Marktwerking werkt niet overal

Marktwerking blijkt niet overal te leiden tot lagere prijzen en een betere toegang van producten voor de consument. Deze conclusie trok minister van Financiën, Wouter Bos (PvdA) na afloop van het kabinetsberaad van gisteren, waarin het onderzoek ‘Effecten marktwerkingsbeleid’ van de overheid werd besproken.

Zo zijn in de taxisector, bij het decentraal openbaar vervoer en in de energiesector de prijzen gestegen. Dat laatste kwam overigens mede door de stijgende olieprijzen. Gisteren werden de eerste conclusies uit het onderzoek door Bos in Den Haag gepresenteerd. In het onderzoek werd in elf sectoren de invoering van de marktwerking bekeken: de luchtvaart, telecom, post, energie, spoorgoederenvervoer, decentraal openbaar vervoer, curatieve zorg, reïntegratiediensten, kinderopvang, taxivervoer en notariaat.

Uit het onderzoek blijkt dat de consument in elk geval meer keuzevrijheid heeft gekregen en dat de toegankelijkheid van de diensten gelijk is gebleven. In de sectoren luchtvaart, telecom, spoorgoederenvervoer, post en notariaat zijn de prijzen gedaald. In de zorg zijn de premies minder hard gestegen dan op basis van de verwachte zorguitgaven mocht worden verwacht. Maar of de marktwerking in de zorg een succes is bleek niet uit het onderzoek, aldus Bos.

Ook blijkt uit het rapport dat in vijf van de elf sectoren – luchtvaart, telecom, notariaat, kinderopvang en taxi – de werkgelegenheid is toegenomen. In de energiesector, het spoorgoederenvervoer en het decentraal openbaar vervoer is die juist gedaald doordat er efficiënter wordt gewerkt. Bij de post, luchtvaart en telecom is het uurloon niet gestegen. In de energiesector, de kinderopvang, taxiwezen, het notariaat en het decentraal openbaar vervoer wordt wel meer verdiend. „De consument moet meer te kiezen hebben”, reageerd zei minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken (CDA). Haar conclusie uit het onderzoek is dat de doorgevoerde marktwerking functioneert, maar niet in elke sector op dezelfde manier. „De taxibranche komt er niet goed uit.”