Peptalk

Gespuis. De jonkies van het ras Russische Blauw zijn in aantocht en steken de rode reus, jager en heerser over het dakterras naar de kroon. Jong moet echter wel een beetje respect tonen voor oud want anders zwaait er wat.

Sinds de dood van mijn oude poes was rode kater Flip (15) geruime tijd de enige kat in huis. Dat beviel hem prima. Weliswaar liep hij aanvankelijk wat verweesd rond, zoekend naar zijn verdwenen moeder, maar daar stond dubbele aandacht van iedereen, menig goed gesprek en het in zijn eentje opslurpen van de volledige portie kattenmelk tegenover.

Bovendien viel de felbegeerde plek op de divan in mijn kamer hem nu automatisch toe, zodat hij ineens kon kiezen: het bureau of de divan. Een gerieflijk leventje, al met al.

Dat is nu op wrede wijze verstoord. En wel door toedoen van degene die hij het meest vertrouwt op dit ondermaanse. Een vuig verraad waar hij zich niet makkelijk overheen zet. Wat is er gebeurd?

Van de ene dag op de andere is zijn huis geannexeerd door piepklein maar volslagen abject gespuis, dat niet alleen achter zijn rug is binnengehaald, een eigen mand toegewezen gekregen heeft en volop kostelijk voedsel opvreet alsof dat heel gewoon is, maar ook nog met zoete woorden wordt toegesproken. Het is onverdraaglijk. Zum Kotzen voor een rechtvaardig beest. Grommend, blazend en hyperventilerend verschanst hij zich op de divan.

Ik stel mij zo solidair mogelijk met hem op. Dat betekent dat ik in zijn bijzijn laffelijk probeer niets te laten merken van mijn schik in de jonge katjes, laat staan van zoiets misselijks als vertedering. Vertroetelen doe ik stiekem als hij het niet ziet.

„Jij bent en blijft de hoofdkat”, zeg ik, naast hem zittend op de divan. „Ze moeten naar jou luisteren. Gedraag je als the leader of the pack! Dat geteisem heeft niets in te brengen, onthoud dat. Je lust ze rauw, daar moeten ze van doordrongen raken.”

De klassieke moeder van het op school gepeste jongetje. Je moet ze gewoon een mep terug verkopen! Maar het is al ruim een week na de vijandelijke inval en Flip is kennelijk niet uit dat hout gesneden. Het is overduidelijk: mijn rooie reus, heerser over het dakterras, schrik der merels en halsbandparkieten, onverschrokken muizenjager, spinneneter, vlinderbespringer, de geweldenaar die er geen been in ziet vreemde bezoekers te beklimmen, zelfs (of juist) als dat regelrechte kattenhaters zijn, is bang voor de jonge poesjes.

De twee kleine indringers zijn van het ras Russisch Blauw en hebben tot mijn verrassing van hun fokker de achternaam Oeljanov meegekregen, de familienaam van Lenin nota bene. Omdat het dames zijn, zou het Oeljanova moeten zijn, dunkt me, maar hoe dan ook: nog bolsjewistisch tuig ook! En dat zullen we weten. De zusjes Oeljanov gedragen zich alsof ze hier in eigen persoon de revolutie tot stand moeten brengen.

Ze kiepen een schaal hazelnoten om en rollen die naar de verste hoeken van de kamers, ze scheuren NRC Handelsblad kapot, dat kapitalistenorgaan, ze proberen de cursor op het computerscherm te vangen, ze gooien de nieuwe bijbelvertaling van een plank (opium voor het volk) en ze bespringen ons vanuit een hinderlaag, als waren wij een stelletje Witten dat een lesje geleerd moet worden. En maar bakken voer leegschrokken om in vorm te zijn voor de strijd.

„Dood aan de communisten”, moedig ik Flip hypocriet maar met de juiste intonatie aan. „Geef het rode gevaar geen kans.” Maar een van de twee scheurt net met een knalgroene muis langs, gevolgd door de ander, die haar de buit betwist. Flip gromt en zijn flanken gaan zenuwachtig op en neer.

Hoe verzoen ik oud met jong? Solidariteit met degene met de oudste rechten moet het uitgangspunt blijven, vind ik. Jong moet respect tonen voor oud. Dartele schattigheid mag geen rol spelen. Ik ben gadverdamme Henriette Ronner niet.

Deze overtuiging indachtig zit ik een uur later vanachter mijn bureau toe te zien hoe het geboefte de divan besluipt waarop Flip ingedommeld is, op die typische kattenmanier die toch waakzaamheid inhoudt. Daar gaat de brutaalste van de twee al op zijn achterpoten staan om te zien of die lachwekkende, ouwe neuroot er nog is en hoe hij erbij ligt.

Ik zie aan Flips oren dat hij het merkt en vraag me af of ik zal opstaan om ze weg te jagen, maar ik blijf zitten. Nog wat verder rekt het kwelduveltje zich uit en maakt al aanstalten zich helemaal op de divan te hijsen... als er uitgehaald wordt.

Rats! Perfect gemikt over zo’n aanbiddelijk oortje. En niks geen ingetrokken nagels! Ik voel het in mijn eigen oor. Het Oeljanovje valt beduusd achterover en de zuster in het kwaad zit al plaatsvervangend achter de kast. Met een parelende bloeddruppel op het blauwgrijze oortje voegt de boosdoenster zich bij haar.

„Goed zo, Flip!”

Hij gromt nog wat na, rolt zich op en keert ons allen zijn rug toe. ’t Is allemaal zwaar waardeloos.