Groeien met een coach

Steeds meer mensen schakelen een coach in om hun werk beter aan te kunnen. Wat te doen aan tijdnood en hoe kom je beter over op je klanten? ‘Een rendier, dat ben ik!’

‘Wie ben je?” vraagt coach Willem Plandsoen. „Wie ben je?” Hij stelt de vraag wel tien keer, om door te dringen tot het onderbewustzijn van zijn cliënt. „Maar, wie bén je dan?” In een klein kantoortje in een Amsterdams gebouw vol jonge bedrijven, zoekt zijn cliënt naar zijn persoonlijke missie. Staand, met gesloten ogen, beantwoordt hij Plandsoens vragen. Wat zijn zijn waarden, wat ziet hij op een dag, met welk dier identificeert hij zich? Tot die persoonlijke missie zich openbaart. Vervolgens – de ogen blijven dicht – beantwoordt hij dezelfde vragen nogmaals, maar nu met zijn missie in het achterhoofd. „Een heel bijzonder stukje coaching”, zegt Plandsoen.

En het lijkt te werken. Na een half uur van vragen is zijn cliënt erachter dat hij „een creatief, kwetsbaar, humorvol persoon is, die mensen stimuleert om out of the box te denken”. En inderdaad ziet hij zichzelf en zijn toekomst anders, nu zijn missie helder is. Vergeleek hij zich eerst met een hond, omdat het zo’n loyaal gezelschapsdier is, nu roept hij: „Ik ben een hert! Of nee, zo’n beest dat voor de kerstman uitrijdt!” Hij legt uit dat hij zich nu eerder daarmee associeert, omdat ze trotser en actiever zijn dan honden, beter weten welke kant ze opmoeten. „Een rendier, dat ben ik!”

Dit is een van de manieren waarop Plandsoen en de andere coaches van Dreamjob dagelijks mensen helpen erachter te komen wat ze willen in hun werk. Deze cliënt klopte bij Plandsoen aan omdat hij na een matig succesvol bestaan als zelfstandige weer vast werk zocht, maar niet wist wat. Inmiddels heeft hij een baan geaccepteerd als octrooiadviseur. Gelukkig blijkt zijn persoonlijke missie daarmee in overeenstemming, verzucht hij na deze intensieve, afsluitende sessie.

Coaches zijn niet meer alleen voor de elite. Ontslagen, voor het eerst leidinggeven of gewoon niet gelukkig: steeds meer mensen schakelen een coach in om veranderingen op het werk beter aan te kunnen. In een beperkt aantal sessies helpt de coach met een concrete vraag. Bijvoorbeeld: hoe zeg ik beter nee, waarom kom ik altijd in tijdnood of hoe kan ik beter overkomen op mijn klanten? De baas betaalt, want die profiteert mee.

Terwijl het fenomeen vijf jaar geleden nauwelijks bestond, biedt bijna elk groot bedrijf zijn werknemers nu coaching aan. Eerst alleen voor de top, maar inmiddels komt het ook voor jongere werknemers binnen bereik. Neem Randstad, waar in principe elke medewerker in aanmerking kan komen voor een externe coach. „Het is vaak effectiever dan een training, omdat het op de persoon wordt toegesneden”, zegt Charlotte Evers van de afdeling management development. Ook advocaten kunnen sinds een paar jaar in het kader van hun permanente scholing ‘studiepunten’ halen door een erkend coachingsprogramma te volgen. Zelfs een enkele student krijgt het advies bij een coach aan te kloppen. Beroepsvereniging Nobco telde in 2003 nog 50 coaches, zegt secretaris Alex Engel, nu zijn het er 1.350. Hij schat het totaal in Nederland op 4.000.

De groei van coaching past in de trend dat werknemers meer verantwoordelijk worden voor hun eigen ontwikkeling, en dat persoonlijke vaardigheden belangrijker worden dan kennis. Stuurden bedrijven hun employees eerst misschien sneller naar een cursus Europees recht, nu leren ze hoe ze zich goed kunnen inwerken in een nieuw werkterrein. „Wij willen bereiken dat medewerkers zichzelf beter begrijpen”, zegt directeur HR Peter Schansman van Deloitte. Het accountancy- en advieskantoor biedt bijna alle ervaren medewerkers een coach aan. „Over het algemeen zijn dit soort werknemers niet de meest reflectieve mensen.”

De drempel om naar een coach te gaan is inmiddels weg, zegt Engel. Gingen mensen een aantal jaar geleden eerder in therapie, nu nemen ze een coach. „Ik merk dat psychologen terrein verliezen aan de coaches”, zegt Engel. „Je gaat niet zo snel naar een psycholoog, want dan ben je ziek. Een coach neem je om te groeien.” Volgens Engel dreigt de populariteit zelfs een beetje door te slaan. „Het is heel erg in om een coach te hebben. Mensen hebben een mooie auto, een duur mobieltje en een coach.”

