Rituximab vermindert klachten bij multiple sclerose-patiënten

B-cel van het immuunsysteem communiceert met andere cellen om een ontsteking gaande te houden, om zo bacteriën te bestrijden. Tekening F. Hoffmann-La Roche The cycle of inflammation. B cells communicate via cytokines with other inflammatory cells, such as T cells and macrophages, to maintain and amplify the cycle of inflammation Hoffmann-La Roche, F.

Het medicijn rituximab blijkt effectief bij de behandeling van de meest voorkomende vorm van multiple sclerose (MS). Dat was het al voor patiënten met non-Hodgkin lymfeklierkanker en reuma. Bij MS-patiënten die het middel kregen trad veel minder schade op aan het zenuwstelsel en ze hadden ook significant minder klachten. MS genezen doet rituximab niet. Dat blijkt uit een klinische trial in de Verenigde Staten en Canada. De uitkomsten ervan bieden niet alleen hoop voor een betere behandeling, maar ook nieuw inzicht in de oorzaken van de ziekte (New England Journal of Medicine, 14 feb.).

MS is een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem zich tegen delen van het eigen lichaam keert. Doelwit is de myelineschede, het isolerende laagje om de uitlopers van zenuwcellen. Daarin ontstaan ontstekingen die littekens achterlaten in de vorm van plaatselijke verhardingen (sclerose betekent verharding). De uitlopers kunnen daardoor de elektrische signalen van, naar en binnen de hersenen minder goed geleiden, wat tot een scala van neurologische afwijkingen leidt. Het verloop van MS is wisselend: de meeste patiënten hebben een vorm waarin stabiele perioden en opflakkeringen elkaar afwisselen.

Aan het onderzoek deden 104 patiënten met deze vorm van MS mee die óf rituximab kregen, óf een nepmiddel. Noch de patiënten, noch de behandelende artsen wisten wie wat kreeg. Na een klein half jaar werden bij de behandelde patiënten 91 procent minder nieuwe ontstekingshaarden aangetroffen, terwijl het aantal aanvallen 58 procent lager was.

Het bijzondere hiervan is dat rituximab een bepaald type cellen van het immuunsysteem, de zogeheten CD20+ B-cellen laat verdwijnen. In het verleden richtte het MS-onderzoek zich vooral op een andere categorie immuuncellen: de T-cellen. Die veroorzaken immers de meeste schade. De afgelopen jaren werd echter duidelijk dat ook B-cellen een rol spelen. B-cellen zorgen voor de productie van antilichamen tegen lichaamsvreemde eiwitten, maar bij auto-immuunziekten ook tegen lichaamseigen eiwitten. Het zou dus kunnen zijn dat het middel werkt doordat die antilichamen verdwijnen, maar daarvoor werkt het te snel. Het effect was al na vier weken merkbaar. Eerder gevormde antilichamen zijn er dan nog. Daarom denken de onderzoekers dat een andere eigenschap van de B-cellen hun resultaten verklaart. B-cellen kunnen namelijk ook via de binding aan antigenen, in dit geval lichaamseigen eiwitten, T-cellen activeren. Die trekken er vervolgens op uit om cellen met het antigeen te vernietigen. Bij MS zitten die op de myelineschede. Uitschakeling van de B-cellen heeft dus ook het effect dat de aanslag van de T-cellen op de myelineschede wordt verijdeld.

Dit onderzoek geeft nog geen antwoord op de vraag hoe lang het effect van rituximab aanhoudt en of er bijwerkingen op lange termijn zijn. Huup Dassen