freeman leidt hem rond over de zestiende etage van het pand, dat uitzicht biedt op Westminster aan de ene kant en Hampstead Heath aan de andere. Freeman zegt: „We hebben dit kantoor kunnen kopen dankzij jouw uitstekende prestaties. En zie je die lege muren? Nu moet je nog wat onderdelen verkopen, want we hebben nog schilderijen nodig.” Maar Freeman zegt wel meer, zoals: „Sjoerd, gooi je presentatie maar terzijde. Zolang de koers van je aandeel blijft stijgen, gelooft iedereen je strategische bullshit.” Centaurus blijkt in september 2005 een belang van 5 procent in Stork te hebben.

De eerste ontmoeting met Mina Gerowin van Paulson is in december 2004, op een conferentie die ABN Amro organiseert in New York om Nederlandse bedrijven in contact te brengen met Amerikaanse beleggers. Paulson is een Amerikaans hedgefonds dat in 1994 is begonnen met een paar honderd miljoen dollar, maar inmiddels zo’n 28 miljard beheert. Gerowin is door haar oude studievriend John Paulson van Harvard gevraagd zijn hedgefonds te komen versterken. Ze is een veteraan op Wall Street, begin jaren tachtig was ze de eerste vrouw bij de Franse zakenbank Lazard Frères. Ze lijkt gecharmeerd van Schönfeld en Kors, ook omdat ze met de meertalige Nederlanders haar Frans kan oefenen.

Een paar maanden later is Vollebregt te gast bij John Paulson in het kantoor aan Madison Avenue, dat uitkijkt op de gordijnen die kunstenaar Christo dan in Central Park heeft opgehangen. Paulson herhaalt drie keer hetzelfde verhaal: „Sjoerd, je doet het goed, maar ik geloof niet in conglomeraten, je moet gewoon Stork opbreken.” Vollebregt zegt dat er verschillende wegen naar Rome leiden, maar dat hij niet aan waardevernietiging gaat doen. Zijn boodschap: heb geduld. In maart 2005 heeft Paulson 1 procent van de aandelen, in mei probeert Gerowin een belang van 5 procent te melden bij de Autoriteit Financiële Markten. Die stuurt de formulieren terug: Paulson belegt via verschillende fondsen en die belangen worden volgens de dan geldende wetgeving niet opgeteld.

Aan activistisch optreden denken Centaurus en Paulson dan nog niet. Vollebregt zien ze als een man die bewezen heeft dat hij goed kan herstructureren, fabrieken kan sluiten, mensen kan ontslaan, vriendjes kan blijven met de vakbond en aangeeft er geen moeite mee te hebben om divisies te verkopen. Kortom, geknipt om het conglomeraat op te breken. Een serieuze vent met weinig gevoel voor humor, dat wel. Stork is een veilige belegging, denken ze.

Kippenslacht

Dat gevoel slaat om als Stork op 17 oktober 2005 de overname bekendmaakt van de Amerikaanse fabrikant van vleesverwerkende machines Townsend. Vollebregt gaat juist die divisie versterken, waarvan de hedgefondsen dachten dat het de belangrijkste kandidaat voor verkoop was. Vollebregt is verliefd geworden op Food Systems, zo vrezen zij. De slachtmachines blijken tot hun ontzetting een kernactiviteit van Stork.

Dat voelen ze goed aan. Analisten en journalisten vragen hem altijd naar het ‘sexy’ Aerospace.

Vervolg Stork: pagina 24

Onderzoek naar beursexit was ‘toneelstukje’ van Stork

Maar Vollebregt vindt Food Systems financieel veel interessanter en minder risicovol dan de luchtvaartactiviteiten. Food Systems kan wereldmarktleider worden, Aerospace zal altijd een kleintje blijven.

Een week later maken de kwartaalcijfers van Stork de inmiddels hooggespannen verwachtingen van beleggers niet waar. De koers daalt 10 procent. Op een beleggersbijeenkomst klaagt Gerowin dat „het aandeel niet meer liquide is. We kunnen er niet meer uitstappen”. Als reactie gaat ze juist aandelen kopen. Freeman noemt het aandeel Stork „belachelijk goedkoop”.

Vollebregt realiseert zich dat Stork in de gevarenzone komt. Hij ziet dat er grote pakketten aandelen worden gekocht en weet dat hij met aandeelhouders te maken heeft die stennis gaan schoppen als ze ontevreden worden. Stork tekent een Defence Agreement met ABN Amro, waarin scenario’s worden uitgewerkt voor als er een vijandig bod komt of aandeelhouders activistisch worden. Een van de fondsen die fors inslaat is Centaurus.

