Met bio meer broeikas 4

In het artikel `Met bio meer broeikas` staat dat de grootschalige productie van biobrandstoffen het broeikaseffect dramatisch versterken, vooral omdat de gewassen beslag leggen op de traditionele landbouwgrond (W&O 9 februari). Dat klopt. Echter, niet voor alle biobrandstoffen. Een goed voorbeeld is het tropische gewas jatropha. Deze struik - giftig voor mens en dier - groeit op grond die voor andere planten ongeschikt is, en levert eenmaal geplant wel vijftig jaar oliehoudende zaden: goed voor zo`n duizend liter biobrandstof per hectare per jaar. Met name in Afrika is in onbruik geraakte landbouwgrond die prima geschikt is voor jatropha. Daarnaast kan met beperkte investeringen de productie van die grond sterk verbeteren. Voor jatropha wordt dus geen land onttrokken aan de voedselproductie. Ook worden geen natuurgebieden ontgonnen. De CO2-berekening - hoeveel CO2 komt er bij die ontginning vrij - gaat dus niet op voor jatropha. Ook de redenatie - als de bodem jaarlijks of nog vaker wordt geploegd, gaan de achtergebleven wortelresten verteren en oxideren tot CO2 - geldt niet voor jatropha omdat jaarlijks ploegen niet gebeurt. Ik durf te stellen dat de CO2-uitstoot bij de verbouw van jatropha wordt gereduceerd tot praktisch nul.

Ook gunstig is dat de zaden van de jatropha-plant niet alleen plantaardige olie opleveren, maar ook perskoek die als brandstof in zowel de industrie als huishoudens wordt gebruikt. Het artikel meldt dat een bruikbaar nevenproduct gunstig is voor de uiteindelijke CO2-berekening. Helaas wordt jatropha niet als nuttige optie genoemd.