Het favoriete boek van priester Antoine Bodar

De tien romans op de shortlist voor de verkiezing van het favoriete buitenlandse boek worden de komende weken besproken door zogeheten boekambassadeurs. Vandaag prijst priester Antoine Bodar De broers Karamazov van Dostojevski.

„Het zou kunnen zijn dat ik niet in God geloof.”

„Gelooft u niet in God, wat scheelt u?”

Woord en wederwoord uit Dostojevski’s Gebroeders Karamazov (1879/1880 – vertaling 1958 uit het Russisch door Jan van der Eng) die zó nog meer eigentijds zijn:

„Het zou kunnen zijn dat ik in God geloof.”

„Gelooft u in God, wat scheelt u?”

Welke vragen zijn belangrijker voor een Rus dan die over het bestaan van God en de onsterfelijkheid van de mens, dan wel „diezelfde kwesties vanuit een andere gezichtshoek”? In gesprek zijn de broers Ivan en Aljosja Karamazov (boek V). De oudere broer Ivan is intellectueel en cynisch. Hij betoogt. De jongere broer Aljosja is gelovig en zachtmoedig. Hij luistert. Beiden zijn als figuren invoelbaar maar vertolken tevens een wereldbeeld – het ene de rede en niets als de rede, het andere de overgave aan God in Christus.

Heeft de mens God geschapen of God de mens? Ivan is opgehouden over die vraag na te denken. Het bestaan van God neemt hij niettemin aan; want hij gelooft in de zin van het leven, in de eeuwige harmonie, „in het Woord Dat bij God was en Dat Zelf God is, enzovoorts, enzovoorts, tot in oneindigheid.” Maar geloven in die door God geschapen wereld met al die kwaadaardigheid en al dat lijden kan en wil hij niet. Daarenboven, zo beweert hij verder, is het onmogelijk je naaste te beminnen; liefhebben kun je juist niet je naaste, hooguit mensen die ver weg zijn en ook dan eigenlijk alleen in abstracto: „Men praat wel eens van de ‘dierlijke’ wreedheid van de mens, maar dat is verschrikkelijk onrechtvaardig en beledigend voor de dieren; het dier kan nooit zo wreed zijn als de mens, zo artistiek, zo geraffineerd wreed.”

Dus: „Als de duivel niet bestaat en hij dus een schepping is van de mens, dan heeft deze hem naar zijn beeld en gelijkenis geschapen.” Uit liefde voor de mensheid wil Ivan geen harmonie: „Die harmonie is te duur, dat entree kan onze portemonnaie niet dragen”, besluit hij alvorens zijn broer het door hem uitgedachte poëem ‘De Groot-Inquisiteur’ voor te dragen: „Aljosja, het is niet God die ik niet aanvaard, ik geef Hem alleen mijn toegangskaartje onder beleefde dank terug.”

Stem op www. hetbesteboek.nl of schrijf naar NRC Handelsblad, Postbus 3372, 1001 AD Amsterdam o.v.v. Beste Boek. Wie zijn stem motiveert laat hem dubbel tellen, wie een recensie schrijft vijfmaal.