Begin december 2005 stuurt Gerowin van Paulson haar eerste brief. Zij stelt daarin onder andere dat Stork minimaal één divisie moet verkopen. Ze heeft zich dan al vastgebeten in het idee dat van Stork uiteindelijk alleen Aerospace moet overblijven. Een echt antwoord komt er niet, Stork vindt niet dat het in de gesloten periode voor de jaarcijfers daarover met aandeelhouders in discussie kan gaan.

Diezelfde maand meldt het IJslandse Marel zich. Stork werkt al langer samen met deze producent van visverwerkende machines. De bedrijven draaien al een tijdje om elkaar heen, ze zien allebei dat een bundeling van krachten goed zou zijn. Vollebregt voelt dat de IJslanders heel serieus zijn. Maar het bedrag dat wordt genoemd, vindt Stork veel te laag. Het ligt heel ver onder de 415 miljoen euro die de IJslanders er uiteindelijk in 2008 voor zullen betalen. Als Marel toen al dat bedrag had geboden, had Stork zijn divisie Food Systems waarschijnlijk verkocht.

De toenemende druk van de hedgefondsen opgeteld bij de serieuze interesse van Marel voor Food Systems maken Stork kwetsbaar, voelt Vollebregt. Het opbreekscenario van de hedgefondsen komt dichterbij als er een serieuze koper op de markt is. Want de interesse van Marel is ook bekend bij de hedgefondsen, weet hij. Zijn geliefde spelletje om vaag te blijven hoe hij focus zal brengen in de onderneming, kan hij niet meer spelen. In januari spreekt hij met bestuur en commissarissen over een vertrek van de beurs, of een onderzoek daarnaar.

Op 1 februari treedt Stork naar buiten. Vollebregt geeft aan dat Stork de divisie die textieldrukmachines maakt en Stork Worksphere, dat kantoren inricht, zal verkopen. Met de drie resterende pilaren wil hij voorlopig doorgaan. Hij heeft de kasstroom van Food Systems en Technical Services (onderhoud) nodig om fors te kunnen investeren in Aerospace, vindt hij. Bovendien belooft hij 300 tot 350 miljoen euro aan overtollig kasgeld aan aandeelhouders terug te geven. De koers schiet omhoog. Maar de bonden zijn boos. Waarom krijgen de werknemers die zoveel opgeofferd hebben voor het herstel niets? Henk Wijninga dreigt met acties. Vollebregt vertelt de FNV-bestuurder over de problemen met aandeelhouders. De bonden houden zich koest.

Omstreden onderzoek

Centaurus en Paulson begrijpen er niets van. Ze hebben het gevoel dat ze tegen dovemansoren hebben gepraat. Andere hedgefondsen stappen met een flinke winst uit. Centaurus en Paulson vinden dat zonde. Ze denken meer rendement uit Stork te kunnen halen.

Op 6 februari sturen ze een brief: de afgekondigde driepilarenstrategie is niet voldoende. Stork krijgt twee opties: óf het bedrijf wordt opgebroken óf het gaat als geheel door, maar dan buiten de beurs. Het moet de aandeelhouders zeker 50 tot 60 euro per aandeel kunnen opleveren. Als Stork geen actie onderneemt, zullen ze de brief in de publiciteit brengen.

Bij Stork wordt heftig gediscussieerd hoe deze aanval te pareren. Besloten wordt om tegemoet te komen aan een van de opties en een vertrek van de beurs te onderzoeken. In principe met Stork als geheel, maar dan al dringt het besef door dat wellicht een van de drie pilaren verkocht zal moeten worden. „In het weekeinde van 11 en 12 februari was al duidelijk dat we Food Systems mogelijk moesten opgeven”, zegt een direct betrokkene. „Of we dat nu verstandig vonden of niet. Het kon niet anders met de interesse van Marel. Maar de prijs moest hoog genoeg zijn. Dat wil zeggen dat die de waarde moest reflecteren die wij zelf in drie of vier jaar voor Food Systems dachten te kunnen bereiken. Als een private-equityfirma die berekening had meegenomen in zijn bod, hadden wij het niet kunnen weigeren. Alleen hebben we niet te koop gelopen met onze bereidheid om Food Systems op te geven.” Vollebregt zag het, toen en later, niet zitten een veelbelovende divisie in de etalage te zetten. Dat levert altijd een lagere prijs op.

