Een man tussen kleuters

Van de kleuterjuffen is minder dan twee procent man. Willem Berghoef (46) is vorig jaar afgestudeerd aan de deeltijdpabo. Martine Zuidweg

Kleutermeester Willem Berghoef in zijn klas. ‘Ik sta bijna nooit. Dat communiceert zoveel makkelijker.’ foto flip franssen Nederland, Nijmegen, 11-2-2008 Willem Berghoef, een kleutermeester op een basisschool in Lindenholt. Foto: Flip Franssen basisonderwijs Franssen, Flip

Waarom bent u het kleuteronderwijs in gegaan?

“Ik zag mezelf eerst vooral als leerkracht van de bovenbouw. Tijdens de stages kwam ik erachter dat de kleuterklas veel leuker is. Kleuters begeleid je op de eerste stappen in hun ontwikkeling. Je ziet ze in die twee jaar zo groeien! Van hele kleine mensjes waarvan ik af en toe denk: jij zou nog helemaal niet op school moeten zitten, tot kinderen die een leesboekje pakken en rustig in een hoekje gaan zitten. Het is heel mooi om die ontwikkeling te zien. Die eerste twee jaar krijgen ze in feite de basis voor hun verdere schoolloopbaan.”

Maar u ging de pabo toch doen om bovenbouwleerkracht te worden.

“Ik dacht dat het lastig zou zijn om met die hele kleine mensjes om te gaan. Zo’n mannetje van vier komt nog niet tot je middel. Dan sta je daar als grote man. Ik ben 1,86 meter, niet extreem groot, maar met een vierjarige die net de school binnenkomt, is dat al gauw een meter verschil. Maar tijdens de stages merkte ik dat het die kinderen niet uitmaakt. En als een kind op de mat gaat zitten, ga ik ook op de mat zitten. Ik sta bijna niet in de groep. Ik zit op mijn kruk met wieltjes en ik rij de klas rond. Zo kom ik bij ze langs. Het communiceert zoveel makkelijker.”

Waarom kiezen dan zo weinig mannen voor kleuteronderwijs?

“Het vooroordeel zal meespelen dat je de hele dag billen loopt af te vegen en veters te knopen. Wat overigens niet waar is, want kinderen komen hier pas als ze zindelijk zijn en zoveel veters zijn er niet meer. Ja, af en toe piest iemand in z’n broek, dan geef ik een schone. En ze stoten wel eens bekers om. Maar ze leren ook dat ze dan een doek moeten pakken en moeten dweilen. Af en toe loop ik zelf te dweilen, maar hoe erg is dat nou?

“Het kleuteronderwijs heeft weinig status. Ik denk dat mannen daar gevoeliger voor zijn dan vrouwen. Het idee heerst dat kleuters alleen maar spelen op school. Mijn studiegenoten zeiden: wat moet je nou de hele dag met kleuters. Ze vinden dat je niet op niveau met kleuters kunt praten. Maar ik vind het juist een uitdaging om kleine kinderen te laten nadenken over grote zaken. We hadden pas het heelal als thema. Ik had een klein planetarium gemaakt, met een lampje dat de zon voorstelde, een wereldbol en een maan. We lieten ze om elkaar heen draaien zodat je de schaduwen zag ontstaan. En dan heb ik hele leuke gesprekken met die kleuters. Kinderen blijken al van alles te weten over de kosmos.”

Vind je het belangrijk dat er mannen voor de kleuterklas staan?

“Ja. Mannen hebben een andere manier om kinderen aan te spreken. Kinderen mogen ook meer van mij, bijvoorbeeld tijdens een gymles. Ik ben heel erg van: kinderen, probeer het maar uit. Ik zie het even aan om te kijken hoe iets zich ontwikkelt, anderen geven eerder een grens aan.

“Ik merk ook dat je als kleutermeester belangrijk bent voor jongetjes uit gebroken gezinnen, die vaak bij hun moeder wonen. Sommigen komen hun vader nooit meer tegen. Het is niet zo dat ik de vaderrol overneem. Maar voor deze jongetjes belangrijk dat ze ook eens van een man te horen krijgen waar hun grenzen zijn, wat de afspraken zijn en dat we ons daaraan moeten houden.”

Is de pabo een goede leerschool voor een kleuterleerkracht?

“Ik vind dat er veel te weinig aandacht wordt besteed aan hoe je met kleuters kunt werken. Je hoort studenten regelmatig roepen: ja maar die kleuters kunnen toch niks. Dat bestrijd ik. De meeste kinderen die hier op school komen, kunnen juist al ontzettend veel. Het is meer de onmacht om daarop in te haken, die het lastig maakt. Vanaf groep 3 werken ze met methodes. Dan weet je als leerkracht van dag tot dag wat je moet doen. In het kleuteronderwijs heb je nauwelijks methodes. Wij bedenken zelf thema’s en ontwikkelen daar materialen bij: woordkaartjes, instrumentjes. Dat leer je niet op de pabo. Ik heb het in de praktijk geleerd, hier op school. Het zou goed zijn als de pabo meer handvatten gaf voor wat je met kleuters kunt doen. Misschien dat andere mannen dan ook enthousiaster worden.”