De stelling van Theo de Roos: Justitie moet beter leren omgaan met kritiek

Rechters moeten een onderlinge toetsing ontwikkelen die controleerbaar is. Het adagium: ik ben rechter, ik heb met niemand iets te maken, is niet vol te houden, zegt Theo de Roos tegen Elsbeth Etty.

De voorzitter van de procureurs-generaal Harm Brouwer wil naar aanleiding van de uitzending van Peter R. de Vries over de zaak Holloway een maatschappelijk debat over de rol van burgers bij de strafrechtelijke opsporing. Moeten burgers zich actiever bemoeien met de opsporing?

„Iedereen moet beseffen dat burgers, inclusief journalisten, dergelijke acties kunnen ondernemen, dat die ruimte er is. Brouwer zegt dat het debat moet gaan over de grenzen die zowel de overheid als de burgers in acht moeten nemen. Een gevaar blijft, daar heeft het OM in Aruba ook op gewezen, dat een actie als van De Vries het onderzoek kan doorkruisen. Je kunt niet helemaal uitsluiten dat in dit soort situaties stilzwijgend deals ontstaan waarbij justitie denkt: laat De Vries dat maar doen, dan kunnen wij geen vuile handen maken.”

Gebeurt het weleens dat justitie, om toestemming van een rechter-commissaris of andere beperkingen te omzeilen, particulieren inschakelt voor bepaalde activiteiten?

„Ik denk het niet, het is te riskant. Als boven water komt dat justitie bij zoiets betrokken is, maakt zij zich verantwoordelijk voor alles wat er vervolgens gebeurt. Ik heb daar geen voorbeelden van en het past ook niet bij het beroepsethos van het Openbaar Ministerie, dat daar traditioneel huiverig voor is, misschien wel té huiverig. Daar wil Harm Brouwer nu juist een debat over. Hij wil de luiken wat opengooien, in tegenstelling tot zijn voorganger De Wijkerslooth, die meer naar binnen gericht was en afhoudend tegenover de pers.”

Moet de wet veranderd worden zodat particulieren meer bevoegdheden krijgen bij het opsporen van misdrijven?

„Dat niet, er moet wel worden gewezen op de gevaren als grenzen worden overtreden. In de Deventer moordzaak meende Maurice de Hond de schuldige te kunnen aanwijzen. Daar omheen surft een groep mensen die zich ermee bemoeit. Dat krijgt al snel iets van een posse, een groep jagers. Zolang zoiets gebeurt om iemands onschuld aan te tonen kan het als gezonde kritiek worden aangemerkt. Als er schuldigen worden aangewezen, kan het doodenge effecten hebben. Over de toestand in Drachten, waar een menigte klaar stond om Joran van der Sloot aan te pakken of de oproep van het roddelblad Party, ‘Afmaken dat monster’, mag iemand als De Vries zich ook weleens achter de oren krabben.”

Zal het debat dat Brouwer nu op gang wil brengen burgers meer ruimte geven om justitie te corrigeren?

„Door de parlementaire enquête onder leiding van wijlen Maarten van Traa werd duidelijk dat al veel mogelijk was. De bevoegdheid om ‘burgerinformanten’ en ‘burgerinfiltranten’ in te zetten staat nu keurig in de wet omschreven. Er zijn mogelijkheden voor anonieme tips, er zijn tipgelden. Er is dus al een behoorlijke betrokkenheid van burgers bij strafrechtspleging mogelijk en de politie kan ook niet zonder. Van oudsher speelt ook de journalistiek haar eigen rol daarin, vaak in positieve zin tot en met riskante vormen à la Peter R. de Vries.”

Waarom is dat een riskante vorm?

„Hier gaat het niet om een individuele journalist maar om een instituut, een apparaat. Ik heb altijd nog op mijn netvlies die gijzelingszaak in het Limburgse Helden waarbij De Vries als bemiddelaar optrad. Hij had toen verschillende petten tegelijk op, die van journalist en onderhandelaar.”

De Vries is populair omdat hij zich als crime fighter presenteert. Dat doet justitie zelf ook. Bent u niet bang voor een vorm van concurrentie: wie scoort het beste in de ogen van het publiek?

