Mbo maakt zich op voor de volgende vernieuwing

Op dit moment loopt er een grootschalige vernieuwing in het beroepsonderwijs. Gaat die óók mislukken? Of is de politiek dit keer wél op tijd? „We maken ons zorgen over de afloop.”

Het onderwijs is nog niet klaar met grootschalig vernieuwen.

Deze week oordeelde de commissie-Dijsselbloem vernietigend over de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen twintig jaar. Maar momenteel loopt er nog een onderwijsvernieuwing in het mbo die in 2010 moet zijn ingevoerd voor een half miljoen scholieren. De vernieuwing heet ‘het competentiegericht onderwijs’.

Ook het competentiegericht onderwijs loopt het risico te snel te worden ingevoerd, met te weinig draagvlak onder leraren en leerlingen, en dreigt voor de scholen te ingewikkeld te worden. Net als de eerder ‘mislukte’ vernieuwingen.

Kamerlid voor de PvdA Staf Depla was al alert op de invoering van het competentiegericht onderwijs, maar na ‘Dijsselbloem’ helemaal, zegt hij. Depla wil dat de verplichte invoeringsdatum 2010 van tafel wordt gehaald. Zodat er geen onnodige druk op de scholen komt zoals bij de mislukte vernieuwingen gebeurde. „We gaan nu niet zomaar zeggen ‘2010 is 2010’.”

Vincent Feith, van de vakbond voor jongeren in het beroepsonderwijs JOB, noemt de conclusies van Dijsselbloem „een steuntje in de rug”. Er zijn opleidingen die nu nog niet eens in de overgangsfase naar competentie gericht onderwijs zitten, zegt hij. „Wij denken dat het een te grote opgave is voor alle scholen om de invoering voor 2010 klaar te hebben.”

Het competentiegericht onderwijs kreeg eind 2006 grote bekendheid toen overal in het land scholieren erover begonnen te klagen. Ze kregen te weinig les, vonden ze, en te weinig begeleiding van docenten. Ze moesten te veel zelfstandig werken en wisten niet hoe dat moest. Dat wisten docenten ook amper, was de klacht.

De commissie-Dijsselbloem was in haar rapport kritisch over ‘procesmanagers’ die namens de bewindspersonen onderwijsvernieuwingen voorbereidden en implementeerden. Daardoor raakten de bewindspersonen de regie en het overzicht kwijt, zo luidde een van de conclusies. Maar precies zo’n organisatie was bij de ontwikkeling van het competentiegericht onderwijs betrokken, namelijk de ‘stuurgroep herontwerp mbo’.

Het bedrijfsleven is altijd een warm voorstander geweest van het competentiegericht onderwijs. Het bedrijfsleven heeft er immers baat bij dat vaklieden goed worden opgeleid. „Maar het bedrijfsleven zat vervolgens niet in de stuurgroep herontwerp mbo. Ik noem die club daarom „het achterkamertje van de onderwijsvernieuwing”, zegt Niko Persoon. Hij is algemeen directeur van het kenniscentrum uiterlijke verzorging die moet vaststellen aan welke eisen kappers, manicures en schoonheidsspecialistes moeten voldoen voordat ze hun diploma krijgen. Hij werkt nauw samen met de mbo-scholen. De stagebegeleiding vanuit de scholen deugt niet, vindt hij. Bedrijven klagen daar bij hem over. „Daar komt momenteel geen pepernoot van terecht.”

De stuurgroep herontwerp mbo is inmiddels opgeheven. Het ministerie neemt sindsdien weer rechtstreeks de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Nu heeft het ministerie ‘mbo 2010’ opgericht, een organisatie die helpt bij de implementatie van het competentiegericht onderwijs. De organisatie maakt geen beleid, maar adviseert scholen slechts over lesprogramma’s en de invoering. Scholen kiezen uiteindelijk zelf welke vormen ze invoeren, en hoe ze dat doen, zegt Hans van Nieuwkerk, voorzitter van ‘mbo 2010’.

Maar Kamerlid Depla is bang dat ‘mbo 2010’ de scholen te veel voorschrijft hoe ze moeten lesgeven. Zeker als scholen te weinig tijd hebben om eigen lesmethoden te ontwikkelen, zullen ze eerder geneigd zijn de mooie brochures en trainingen van ‘mbo 2010’ te volgen. Maar het voorschrijven van lesmethoden is nu net niet de taak van de overheid, zoals Dijsselbloem deze week nog eens duidelijk vaststelde. „Ik ben toch bang dat er veel van bovenaf aan didactiek is opgelegd”, zegt Depla.

Depla wil niet terug naar de ‘oude’ opleidingen. Als competentiegericht onderwijs goed wordt ingevoerd, is het beter dan het ‘oude onderwijs’, zegt hij. In de nieuwe opleidingen is minder uitval van leerlingen. Juist daarom zou Depla het jammer vinden als het draagvlak voor het competentiegericht onderwijs zou sneuvelen in de chaos van de implementatie, precies zoals dat bij de vorige onderwijsvernieuwingen gebeurde.

Volgens Hans van Nieuwkerk van ‘mbo 2010’ is er geen reden voor die angst. De 65 colleges van besturen van mbo scholen „hebben er het volste vertrouwen in” dat de invoering in 2010 van start kan gaan, zo bleek uit het laatste advies dat hij deze week aan de staatssecretaris uitbracht.

Het uitstel van de invoeringsdatum met twee jaar (eerst was het 2008) was nodig, vindt Van Nieuwkerk. Hij ziet nu „veel meer kwaliteit” bij de opleidingen.

Toch moet er nog veel gebeuren, zegt ook hij. In oktober 2007 verscheen een rapport van de Inspectie waaruit bleek dat 40 procent van de opleidingen nog lang niet klaar is voor invoering op grote schaal. Docenten en middenmanagement moeten nog worden bijgeschoold, en er is een gemis aan wetenschappelijk onderbouwde onderwijspraktijken. Op één op de drie opleidingen is minder dan de helft van de betrokken docenten voldoende competent. Diezelfde kritische kanttekeningen staan ook in het rapport van ‘mbo 2010’. Toch is de conclusie, en dat zegt de Inspectie ook, dat „scholen er klaar voor zijn in 2010”.

Toch is het succes van de operatie, zo staat verderop, ook nog „sterk afhankelijk” van de mate „waarin de overheid en toezichtorganen de komende jaren bereid en in staat zijn te zorgen voor stabiliteit in politieke sturing, beleid en toezicht richting de instellingen”. De voorbije periode was „turbulent, merkt het rapport op. „Dat kan ook niet anders, de onderhavige innovatie betreft feitelijk de grootste modernisering van het onderwijs sinds de invoering van de Mammoetwet.”

„Juist daarom maken we ons zorgen over de afloop”, zegt Vincent Feith van de vakbond voor scholieren JOB, droogjes.

Meer over ‘Dijsselbloem’ op nrc.nl/onderwijs