Internationale politiek wordt killer en banaler

Het taalgebruik van de leider van Rusland wordt steeds banaler. „Laten ze hun vrouw koolsoep leren koken”, zei Poetin donderdag over de waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) die voor het eerst sinds vijftien jaar op 2 maart geen toezicht zullen houden op de presidentsverkiezingen in Rusland. Poetin droeg daarmee de OVSE nagenoeg ten grave.

Zijn weerzin tegen de OVSE is exemplarisch. Ook de andere internationale verdragen uit de Koude Oorlog zijn opgeschort of een dode letter geworden. Hoewel vicepremier Ivanov op de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München vorige week zei dat de VS en Rusland de „plicht” hebben om het overleg over wapenbeheersing vlot te trekken, is het klimaat killer dan jarenlang het geval was.

Amerika ging als eerste zijn eigen weg. In 1999 liet de Senaat, gedomineerd door de Republikeinen, het verdrag tegen kernproeven (CTBT) sneuvelen. In 2002 trok Bush zich terug uit het verdrag tegen anti-raket raketsystemen (ABM) omdat dit de unilaterale bouw van een ruimteschild in de weg stond. Kort daarna deed Rusland hetzelfde met het verdrag tot vermindering van strategische wapens (START 2). In 2007 heeft Moskou ook het verdrag over de conventionele troepen in Europa (CFE) opgeschort. En sinds vorig najaar dreigt Poetin het verdrag tegen kernwapens voor de middellange afstand (INF) op te schorten dat Gorbatsjov en Reagan in 1987 sloten en dat het begin van het einde van de koude oorlog markeerde.

In deze wedstrijd heeft Poetin het tij mee. Ten eerste omdat Rusland dankzij zijn deviezenpot en het stabiliteitsfonds nu 640 miljard dollar in kas heeft. Ten tweede omdat de VS nog bijna een jaar moeten wachten op een nieuwe president. Ten derde omdat Rusland zich thuis voelt in de huidige multipolaire wereld, die ex-minister Primakov tien jaar geleden al voorspelde. Moskou heeft de afgelopen jaren op het Euraziatische continent overal posities heroverd en schurkt effectief aan tegen China. Tekenend is de bijna onderdanige houding die de VS nu ten toon spreiden ten opzichte van Centraalaziatische republieken als Kazachstan, Oezbekistan en Kirgizië. Alle daar na ‘9/11’ geopende Amerikaanse bases zijn alweer gesloten op last van deze autoritaire ex-sovjetrepublieken.

Dit klimaat plaatst vooral de NAVO voor dilemma’s. Binnen afzienbare termijn dienen zich twee serieuze conflicten aan: de onafhankelijkheid van Kosovo en de mogelijke toetreding van Georgië en Oekraïne tot het Atlantisch bondgenootschap. Vooral onderhandelingen met Georgië en Oekraïne over een NAVO-lidmaatschap zullen de verhoudingen op scherp zetten. Voor Rusland is een uitbreiding naar die zuidelijke satellietstaten een schrikbeeld. Ernstiger is dat de kwestie de NAVO zelf dreigt te splijten. Amerika, Polen en andere nieuwe lidstaten zijn vóór onderhandelingen over een NAVO-lidmaatschap. Duitsland is tegen. En secretaris-generaal de Hoop Scheffer twijfelt. De toenadering is in een te pril stadium om er al een afgerond oordeel over te vellen. Eén ding is zeker: onderhandelingen zijn alleen zinvol als duidelijk is dat de bevolking van de twee landen er voor ruim meer dan 50 procent plus 1 mee kan instemmen. Vooral in Oekraïne is daarover in de verste verte geen consensus.

Er zijn nog meer kanttekeningen te plaatsen. De NAVO is opgericht om de westerse democratie te verdedigen. Dat Portugal, Griekenland en Turkije lid bleven, toen daar junta’s aan de macht waren, was een smet op dat blazoen. Niet elk land dat verkiezingen organiseert, kwalificeert zich automatisch voor de NAVO. De topconferentie van de NAVO eind april in Boekarest moet daarom eerst overeenstemming bereiken over de militaire én politieke doelstellingen. Daarna zijn er genoeg varianten denkbaar, die de landen onder de rook van Moskou het gevoel geven erbij te horen, zonder dat Rusland onnodig op de kast wordt gejaagd.