„Het OM wordt opgejaagd door de politiek, vooral overigens als het terrorisme betreft, maar heeft zelf ook dat crime fighter-pathos opgezocht. Kijk naar iemand als oud-officier van justitie Teeven die dat als VVD-Kamerlid nog steeds uitdraagt. Er waren ook anderen bij het OM die zo opereerden, totdat het helemaal misliep in de Clickfondszaak, compleet met filmploegen bij invallen op de beurs. Dat heeft tot niets geleid behalve wat boetes en hier en daar een taakstraf. Er is toen door justitie een totaal verkeerd beeld van de werkelijkheid geschetst.”

En verkeerde beeldvorming voedt het wantrouwen in justitie?

„Dat kan heel goed, omdat het publiek wordt teleurgesteld in de verwachtingen die zijn gewekt. Overigens is het vertrouwen in justitie redelijk stabiel, blijkt uit recente onderzoeken.”

Denkt u dat justitie in de toekomst meer rekening gaat houden met interventies van het publiek? Of krijgt de campagne van Maarten ’t Hart en anderen voor Lucia de B., die volgens hem onschuldig veroordeeld is, pas effect als hij zeven miljoen televisiekijkers kan mobiliseren?

„De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft nader onderzoek laten doen, onder andere om te kijken of er sprake is van een novum, wat voor een herziening van de zaak een voorwaarde is. Ik schat in dat er een novum wordt gevonden. Dat is ook het advies geweest van de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken. Ik vermoed dus dat er wel een nieuwe behandeling van de zaak Lucia de B. komt.”

Is het een burgerplicht om justitie in dit soort zaken op de huid te zitten en met kritiek te bestoken?

„Uiteraard, maar áls een particulier zich ermee bemoeit, dan moet die ook alle verantwoordelijkheden daarvan dragen: je moet zelf ook toetsbaar zijn, je moet beseffen dat je nogal wat teweegbrengt met de twijfel die je zaait. Ton Derksen heeft met zijn boek Lucia de B. zijn verantwoordelijkheid genomen door diep in de zaak te duiken. Ik ben het dus niet eens met critici die zeggen: schoenmaker blijf bij je leest. Zulke interventies zijn alleen maar gezond.”

Ze hebben nauwelijks effect. Na de rechterlijke dwaling in de Schiedamse Parkmoordzaak is weliswaar de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken ingesteld, maar ik vraag me af of er wel naar die commissie wordt geluisterd.

„Opmerkelijk is dat daar maar in drie zaken een beroep op is gedaan, waaronder de zaak-Lucia de B., terwijl we aanvankelijk dachten dat er toch wel dertig of veertig zaken aangemeld zouden worden.”

Waarom werd Lucia de B. na het vernietigende rapport van die commissie over het onderzoek in haar zaak niet stante pede vrijgelaten?

„Omdat er nog altijd een uitvoerig gemotiveerd arrest van het gerechtshof ligt. Dat kan niet lichtvaardig opzij worden geschoven. Aan de andere kant: je kunt zoiets niet laten sudderen als er zoveel twijfel rijst. Er wordt nog altijd te weinig zorgvuldig omgegaan met kritiek. Kritiek is nodig om officieren van justitie scherp te krijgen. Dat geldt ook voor de zittende magistratuur. Rechters zouden een onderlinge toetsing moeten ontwikkelen die controleerbaar is. Dat ontbreekt eigenlijk nog. Nu zegt men: ik ben rechter, ik ben onafhankelijk en ik heb met niemand iets te maken. Dat is niet meer vol te houden.”

Omdat er zeven miljoen mensen over hun schouder meekijken of omdat er écht iets schort aan de rechtspleging?

„De belangstelling van het publiek voor misdaad is van alle tijden, de media en vooral tv en internet versterken die fascinatie alleen maar. Grote effecten op de rechtspleging verwacht ik er niet van. Maar het Openbaar Ministerie – dat meer in de frontlinie zit dan de rechters – moet er natuurlijk wel op reageren. Het is vooral een kwestie van goed communiceren, wat Brouwer nu ook probeert. Daarmee kun je veel onheil voorkomen en begrip kweken. Maar uitglijders kun je nooit voorkomen.”

Was het sepot van de Arubaanse justitie in het onderzoek tegen Joran van der Sloot zo’n uitglijder?

„Dat weet ik niet. Eén van de redenen waarom deze zaak iedereen bezighoudt is dat het heel moeilijk te verkroppen is dat dat joch er meer van weet. Als het daarbij blijft is dat onverdraaglijk.”