Vier dagen later al kondigt Stork een onderzoek aan naar de mogelijkheden voor een vertrek van de beurs. In het persbericht wordt gemeld dat de strategie gehandhaafd blijft. De buitenwereld leest hier in dat een mogelijke koper de drie pilaren bij elkaar moet houden, zelfs al zegt Vollebregt begin maart op de aandeelhoudersvergadering dat de strategie „niet in steen is gebeiteld”. „We hebben achteraf gezien in de publiciteit die driepilarenstrategie te sterk neergezet. Dat heeft verwarring gegeven”, zegt een betrokkene.

Negentien geïnteresseerde partijen worden gepolst of ze een bod zouden willen uitbrengen op Stork. Zes daarvan tonen enigszins serieuze interesse. Uiteindelijk brengt alleen het Amerikaanse Clayton Dubilier & Rice met veel slagen om de arm een indicatief bod uit van 45 euro. Maar bestuurders en commissarissen vinden die prijs te laag. Ze weten zeker dat de hedgefondsen dat niet zullen accepteren. In een tweede brief is het bod niet verhoogd, de financiering nog scherper en houdt CD&R meer slagen om de arm. Bovendien heeft Stork inmiddels last van vertragingen bij twee grote projecten, de militaire NH90-helicopter en de prestigieuze Airbus A380. Tijdens een dinertje met Vollebregt geeft CD&R te kennen met nog twee grote overnames bezig te zijn, waaraan ze de voorkeur geven. Een te wankele basis om nog langer af te wachten, oordelen bestuurders en commissarissen.

In de Londense City hebben Centaurus en Paulson intussen geluiden bereikt dat het niets gaat worden met het onderzoek. Stork is niet serieus, is de perceptie. Ze worden onrustig als Stork hen, als grote aandeelhouder, niet komt polsen welke prijs voor hen acceptabel is. Financieel adviseur ABN Amro raadt Stork aan om de 45 euro van CD&R voor te leggen uit tactisch oogpunt. Laat de hedgefondsen maar de stekker uit het onderzoek trekken, is de gedachte. De Brauw, het advocatenkantoor van Stork, raadt dat af, het zou Centaurus en Paulson voorkennis geven. De advocaten hebben veel invloed. Zij adviseren voortdurend terughoudendheid in de contacten met de hedgefondsen, omdat de wet voorschrijft dat een bedrijf informatie gelijkelijk moet delen met alle aandeelhouders en geen voorwetenschap mag verstrekken. Zij hanteren daarmee een strakkere gedragslijn dan sommige andere bedrijven in hun omgang met hedgefondsen. „Misschien hadden we niet altijd naar de advocaten moeten luisteren”, zegt een betrokkene.

De rechtszaak

Eind juni 2006 komt Mina Gerowin naar Amsterdam. Zij heeft het gevoel dat Schönfeld haar heeft gevraagd te komen, omdat Stork de uitslag van het onderzoek wil meedelen. Vier dagen zit ze zich in hotel de l’Europe te verbijten, omdat ze niets hoort van Stork. En dat terwijl ze het lange weekend rond Independence Day in New York had kunnen vieren. Dat is althans de versie die Gerowin later geeft. Bij Stork heeft men juist begrepen dat Gerowin met haar man maar al te graag naar ‘wonderful Amsterdam’ komt, voor bezoekjes aan het Rijksmuseum en het Concertgebouw. Schönfeld zegt aan Gerowin de keuze te hebben gelaten om naar Nederland te komen of niet. Over de uitslag van het onderzoek kon hij haar vooraf niets mededelen wegens de koersgevoeligheid.

Op maandagavond 3 juli melden Vollebregt en Schönfeld zich bij het hotel om de uitslag mee te delen: Stork blijft op de beurs. Ze spreken anderhalf uur met Gerowin, terwijl Freeman via de speaker van haar mobiele telefoon vanuit Londen meepraat. „Het was best een gezellige avond”, blikt een van de aanwezigen terug.

De volgende ochtend gaat een persbericht uit. Centaurus en Paulson zijn verbijsterd. Hoe kan het dat in een periode dat private-equityfirma’s alles kopen wat los en vast zit, Stork er niet in slaagt zichzelf te verkopen? Gerowin beschouwt het hele onderzoek als een duur toneelstukje om de hedgefondsen monddood te maken. „Wie denken ze wel dat we zijn? We are not dumb money”, is vanaf dat moment een van haar favoriete uitroepen.

