Vogelaar maakt het wijkenprobleem vooral erger

Aan woningcorporaties wordt veel geld onttrokken, waardoor deze in problemen komen. Het wachten is nu op 140 of zelfs 400 probleemwijken.

Hugo Priemus

Emeritus hoogleraar Volkshuisvesting aan de TU Delft

Minister Vogelaar heeft deze week besloten om 75 miljoen euro te heffen bij de woningcorporaties. Dat geld gaat naar de corporaties die haar veertig ‘krachtwijken’ beheren. Daar zijn die andere corporaties niet blij mee.

Het probleem voor minister Vogelaar is dat het kabinet de kosten van de extra impuls voor de veertig wijken eenzijdig bij de woningcorporaties legt. Een eigen budget heeft ze niet, zij is afhankelijk van collega-ministers. Deze presenteren vooral sigaren uit eigen doos aan de 18 gemeenten waarin de veertig wijken liggen.

Dit bederft niet alleen de stemming, ook zijn de investeringen gedeeltelijk in strijd met de Woningwet. Deze prachtige wet schrijft voor dat middelen van corporaties uitsluitend ter bevordering van de volkshuisvesting mogen worden uitgegeven. Helaas is het woord ‘volkshuisvesting’ in onbruik geraakt, maar ik meen te weten dat urgente zaken voor de veertig wijken als extra politieagenten, inburgeringscursussen, maatregelen tegen schooluitval en nieuwe lantaarnpalen niet behoren tot het domein van de volkshuisvesting. Bovendien wreekt zich hier het feit dat het Besluit beheer sociale huursector, dat de publieke taken van woningcorporaties specificeert, in het geheel geen investeringstaken noemt.

Voor Aedes-voorzitter Van Leeuwen is het probleem dat de honderden corporaties die niet in een Vogelaarwijk actief zijn, thans hun knopen tellen. Zij willen veelal investeren in de honderden aandachtsbuurten en -wijken die niet de status van krachtwijk hebben verworven. Interim-minister Winsemius sprak nog maar kort geleden over circa 140 aandachtswijken, die met grote urgentie moesten worden aangepakt. Ergens loopt in Den Haag een Hans Klok rond die honderd, vermoedelijk zelfs honderden wijken van de politieke agenda heeft weggegoocheld.

Door de invoering van de integrale Vennootschapsbelasting – die de corporaties tussen de 500-600 miljoen euro per jaar gaat kosten – en de gedwongen overheveling van nog eens 750 miljoen euro (in tien jaar) naar de 74 woningcorporaties die in de veertig Vogelaarwijken actief zijn, wordt het investerend vermogen van vele corporaties danig aangetast.

Buiten die Vogelaarwijken staan veel woningcorporaties nu voor een dilemma: investeren met eigen geld in de eigen aandachtswijk (waarop zij door hun eigen huurders worden aangesproken) of middelen inzetten in de aanpak van de veertig Vogelaarwijken door de betrokken collega-corporaties – die gemiddeld overigens niet armer zijn. Aedes kan deze corporaties niet dwingen om middelen vrij te maken voor de Vogelaarwijken.

Tot Vogelaar de knoop doorhakte, werd bijna wekelijks een nieuwe formule voor het Investeringsfonds uitgevonden, dat de herverdeling van corporatiemiddelen moest regelen. Wat van dit fonds de slagkracht en het herverdelend vermogen zouden zijn, is onbekend. Dat er inmiddels sprake was van twee fondsen (één voor de krachtwijken, één voor de honderden andere aandachtswijken), elk met eigen spelregels, schijnt iedereen te zijn ontgaan.

Met lede ogen zien de corporatiedirecteuren toe hoe hun luidbejubelde verzelfstandiging te grabbel wordt gegooid. Voeg daarbij het boterzachte karakter van de begrotingen van de krachtwijkplannen, de onduidelijkheden over de vraag of de geplande investeringen wel nieuw (additioneel) zijn en de oorverdovende stilte rondom de financiering van plannen door marktpartijen (banken, vastgoedbeleggers, etnisch ondernemerschap, en ketens van kruideniers, drogisterijen, boekhandels, restaurants en hotels) en de conclusie dringt zich op dat de burgers van dit land en de betrokken gemeenten getuige zijn van een machteloos pokerspel van Vogelaar en Van Leeuwen, spelers die beiden enkele speelkaarten missen.

Dit pokerspel is geheel losgezongen van de feitelijke aanpak in de wijken zelf. Terwijl Vogelaar en Van Leeuwen boven zaten te pokeren, zijn de gemeenten, de corporaties en andere actoren allang beneden bezig om de problemen concreet aan te pakken.

Nu minister Vogelaar ten lange leste heeft besloten om een heffing van 75 miljoen euro door te voeren bij de corporaties zonder bezit in de krachtwijken, moet worden gevreesd voor de voortgang van de aanpak van de honderden andere aandachtswijken. Binnenkort hebben we niet veertig maar 140 of 400 krachtwijken.