Obligatieverzekeraars niet opsplitsen

Eric Dinallo, de topambtenaar in New York voor het verzekeringswezen, heeft eergisteren gezegd dat hij gemeentelijke overheden die obligaties hebben uitgegeven en beleggers die daarin hebben belegd te beschermen tegen een mogelijke crisis bij de obligatieverzekeraars. Hij overweegt deze zogenoemde monoliners (verzekeraars die zich op één sector richten) op te splitsen in een ‘goed’ en een ‘slecht’ bedrijf. Dat lijkt verstandig, zal de pijn alleen maar verspreiden – waarschijnlijk ten koste van de Amerikaanse belastingbetalers.

In een getuigenis voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden legde Dinallo uit dat hij op de een of andere manier wil dat de slechte beleggingen van de obligatieverzekeraars worden weggesluisd ten einde hun eigen boontjes te doppen. Maar monoliners zijn contractueel verplicht polissen te honoreren als de obligaties die zij verzekeren in het slop raken. Beleggers in gestructureerde financiële effecten, die plotseling met scherpe verliezen worden geconfronteerd omdat het beste deel van de beleggingsportefeuille van een obligatieverzekeraar wordt afgesplitst, zouden ongetwijfeld een heel bataljon advocaten in stelling brengen.

Daarnaast zouden de aandeelhouders van de obligatieverzekeraars met zo’n splitsing moeten instemmen. Dat zouden ze alleen maar doen als de extra waarde die zou worden geschapen door het isoleren van de ‘veilige’ beleggingen in gemeentelijke obligaties de waarde zou overtreffen die wordt vernietigd door het afscheiden van de rest. Dat lijkt onwaarschijnlijk, omdat de ‘slechte’ beleggingsportefeuille bakken met geld nodig zou hebben, aangezien de verliezen daar vermoedelijk aanmerkelijk hoger liggen dan bij de gemengde portefeuille.

En omdat Dinallo niet wil dat premies van het ‘gezonde’ bedrijf worden gebruikt om het ‘slechte’ bedrijf te steunen, valt moeilijk in te zien waar dat kapitaal vandaan zou moeten komen. Het lijkt waarschijnlijk dat de waarde van de ‘slechte’ portefeuille, verzwakt door de lagere kredietwaarderingen, sneller zou dalen dan de waarde van de ‘gezonde’ portefeuille zou stijgen.

Dinallo zou kunnen proberen de banken ervan te overtuigen met geld over de brug te komen voor de ‘slechte’ bank. Maar het is hem niet eens gelukt hen de monoliners te laten ondersteunen zoals ze nu zijn. Het is waarschijnlijker dat hij de overheid zou vragen de ‘slechte’ beleggingen te herverzekeren. De monoliners waarborgen voor meer dan 1 biljoen dollar aan risicovolle kredieten. Als bij grote delen daarvan betalingsproblemen zouden ontstaan, kunnen de belastingbetalers die het plan eigenlijk in bescherming beoogt te nemen hun borst wel natmaken.

Dwight Cass