Eind juli treffen de partijen elkaar in het Sheraton-hotel op Schiphol. De commissarissen Jan Kalff en Aad van der Velden ontmoeten daar voor het eerst Freeman en Gerowin. De sfeer is kil. Het overleg levert niets op.

Stork heeft geen scenario’s klaarliggen wat te doen als de hedgefondsen niet tevreden zijn met de uitkomst. In de maanden die volgen werkt het bedrijf aan diverse creatieve oplossingen. Stork informeert omzichtig bij Centaurus en Paulson of ze mee willen werken aan een uitkoop. Het idee blijkt financieel niet haalbaar: andere aandeelhouders moeten namelijk hetzelfde aanbod krijgen als de twee hedgefondsen. Ook worden verschillende overnames overwogen. Maar die zijn moeilijk snel af te dwingen en bovendien is toestemming van de aandeelhouders nodig als het bedrag van een overname hoger is dan eenderde van het balanstotaal. Met Marel wordt besproken of er geen joint venture kan worden gesloten en Food Systems daarna een aparte beursnotering kan krijgen. Ook dat leidt tot niets.

Op een algemene aandeelhoudersvergadering op 6 september legt Stork uit wat er in het onderzoek is gebeurd. De twee grootaandeelhouders zwijgen, tot ongenoegen van de andere aandeelhouders. Centaurus en Paulson zijn verontwaardigd dat er niet over de strategie kan worden gestemd en vinden de uitleg onvoldoende. Ze besluiten dan de confrontatie vol aan te gaan. Ze geloven niet in de driepilarenstrategie en al helemaal niet dat Vollebregt de juiste man is die te leiden. „Als ze het gevoel hadden gehad dat er een visionair de leiding had die het bedrijf kon laten groeien, hadden ze misschien anders gehandeld”, zegt een bron rond de hedgefondsen.

Twee dagen later eisen ze per brief een nieuwe aandeelhoudersvergadering, waar hun voorstel om Stork op te breken in stemming wordt gebracht. Ze melden ook dat ze hun aandelenbelang hebben uitgebreid tot 33 procent. Beide hedgefondsen reageren zo heftig, denkt Stork, omdat ze, in de verwachting dat Stork verkocht zou worden, tijdens het onderzoek aandelen hebben gekocht en nu bang zijn hun rendement niet te halen.

Centaurus en Paulson verpakken hun plan, dat ze op de aandeelhoudersvergadering van 12 oktober presenteren, behendig. Stork moet verder als ‘nationale luchtvaartkampioen’ en de andere onderdelen binnen een jaar afstoten om geld vrij te maken voor investeringen in het kapitaalintensieve Aerospace. Vooral Gerowin is verbijsterd als bonden, de zakelijke elite van Nederland en politici Stork steunen in het verzet tegen de activistische aandeelhouders. „De hedgefondsen hadden het gevoel met een land te vechten, niet met een bedrijf”, zegt een ingewijde.

Om het bestuur te steunen organiseert FNV-bestuurder Wijninga een grote manifestatie in de RAI. Op de dag van de aandeelhoudersvergadering roepen Stork-werknemers daar „Sjoerdje, Sjoerdje” om hun baas toe te juichen voordat hij in de slag moet met de aandeelhouders. Centaurus en Paulson weigeren vijfduizend handtekeningen in ontvangst te nemen. Ze zijn bang voor vakbonden en hebben bij een eerdere ontmoeting al gevraagd om lijfwachten. De handtekeningen liggen nog steeds in de kast van Vollebregt.

Het gevecht tussen Stork en de hedgefondsen is inmiddels symbolisch geworden voor de vraag wie de macht heeft bij een onderneming: het bestuur of de aandeelhouders. Stork volgt strikt de wet die zegt dat het bestuur de strategie bepaalt en daarbij rekening heeft te houden met de belangen van alle betrokkenen. Centaurus en Paulson vinden dat het bedrijf de wensen van aandeelhouders niet zomaar kan negeren, zeker niet sinds de code-Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur in 2004 is ingevoerd.

Als Centaurus en Paulson op de aandeelhoudersvergadering aankomen met een magere presentatie van 27 dia’s reageren andere aandeelhouders verontwaardigd. Bovendien zijn ze hun belofte om hun plan ruimschoots voor de vergadering te verspreiden, niet nagekomen. Toch winnen ze de stemming met 86,5 procent van de aanwezige aandelen, waaronder die van het IJslandse Marel. Voor de hedgefondsen is het duidelijk: Stork is nu aan zet, het bedrijf kan deze uitslag niet negeren.

