Haagse wrevel nekt corporaties

NieuwsanalyseMinister Vogelaar gaat de woningcorporaties een heffing opleggen. Uit hun echec zijn lessen te trekken door andere maatschappelijke organisaties.

Ze hebben zich drie keer misrekend. En nu betalen de woningcorporaties de rekening. Hun private kapitaal wordt ingezet voor de publieke kas en de publieke zaak.

De corporaties zijn particuliere organisaties met een publieke opdracht: woningen bouwen en verhuren aan mensen met een smalle beurs. Dat onderscheidt corporaties van het bedrijfsleven (‘de markt’) en de overheid. Deze categorie is groot. Ze heten het maatschappelijk middenveld, of maatschappelijke ondernemingen: ziekenhuizen, scholen, universiteiten, omroepen, pensioenfondsen.

Dit kabinet is van hen gecharmeerd. Ze komen tegemoet aan waarden die CDA en PvdA delen: particulier initiatief, maar met een collectief karakter, professionele uitvoerders van cruciale maatschappelijke taken, maar dicht bij hun ‘klanten’.

Dat is de theorie. Nu de praktijk. De corporaties zijn de laatste jaren steenrijk geworden door de dalende rente, stijgende huizenprijzen en krimpende investeringen. Ze hebben dan wel een publieke missie, maar kiezen vergelijkbare doelen als private bedrijven: liever een sterke financiële positie dan zo veel investeren dat bankroet dreigt. Pas sinds een jaar of twee groeien de investeringen weer, door de herleving van het gedachtengoed van volkshuisvesting en wijkverheffing.

Te laat. Hun vermogens worden geconfisqueerd. De invoering van winstbelasting voor corporaties door minister Bos (Financiën, PvdA) levert de schatkist vanaf dit jaar 500 miljoen euro op. Het Rijk stond slechts een minieme huurverhoging toe – een stimulans voor de koopkracht van burgers. En minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) besloot deze week de hele sector jaarlijks aan te slaan voor 75 miljoen euro. Het geld gaat naar ‘haar’ veertig achterstandswijken.

Vogelaars voorgangers waren zuinig met zulke heffingen. Ze vonden dat corporaties zaken onderling moesten regelen. Zo toerde de directeur van het armlastige Centrade (Lelystad) anderhalf jaar langs zo’n 100 collega’s om 50 miljoen euro voor investeringen bij elkaar te ‘bedelen’.

De rumoerige confiscatie van de corporatievermogens roept de vraag op: wie volgt? Moeten andere maatschappelijke ondernemingen ook bang worden?

Dat lijkt op het eerste gezicht niet zo. De corporaties zijn op één punt wezenlijk anders: ze zijn rijk dankzij hun vastgoed. Andere maatschappelijke ondernemingen krijgen wel miljarden via de rijksbegroting of verplichte premies, maar zij houden geen geld over. De uitzondering zijn de zorgverzekeraars. Zij hebben na de invoering van de basispolis per 2006 in een concurrentieslag ongeveer een miljard euro verlies geleden. Dat gaat ten koste van hun vermogen.

Maar de corporaties staan niet alleen. De ziekenhuizen voeren vrijwel permanente strijd tegen het kabinet over de hoogte van hun begroting, de kortingen daarop en de gevolgen voor hun ‘productie’. De corporaties willen naar de rechter om de invoering van de winstbelasting te bestrijden.

En dan is er nog strijd om de afbakening van werkterreinen. De scheidslijnen tussen private activiteiten, de rol van de overheid en de actieradius van maatschappelijke ondernemingen zijn onduidelijk en in beweging. Voorbeeld: de verzekeraars verloren deze week een rechtszaak tegen Pensioenfonds Zorg en Welzijn over de vraag of het fonds ook commerciële polissen mocht aanbieden. Dat mag.

Ook bij de corporaties is de vraag actueel: wat is hun kerntaak? Die verschuift. Ze bouwen niet alleen huizen, maar ook scholen, welzijns- en zorginstellingen. Corporaties klagen dat gemeenten eigenlijk willen dat zij ook buurt- en welzijnswerk betalen.

Welke lessen kunnen andere middenvelders trekken uit het echec van de corporaties? De eerste: het gevaar van publieke onvrede, bijvoorbeeld over hoge beloningen voor bestuurders. Je kunt jezelf niet beroepen op je publieke taak om geen winstbelasting te betalen, maar tegelijk ook aan top gaan met beloningen alsof je een bedrijf bent. Dat heeft de corporaties in Den Haag veel sympathie gekost.

De tweede les hangt daarmee samen. Wie zijn financiële positie boven zijn publieke taak stelt, zoals de woningproductie bij de corporaties, maakt zichzelf extra kwetsbaar. Of: is voetbal een taak van de publieke omroep?

De derde les komt uit het bedrijfsleven. De ‘aandeelhouders’ van het middenveld willen, net als beleggers bij bedrijven, waar voor hun geld. Effectief toezicht op en verantwoording over geleverde prestaties staan centraal. Dat wil het kabinet regelen in een aparte rechtsvorm voor maatschappelijke ondernemingen.

Dat het aan verantwoording schort, bleek deze week in het voortgezet onderwijs, dat groeiende reserves heeft. Net als corporaties zijn scholen bestuurlijk gezien privaat. Maar zij werken wel met belastinggeld. De accountants van het ministerie van Onderwijs onderzochten jaarverslagen van zestig scholen. Kenmerkende zinsnede in een brief van staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) aan de Tweede Kamer: de toelichtingen op de verslagen blijken te summier om inzicht te krijgen in de verhouding tussen de reserves en de risico’s die de scholen lopen.

Onderwijsbond Aob valt al jaren de riante vermogensposities in het onderwijs aan. Doe er wat mee, is de boodschap. Opvallend cijfer van de Aob: scholen in het basisonderwijs bezitten samen voor een half miljard euro aan effecten. Dat zijn bedragen waar de rekenaars op Financiën wel raad mee weten.