Gebruik merknaam vooraf ontzeggen, achteraf toetsen

”Het merkenrecht moet worden ingeperkt”, schrijft Wolfgang Sakulin (Opinie & Debat, 1 februari). Volgens de promovendus ”dragen” merken ”vaak meerdere lagen van betekenis.” Daar zijn ook lagen bij die, zo betoogt Sakulin, buiten de strikt commerciële werking van een merknaam vallen. Daarmee zouden deze merknamen vogelvrij publiek bezit worden in de zin dat het principe van de vrijheid van meningsuiting een ieder à priori zou toestaan om merken buiten een commerciële context vrijelijk te gebruiken om de één of andere mening te onderstrepen of kracht bij te zetten. Zo kwam Geert Wilders op een pakje Marlboro terecht zonder dat de merkhouder daarvoor toestemming had verleend.

Ten onrechte kent Sakulin aan het principe van de vrijheid van meningsuiting een autonome en absolute waarde toe die per definitie de juridisch vastgelegde ”strikte noodzaak” onbeperkt zou inhouden, zodanig dat ongebreideld politiek of artistiek gebruik van merken zou toestaan. Die ”strikte noodzaak” is in het geval Marlboro-Wilders niet objectief aantoonbaar.

Sakulin verwart het maatschappelijk belang van de vrijheid van meningsuiting met de ”strikte noodzaak” die - van geval tot geval - door de niet-commerciële gebruiker van andermans merknaam zal moeten worden aangetoond. Vaak wordt vergeten dat het principe van de vrijheid van meningsuiting geen absolute vrijheid geeft om meningen te uiten. Het principe, zoals in de Nederlandse Grondwet vastgelegd, staat slechts toe om meningen te uiten zonder toestemming vooraf. Het specifieke karakter van het merkenrecht is nu juist dat de merknaamhouder derden het gebruik van zijn merknaam vooraf mag ontzeggen én dat hij bij overtreding het gebruik achteraf mag laten toetsen. Dit alles omdat een merk ten principale dient om producten en diensten van elkaar te onderscheiden en dus juist niet om `meerdere lagen van betekenis` te creëren.

Niet-geautoriseerde niet-commerciële gebruikers dienen `strikte noodzaak` aan te tonen wanneer zij tegen de zin van de merknaamhouder in het uitoefenen van hun recht op vrije meningsuiting zijn merknaam of logo hebben misbruikt. Wanneer merknaamhouders het recht op verbod dan wel toetsing van buiten-commerciëel gebruik van hun merken zou worden ontnomen, zoals Sakulin voorstelt, dan zou daarmee niet alleen het merkenrecht maar ook het algemene voor iedereen geldende recht om meningen te toetsen worden uitgehold. Dat is zeer onwenselijk.