De vragen waarmee cliënten naar een coach gaan, variëren sterk. Zo is directeur Rüna Honig van Honig Coaching gespecialiseerd in het coachen van juristen, en helpt hen met alles wat hen beter doet functioneren in hun werk. Efficiënter werken, constructiever feedback geven. Maar ook het beheersen van de finesses van de kantoorpolitiek. „Stel je zit als beginnend advocaat aan de lunch met een paar compagnons. Hoe moet je je dan gedragen? Zeg je niks, of voer je juist uitgebreid het woord?” Plandsoen krijgt naast werknemers die beter willen functioneren ook cliënten die op zoek zijn naar een andere baan. Zij komen vooral van bedrijven, maar ook via uitkeringsinstantie UWV. Wat de vraag ook is, na een beperkt aantal sessies moeten cliënten hun ‘coachdoel’ hebben bereikt.

De weg naar dat doel kan dramatisch verschillen. Bij Tijn Bettink van Spaarne Coaching geen ‘energietherapie’, zoals Dreamjob soms toepast. Hij heeft in zijn woning in Haarlem een huiselijke werkruimte ingericht waar hij en zijn cliënt Jos Stoel in diepe fauteuils zitten te praten, kop thee erbij. De student Stoel probeert om te gaan met zijn perfectionisme en wil weten hoe zijn soms negatieve gevoelens in toom kan houden. Bettink leerde hem die gevoelens te zien als verschillende personen, met wie te praten valt. „Je had De Neerhaler op je schouder en je kreeg hem er niet af”, zegt Bettink. „Was dat omdat je dat niet wilde of omdat je hem niet kende?”

Coach Rüna Honig heeft weer een praktischer aanpak. Ze vertelt over een stagiair op een advocatenkantoor die tijdens een borrel van een onbekende partner de opmerking kreeg dat „hij zich wél wat meer moest profileren”. Samen bedachten ze wat geschikte ‘profileermomenten’ zijn en wat hij dan concreet kon doen. Als opdracht deed hij op de volgende sectievergadering een eigen voorstel.

Dit verschil in stijl is een van de zwaktes van coaching. Want hoe kies je uit 4.000 coaches de goede? Wie rondneust op de website van branchevereniging Nobco ziet dat het coachingswereldje vergeven is van de handopleggers, tarotkaartenleggers en zwevers. Coach is geen beschermd beroep, er is geen erkende opleiding voor. Velen doen het naast een andere baan. „Iedereen kan een bordje op de deur spijkeren en zich coach noemen”, zegt Engel. Zelf ziet hij bijvoorbeeld dat sommige psychotherapeuten zich opeens coach noemen, omdat ze zo denken meer klanten te trekken.

De Nobco heeft de ‘registercoach’ ingevoerd als poging tot kwaliteitslabel. Alleen coaches met voldoende opleiding en ervaring komen daarvoor in aanmerking. Dat zijn er nu een kleine 200; 10 tot 15 procent van de aanvragen wordt afgewezen. Overigens is dit geen garantie dat het traject vrij is van esoterie. Zo zijn er ook registercoaches die „op zoek gaan naar jouw gouden boeddha” of „Japanse Tuin Opstellingen” gebruiken om „groei in liefde en bewustzijn te stimuleren”.

Bedrijven hanteren vaak een lijst met coaches waar werknemers uit mogen kiezen. Dat doet Deloitte bijvoorbeeld, zegt Peter Schansman. Daar staan coaches op met aantoonbare ervaring die vaak zelf in een hogere managementfunctie hebben gewerkt. „Met mensen in de vage sfeer houden we ons niet bezig. Als een medewerker dat wil, moet hij dat zelf regelen.” Randstad hanteert ook een lijst met betrouwbare coaches, maar selecteert niet op zweverigheid. „Het resultaat op de werkvloer is het belangrijkst”, zegt Evers. „Als de insteek wat spiritueler is, kan dat voor sommige coachingsvraagstukken wel helpen.” In een gesprek met de gecoachte en zijn leidinggevende toetst Randstad aan het eind van een traject of de werknemer ook echt beter is gaan functioneren.

Wat verder opvalt is dat veel coaches zelf gestruikeld zijn in hun werk. Willem Plandsoen werd ooit ontslagen, Bettink voelde zich niet gelukkig als inkoper bij een energiebedrijf. Anderen melden burn-outs of liepen anderszins vast. „Dat kan goed kloppen”, zegt Engel van de Nobco. En volgens hem is dat vooral positief. „Als iemand twee scheidingen heeft meegemaakt, kan hij mensen helpen die in dezelfde situatie zitten.”

Het belangrijkst is dat het klikt. De Nobco vindt dan ook dat een coach een gratis kennismaking moet aanbieden, om uit te zoeken of hij en de cliënt op één lijn zitten. En dat klanten kunnen klagen: de branchevereniging heeft ook een klachtenprocedure. Klachten gaan vaak over schending van de geheimhoudingsplicht, zegt Rüna Honig die in de klachtencommissie zit. Zo was er een coach die zonder toestemming van zijn cliënt aan diens werkgever had gemeld dat hij een andere baan had aangenomen. Coaching als beroep mag dan nog in de kinderschoenen staan, de populariteit lijkt er niet onder te lijden. „Ik heb me wel eens afgevraagd of dit een tijdelijk trendje is”, zegt Engel van de branchevereniging. „Maar ik zie toch duidelijk een structurele ontwikkeling.” Zijn eigen praktijk blijft maar doorgroeien. „En van collega’s hoor ik ook alleen maar: druk, druk druk.”