Maar het blijft stil. Stork is teleurgesteld. Het bedrijf had gehoopt dat Centaurus en Paulson met goede argumenten zouden komen, waardoor de discussie naar een ander niveau getild kon worden. „We hadden graag gezien dat er wat punten inzaten waar we nog op terug konden komen. Nu was er niks”, zegt iemand uit het kamp van Stork.

Centaurus en Paulson op hun beurt verwachten na deze stemming dat Stork met nieuwe en meer gedetailleerde argumenten zou komen om te laten zien waarom het plan van de hedgefondsen niet klopt. Er komt niks. Ze sturen dan zelf maar een briefje naar Kalff om het gesprek aan te gaan. In Vollebregt hebben ze geen vertrouwen meer. Die heeft bij hen inmiddels de codenaam ‘Voldemort’ gekregen, naar het personage in de Harry Potter-boeken dat het kwaad vertegenwoordigt. Maar Kalff stuurt, tot hun woede, een briefje terug dat ze bij het bestuur moeten zijn. Ze worden bevestigd in hun opvatting dat dialoog niet meer mogelijk is.

Op 11 november, de dag dat Frankrijk de wapenstilstand in de Eerste Wereldoorlog herdenkt, treffen Stork en de hedgefondsen elkaar in Parijs in het sjieke hotel Le Faubourg. De bijeenkomst begint met het uitwisselen van de bekende standpunten. Na drie kwartier vraagt Kalff om een schorsing. Daarna stelt hij voor dat Stork wil toezeggen een divisie te verkopen, maar niet kan zeggen welke en wanneer. Bovendien mogen Centaurus en Paulson een commissaris nomineren, die moet zorgen voor meer vertrouwen. De hedgefondsen vinden de belofte te vaag, ze hadden meer verwacht.

Op maandag zullen ze Kalff bellen, beloven ze. De president-commissaris wacht die dag met Schönfeld op een telefoontje. Dat komt niet. Uiteindelijk bellen ze zelf met Oppetit, die zegt nog ruggespraak te moeten houden. Daarna horen ze niets meer. Stork publiceert een persbericht, waarin de voorstellen van Centaurus en Paulson als ongeloofwaardig en onverantwoord van de hand worden gewezen.

Gerowin wordt steeds bozer op Nederland. Ze vindt het een „bananenrepubliek”, waarin de Old Boys alleen maar bezig zijn met hun reputatie, Kalff voorop. Centaurus is vooral beledigd omdat Stork niet de dialoog wil aangaan die ze bij andere bedrijven wel hebben gevoerd.

De weg naar de rechter is de enige die rest, weten beide partijen dan al. Centaurus en Paulson vragen een aandeelhoudersvergadering aan met als belangrijkste agendapunt het ontslag van de commissarissen. Eind december oefent de stichting Stork haar optie uit om preferente aandelen te kopen. Daarmee krijgt ze op één stem na de meerderheid van de aandelen en kan ze het ontslag blokkeren. Op 5 januari ploft het verzoekschrift van de hedgefondsen in de bus van de ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof, waarin ze vragen om schorsing van de prefs en een enquête naar wanbeleid. De Brauw heeft het concept van een verweerschrift van 170 pagina’s dan al klaar.

Supercommissarissen

Vijf dagen na de zitting, waarop alle partijen flink met modder gooien, verrast president Huub Willems van de ondernemingskamer iedereen met zijn uitspraak. Hij schrapt het ontslag van de commissarissen van de agenda van de aandeelhoudersvergadering, maar beveelt ook dat de prefs moeten worden ingetrokken. Hij gelast een enquête naar wanbeleid en benoemt drie supercommissarissen die de impasse moeten doorbreken. Wim Kok, Kees van Lede en Dudley Eustace concluderen al snel dat er totaal geen gesprek meer is tussen Stork en Centaurus en Paulson.

„De dialoog was morsdood, het was een discussie tussen doven geworden”, zegt een van hen. „De hedgefondsen voelden zich buitengewoon gekwetst door de manier waarop ze waren behandeld. Om te beginnen moesten we ervoor te zorgen dat ze elkaar niet meer voor rotte vis uitmaakten.”

Intussen heeft Sjoerd Vollebregt in december bezoek gehad, dat enige hoop doet gloren. Maar daar weet het supertrio nog niets van.

Dit is het eerste deel van een reconstructie op basis van gesprekken met de hoofdrolspelers. Deel 2 verschijnt dinsdag: Het pokerspel van de IJslanders.