‘De VN bouwen staat op in een laboratorium’

Een macht van buiten kan Oost-Timor niet het gevoel van gezamenlijkheid geven dat nodig is om de nieuwe staat te laten slagen. ‘Dat moet van binnenuit komen.’

Dewi F. Anwar Foto A. Salman INDONESIA, JAKARTA - WEDNESDAY, 13 FEBRUARY 2008. Prof Dewi Fortuna Anwar was C.V. Starr Distinguished Visiting Professor in Southeast Asian Studies at the SAIS (Johns Hopkins University) in Washington DC from January to May 2007. She is the Director for Program and Research at The Habibie Center, Research Professor and Deputy Chairman for Social Sciences and Humanities at The Indonesian Institute of Sciences (LIPI), and a member of the Board of Directors of CIDES (Center for Information and Development Studies). Dr Anwar briefly held the position of Assistant to the Vice President for Global Affairs (May-July 1998) and that of Assistant Minister/State Secretary for Foreign Affairs (August 1998-November 1999), during the Habibie administration. Dr Anwar had worked as a Research Fellow at the Institute of Southeast Asian Studies in Singapore (1989) and as a Congressional Fellow at the US Congress in Washington D.C. (1990-1991). Dr Anwar is a Member of the International Council, the Asia Society, New York, a Board Member of The Asia Australia Institute in Sydney, a member of the Weapons of Mass Destruction Commission (WMDC), based in Stockholm, and a member of the International Advisory Board of the Asia-Pacific College of Diplomacy, ANU, Australia. Photo by: deNy/JiwaFoto deNy/JiwaFoto

Het is alleen maar in het voordeel van Indonesië als president Ramos-Horta van Oost-Timor snel geneest van de verwondingen die hij maandag opliep bij een mislukte coup. Want ook Indonesië is gebaat bij stabiliteit in de voormalige provincie.

Hoogleraar Dewi Fortuna Anwar praat even alsof ze nog staatssecretaris van Buitenlandse Zaken is: „We willen daar geen failed state vol criminele of terroristische organisaties. En ook geen Australische satellietstaat. Maar gewoon een zelfstandig, stabiel land.”

Tegenwoordig is Anwar weer verbonden aan het Indonesisch Instituut voor Wetenschappen in Jakarta, maar tien jaar geleden was ze woordvoerder en een van de belangrijkste adviseurs van president Habibie.

Habibie was de laatste vicepresident van president Soeharto. Toen deze in mei 1998 gedwongen werd af te treden, nam Habibie voor 512 dagen de macht over. Een van zijn besluiten was het organiseren van een referendum in Oost-Timor. Anwar heeft de ontwikkelingen in het buurland daarom met meer dan gewone aandacht gevolgd.

Anwar: „We dachten dat als het Indonesische element verwijderd zou zijn, het volk van Timor zich zou scharen achter het gezamenlijke ideaal van het opbouwen van hun land. Maar gebleken is dat er juist een grotere onderlinge verdeeldheid is ontstaan. Op zich doet me dat denken aan onze eigen geschiedenis. Zolang Nederland onze gezamenlijke vijand was, waren we redelijk verenigd. Maar meteen na de onafhankelijkheid waren er veel interne, langdurige conflicten. Wat dat betreft is wat er nu gebeurt in Oost-Timor misschien structureel onderdeel van de ontwikkeling van een nieuwe staat.”

Alleen speelt in Oost-Timor behalve buurland Australië ook de internationale gemeenschap, via de Verenigde Naties, een grote rol.

„De VN zijn bezig met het opbouwen van een staat in een soort laboratoriumsituatie. Het opbouwen van dit land werd door iedereen gezien als de taak van de VN, omdat zij bij de onafhankelijkheid zo sterk betrokken waren geweest. Maar dat is een zwaard dat aan twee kanten snijdt. De uitdagingen hier zijn aan de ene kant infrastructureel en aan de andere kant sociaal-cultureel en moreel. De eerste zijn relatief eenvoudig aan te pakken. Als je geen scholen hebt, bouw je scholen. Geen wegen, dan leg je wegen aan. Enzovoorts. Maar om de kloof te overbruggen in de samenleving tussen mensen die altijd op het eiland gebleven zijn en zij die zijn teruggekeerd uit het buitenland is iets anders. Het is ook niet eenvoudig het land te verenigen achter een gezamenlijk gevoelde bestemming, dat is de uitdaging. De VN kunnen assisteren bij het bouwen van fysieke infrastructuur of het adviseren bij het opzetten van instituties. Maar een macht van buitenaf kan niet het gevoel van gezamenlijkheid doen postvatten. Dat moet van binnenuit komen.”

Dat is dus niet mogelijk?

„De VN hadden een duidelijker beeld moeten hebben van waar ze heen wilden. Is het een project van vijf jaar? Van tien jaar? Dat was niet helder. Wat is de exitstrategie? Je kunt niet zomaar de hele tijd in en uit gaan met je veiligheidstroepen.”

Dat is toch wat de Australiërs doen: in 1999, in 2006 en nu weer.

„Om op de korte termijn de situatie te stabiliseren en rellen op straat te beëindigen, werkt dat. Als het mis gaat komen steeds van die gespierde Australiërs en alles wordt weer rustig. Maar die afhankelijkheid van externe machten verlengt in feite het proces van natievorming. Want Oost-Timorezen krijgen het gevoel dat er altijd buitenlandse machten zijn die voor hen zorgen, zodat ze hun eigen problemen niet hoeven op te lossen.

„Bovendien: denk je eens in wat het effect is van zo’n grote groep westerlingen binnen zo’n kleine gemeenschap. Ze ontwrichten de economie van het land. De lokale bewoners voelen zich bedreigd in hun bestaan, en ze hebben het gevoel opnieuw te zijn gekoloniseerd. Deze keer door de Australiërs. Al die witte gezichten kijken neer op de lokale gemeenschap. Dus aanwezigheid van VN-personeel is alleen voor de korte termijn een remedie maar op de langere termijn kan dat zelf een probleem vormen. Ik ben eerlijk gezegd blij dat het niet meer het probleem is van Jakarta op dit moment.”