Geen appel tussendoor

Hoe belangrijk is het om de hoeveelheid vet in het lichaam te verminderen?

Op onze polikliniek heb ik afgelopen jaren een paar keer meegemaakt welke enorme effecten gewichtsreductie heeft op hypertensie (hoge bloeddruk), vetstofwisselingsstoornissen en op diabetes – allemaal gevolgen van vetdisfunctie en allemaal onderdeel van het metabool syndroom.

Onlangs kreeg een man van middelbare leeftijd, bij wie recent diabetes was ontdekt, het voor elkaar om ongeveer vijftien kilo lichaamsgewicht kwijt te raken. Hiermee verdween de diabetes en kon de insulinetherapie worden gestopt. Zo indrukwekkend kunnen de effecten van gewichtsreductie zijn.

Ook uit grote wetenschappelijke studies blijkt dat gewichtsreductie leidt tot een aanzienlijke afname van risico op het ontstaan van diabetes. Wanneer het lichaamsgewicht wordt gereduceerd, bij iemand met overgewicht, dan wordt het lichaam weer gevoeliger voor insuline en wordt vetdisfunctie verminderd.

Overgewicht, en dan met name vet in de buik, is een belangrijke veroorzaker van vetdisfunctie en het metabool syndroom. De kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten en op diabetes wordt er aanzienlijk hoger door.

De vraag is dan hoe je gewichtsreductie daadwerkelijk voor elkaar kunt krijgen. Het voor de hand liggende antwoord is natuurlijk: minder eten. Eigenlijk is het ook niet veel ingewikkelder dan dat. Wanneer je lichaamsgewicht toeneemt, of wanneer er sprake is van overgewicht, dan komen er meer calorieën binnen dan ‘eruit’ gaan. Je eet relatief gezien te veel.

De kunst is om de inname van calorieën te verminderen. Je kan ook aan de ‘uitgave’-kant werken door meer te gaan bewegen, maar dan moet je ontzettend veel sporten om een beetje calorieën te verbranden. Meer lichaamsbeweging is heel goed: vet disfunctie en insuline- resistentie verbeteren er door. Dat is heel nuttig en heeft zeker ook effecten op het ontstaan van hart- en vaatziekten en diabetes. Maar extra lichaamsbeweging beïnvloedt het lichaamsgewicht nauwelijks. Dus daar hoef je het niet voor te doen.

Diëten hebben alleen een gunstig effect op lichaamsgewicht wanneer door dat dieet minder calorieën worden gegeten. Het is niet bewezen dat gezondheidseffecten komen door bijzondere intrinsieke eigenschappen van een dieet. Het gaat eigenlijk vooral om de calorieën. Er bestaan inhoudelijke verschillen tussen allerlei diëten. Uit onderzoek blijkt dat het eigenlijk niet uitmaakt welk dieet je volgt. Een ‘beste dieet’ bestaat niet. Een dieet heeft vooral effect als je er minder door gaat eten. Dat kan je natuurlijk ook gewoon doen, zonder een fancy dieet.

Los van de totale hoeveelheid calorieën die we iedere dag eten maakt het mogelijk ook uit hoe vaak je eet. Ongeveer anderhalf uur na een maaltijd zijn de koolhydraten uit die maaltijd grotendeels verwerkt en moet het lichaam voor de energiehuishouding overschakelen op vetverbranding. Wanneer je op dat moment weer wat eet, dan blijft het lichaam in de stand van koolhydraat verbranding. Dan kom je niet toe aan vetverbranding. In tussendoortjes zitten vaak koolhydraten, ook in appels bijvoorbeeld. Als idee – maar dat is niet wetenschappelijk bewezen – is het goed om koolhydraatvrije periodes van voldoende lengte te hebben tussen de maaltijden om vet te verbranden. Dus voldoende eten tijdens de maaltijden en geen tussendoortjes. Die appel is natuurlijk gezond om te eten, maar dan als onderdeel van een maaltijd. Bij overgewicht is het adagium wat betreft eten: niet te veel en niet te vaak.

Volgende week: zijn we eigenlijk vissen?

Frank Visseren is internist en epidemioloog in het UMC Utrecht. Voor vragen en reacties: Zbrieven@nrc.nl. Voor weblog (met de vorige afleveringen): nrc.nl/visseren