Rekenonderwijs

De synthese waar E.W. Tilanus (W&O 9 feb) het over heeft, bestond natuurlijk al. Onze dochter heeft daar in de 70er jaren haar voordeel mee gedaan. Haar onderwijzer gebruikte naast Wiskobas, een methode om leerlingen kennis te laten maken met het wiskundeonderwijs, ook een `gewone` rekenmethode. Daar heeft ze zeker voordeel van gehad tijdens haar studie. Maar ja, als je onderwijskundigen en onderwijsadviseurs hun gang laat gaan, wordt het onderwijs steeds verder uitgekleed. Leerkrachten die beide methodes kunnen gebruiken zijn er waarschijnlijk niet meer. Dat blijkt al bij de problemen op de Pabo`s. Het zelfde is het geval met het verhaal over de sociale vaardigheden waaraan meer aandacht besteed zou moeten worden.

Elke goede leerkracht integreerde altijd al de verschillende vaardigheden in zijn lessen. Maar dat is natuurlijk niet iedereen gegeven. In plaats van dat onderwijsgevenden de schuld bij zichzelf zochten en via een goede coaching door ervaren leerkrachten die vaardigheden onder de knie probeerden te krijgen, kreeg het onderwijs zelf de schuld en moest het hele onderwijssysteem op de schop.

Sociale vaardigheden werden doel en geen middel. Stilte in de klas was ouderwets, autoritair. Praten in de klas moest kunnen. Dat heette dan `klassegedruis.

De zogenaamde vernieuwingen die werden ingevoerd waren natuurlijk allemaal bezuinigingen. Dat de onderwijskundigen en de adviseurs zich voor dat karretje hebben laten spannen, geeft te denken en geeft tegelijk aan dat er bij dit soort vernieuwingen zeker voordeel te halen is. Dat dit voordeel niet bij de leerlingen of leerkrachten terecht is gekomen, schijnt maar weinigen te deren. Goed onderwijs kost geld. Maar dat geld hoort bij de leerkrachten en leerlingen terecht te komen en nergens anders.