Onderwijs is nog niet terug bij de scholen

Jarenlang merkten ouders van schoolgaande kinderen dat er iets niet klopte. Dat er een heleboel niet klopte. Maar je wilt geen ouwe brombeer zijn die alles vroeger beter vond. En dus hou je de moed er in en op de ouderavond is iedereen vriendelijk en de koffie gezellig. Maar het blijft knagen als ze aan

Jarenlang merkten ouders van schoolgaande kinderen dat er iets niet klopte. Dat er een heleboel niet klopte. Maar je wilt geen ouwe brombeer zijn die alles vroeger beter vond. En dus hou je de moed er in en op de ouderavond is iedereen vriendelijk en de koffie gezellig. Maar het blijft knagen als ze aan het eind van de basisschool denken dat 0,4 groter is dan 1.

Deze week kregen deze ouders, en docenten die nog kunnen spellen, een opsteker uit Den Haag. Een breed samengestelde Kamercommissie onder voorzitterschap van PvdA-landbouweconoom Jeroen Dijsselbloem rapporteerde over de onderwijsvernieuwingen van de laatste twintig jaar. Het oordeel was niet positief. Kamer en kabinet hebben vernieuwing op vernieuwing het land in gestuurd. Het onderwijs is er niet beter op geworden.

De Rekenkamer becijferde voor de commissie wat deze opeenvolging van ingrepen heeft gekost: 2,2 miljard. Een detail dat wegviel in een week van algemene verbijstering, koppig stilzwijgen van sommige hoofdrolspelers en iets te snelle schuldbekentenissen van anderen. Het is meer dan weggegooid geld. Ondanks alle folderpraatjes: een hele generatie heeft te weinig geleerd. Extra schrijnend is dat de groep waar het vooral om was begonnen, de jongens en meisjes die van thuis het minst meekrijgen, het zwaarst heeft geleden onder de onderwijsillusionisten.

Het probleem dat te veel jongeren te vroeg worden opgegeven bestaat nog steeds. Dat kost het land mogelijk talent en de betrokkenen een kans op meer welvaart en geluk. Gelukkig schijnt doorstromen van lagere naar hogere vormen van voortgezet onderwijs, het ooit verdoemde ‘stapelen’, weer beter te lukken. Opklimmen is de drijfveer van vooruitgang. Dat blokkeren is even verwerpelijk als kinderen met meer talent verplicht afremmen omwille van een politiek ideaal - dat was wat de basisvorming en de dwangbuis van de Tweede Fase ook deden.

De grote vraag is natuurlijk hoe deze ramp zich heeft kunnen voltrekken. Met instemming van brede Kamermeerderheden. Goede bedoelingen in plaats van degelijk onderzoek en kleinschalige experimenten, leuke vondsten over vraaggestuurd onderwijs, ‘weg kennis, leve de vaardigheden’, weg met biologie, natuur- en scheikunde - iedere school een waterproject. Het is best aardig, maar ondraaglijk lichtzinnig om een heel land er mee lastig te vallen, onder dwang. Want de procesmanagers en onderwijspedagogen die carrière maakten in deze windhandel wisten wel raad met de ‘elitaire betweters’ die niet spontaan meededen.

Ho, ho, vergeet niet, de vraag kwam uit ‘het veld’. Het hoger onderwijs vroeg zelf om studenten die hadden geleerd om zelfstandig te werken. Prima, maar dat combineren met bezuinigingen betekent pubers aan hun lot overlaten terwijl ze nog niks weten om mee te werken. En jarenlang werden scholen tegelijk gedwongen samen te gaan. Groot was efficiënt, meer mooie spullen voor minder geld. Ja, en de directeur van de gefuseerde scholen in Deventer komt met de dienstauto uit Hengelo. Ook met die fusie was de gemeenteraad het eens.

De politieke bedenkers en hun onderwijspedagogische vrienden hebben de arrogantie gehad Nederland te behandelen als een laboratorium voor hun mens- en maatschappij-ideeën. Eerste en Tweede Kamer, gemeenteraden, leraren en ouders hebben het laten gebeuren. Duizenden meneren en mevrouwen in te-grote-schoolbesturen doen mee met het modieuze fabrieksdenken dat onze scholen heeft overgenomen. De Raad van Bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs in Noord-Brabant gaat over 45 scholen en 67.000 leerlingen.

Betrokkenen reageren vaak furieus op kritiek, hun levenswerk wordt aangevallen, zie de webversie van deze rubriek. Zij hebben de zwakte van de vertegenwoordigende democratie uitgebuit en kunnen het niet hebben dat burgers en onderwijsgevenden eindelijk met reële ervaringen terugslaan. Oef, het is zwaar om voor behoudend te worden uitgemaakt in dit land, maar de belastende feiten liggen te hoog opgestapeld.

Toen ik in 1991 schreef over de staatszandkastelen van de onderwijsvernieuwers in Zoetermeer (daar zat toen het ministerie), over het gymnasium in Leeuwarden dat moest opgaan in een onderwijsfabriek, ontboden de bewindslieden mij op hun datsja aan het Lange Voorhout in Den Haag. Waar ik het vandaan haalde. Gezond verstand en berichten van ouders en leraren. Nu kent iedereen het geheim, de keizer ging gekleed in kostbare illusies. En hij heeft altijd een weerwoord en een buitenlandse studie - dat bleek tijdens de hoorzittingen van de commissie-Dijsselbloem.

En de huidige politieke generatie? Kamervoorzitter Verbeet miste deze week een kans voor open doel toen zij verwijzingen naar het rapport-Dijsselbloem in het zoveelste debat over de 1.040 lesurennorm verbood. Die norm, zonder bijbehorende middelen en na alle ravages die de meeste vernieuwingen op scholen hebben aangericht, is een schoolvoorbeeld van wat het rapport aan de kaak stelt. Nu wordt ie versoepeld door de ‘maatschappelijke stage’ mee te rekenen, ook zo’n ondoordacht ideetje uit Den Haag. Al iets geleerd?

Even koppig wordt het ‘gratis schoolboekenplan’ van 300 miljoen euro doorgezet. Gekraakt door de Raad van State omdat het vooral beter gesitueerden tegemoetkomt, maar we gaan door, al moet het via een kostbare Europese aanbestedingsprocedure. Omdat het in het regeerakkoord staat en tweederde van het geld niet van de onderwijsbegroting komt, dat is winst voor onderwijs. Weggegooid geld is ook weggeggooid als het van een andere begroting komt. Een ideetje. Net als al die andere die bij Dijsselbloem ontploften.

Minister Plasterk ziet het rapport als wind in de rug. Hij buigt mee als riet. Wijst er terecht op dat VVD- en CDA-bewindslieden even zwaar in de vernieuwingspot hebben geroerd. Maar hij heeft nog niet echt gezegd wat er anders moet. Waar de mentaliteit anders moet, en waar de organisatie deel van het probleem is. Hij is bijvoorbeeld blij dat hij al die raden per onderwijssector heeft om mee te praten. Zoals de VO-Raad die zich zojuist het vege lijf redde: eerst met de staatssecretaris een akkoordje over de 1.040 uur sluiten om zich net op tijd achter de rebellerende leerlingen en rectoren op te stellen. De kleilaag blijft.