Lage Landen verhuizen even naar Boedapest

In Hongarije begint het Nederlands-Vlaamse cultuurfestival LOW van start. Vijfhonderd artiesten staan tot half maart op de podia van Boedapest.

Tijn Sadée

Het begon met een wild plan, bedacht na een paar glazen wijn in een kroeg in Boedapest. „Een weekje Nederlands-Vlaamse cultuur in Boedapest, dat moet toch te regelen zijn,” opperde Jan Kennis, cultureel attaché op de Nederlandse ambassade in Hongarije. „Beslist een mooi idee”, vond zijn Vlaamse ambtgenoot Walter Moens. „Proost!” En ze namen er nog een.

Twee jaar na de sessie in het café begint dit weekeinde in Boedapest het festival LOW – de naam verwijst naar de lage landen. Een ‘weekje’ werd een maand; het budget: 2,5 miljoen euro.

„Het groeide uit tot iets waarvan ik niet had durven dromen”, zegt Kennis. „LOW is het grootste cultuurfestival dat Nederland en Vlaanderen ooit, in samenwerking, in het buitenland realiseerden.” Tot en met 12 maart staan ruim vijfhonderd artiesten uit Nederland en Vlaanderen op de podia van Boedapest dat vol hangt met affiches van het festival.

In het Boedapester Ernst Museum opende het festival gisteren met een tentoonstelling van Vlaming Wim Delvoye. Verderop, in de Kunsthal aan het Heldenplein, waren Pieter van Vollenhoven, staatssecretaris van Europese Zaken Frans Timmermans en zijn Vlaamse collega Geert Bourgeois aanwezig bij een feestelijk diner, met tussen de gerechten door een ballet van de Nederlandse choreografe Neel Verdoorn en een modeshow van ontwerper Addy van den Krommenacker.

Een festival als LOW past volgens Kennis in het nieuwe cultuurbeleid van de ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken. „We willen in het buitenland de Nederlandse kunsten minder verspreid over het jaar aan de man brengen, maar sterk geconcentreerd, zoals op LOW. De impact is dan veel groter.”

In januari noemde Timmermans LOW nog „een lakmoesproef voor een nieuw concept”. Bij succes wil Timmermans ijveren voor een soortgelijk festival in New York. „Nederlanders en Vlamingen delen historisch en cultureel zoveel met elkaar”, zegt de Vlaamse attaché Moens. „Dit is een unieke gelegenheid om te laten zien wat we samen aan hedendaagse kunst in huis hebben.”

Er zijn optredens van New Cool Collective en het Amsterdams Barok Orkest onder leiding van Ton Koopman, er zijn lezingen van schrijvers als Leon de Winter en Lieve Joris, tentoonstellingen van fotografen (Bertien van Manen, Hans van der Meer) en Nederlandse en Vlaamse ontwerpers. Avant-garde-orkest Tetzepi en zijn Vlaamse evenknie Flat Earth Society gaan tijdens LOW de strijd aan in The Battle of the Big Bands. Jazz en rock staan geprogrammeerd in de buik van een afgekeurd Oekraïens vrachtschip op de Donau – de populaire drijvende Boedapester poptempel A38.

Het Hongaarse culturele leven wordt door critici in eigen land al jaren gehekeld om zijn behoudende karakter. Het cultuurministerie ligt onder vuur: er is te veel aandacht voor opera en klassieke muziek, terwijl jonge kunstenaars weinig kans krijgen. Moens: „Met LOW willen we de Hongaren laten zien dat overheidssteun ook bedoeld is voor nog onbekende, vernieuwende kunstenaars. Maar niet om de Hongaren even te laten zien hoe het wél moet, hoor.”

Volgens Kennis hebben vooral beeldende kunstenaars in Hongarije het financieel moeilijk. „In een willekeurige straat in de Amsterdamse Jordaan zijn meer ateliers dan in heel Boedapest. Maar wat opvalt is dat vanuit die undergroundpositie de Hongaarse kunstenaar zich noodgedwongen onderscheidt en daardoor eerder uitblinkt in originaliteit.”

Kunstenaars uit de Lage Landen raken in de ban van het „Midden-Europese levensgevoel”, zegt Moens. „Ik ook. Hier leeft men intenser, de mensen filosoferen makkelijker. Noem het Europa’s twilight zone, tegenover onze Westerse, koele drukdoenerij.”

Een van de bijzondere acts tijdens LOW is de voorstelling Holland Tsunami van het Nederlandse theatergezelschap Space. Op treinstation Oost in Boedapest bouwt Space een apocalyptisch decor voor een doemscenario waarin Nederland door de stijgende zeespiegel onder water verdwijnt. Zestien miljoen Nederlanders slaan op de vlucht en worden opgevangen in Hongarije.

„Holland Tsunami zal veel Hongaren aanspreken”, zegt Kennis. „In Nederland is het amper een onderwerp, maar in de Hongaarse media wordt er veel aandacht besteed aan de mogelijke overstroming van Nederland. Dat wordt hier zeer serieus genomen.”

Met regelmaat vragen journalisten aan Kennis naar de reden van het groeiende aantal Nederlanders met een tweede huisje op het Hongaarse platteland: ‘Bereiden de Hollanders zich voor op het ergste?’ Kennis: „Tsja, wat moet ik daarop antwoorden?”

Voor meer informatie: www.lowfestival.hu