De schaduwkanten van de freelancemoraal

De backpacker is relaxt en hip, de monnik lijkt een figuur uit het verleden. Maar aan wie heeft de samenleving meer? Over de gevaren van het jobhoppen en het verlies aan kritisch vermogen binnen een organisatie.

Menno van der Veen

Jurist, filosoof en programmamaker bij debatcentrum De Balie.

Vergelijk een monnik met een backpacker. Een monnik sluit zich op en wijdt zijn talenten aan het kloosterleven. Een backpacker trekt de wereld over, doet veel indrukken op, leert allerlei plekken kennen en ontmoet veel nieuwe mensen.

Als de backpacker in Uruguay rondreist, zit de monnik in zijn cel en als de backpacker na zes intensieve weken in Latijns-Amerika naar Azië trekt, zit de monnik nog steeds in zijn cel. Welk leven is verkieslijker? Er zijn nog maar weinig mensen die het leven van de monnik boven dat van de backpacker verkiezen. Er zijn er zelfs nog maar weinig die het leven van die monnik tot ideaalbeeld verheffen, die zouden willen dat ze de kracht hadden om een leven te leiden met weinig materiële welvaart en weinig veranderingen, dat vooral in het teken van geestelijke ontwikkeling staat.

De monnik is de werknemer die taart meeneemt om zijn vijfentwintigste dienstjaar bij dezelfde werkgever te vieren. De backpacker is de succesvolle freelancer of de jobhopper die als een topvoetballer van werkgever naar werkgever hopt.

Een jobhopper en een freelancer behoren tot dezelfde species en gedragen zich op dezelfde manier. Ze verkopen hun expertise aan een afnemer en vertrekken als de opdracht is voltooid en nieuwe mogelijkheden opdoemen aan de horizon. De jobhopper is slimmer dan de freelancer, hij heeft iets meer zekerheid over zijn inkomen. Maar beiden leven naar een freelancemoraal.

Een freelancemoraal is een carrièreperspectief waarbij het individu zichzelf ziet als een kleine aanbieder van kennis, expertise en creativiteit. Een freelancer struint van opdrachtgever naar opdrachtgever en biedt er zijn vaardigheden aan. Als de klus geklaard is, vertrekt hij weer. Als hij zich verveelt zoekt hij een andere opdrachtgever. De freelancer deelt zijn eigen tijd in, is mobiel en is vooral eigen baas.

Die idealen zijn eigen aan die van het succesvolle individu anno 2008: vrij zijn, jezelf ontwikkelen, indrukken opdoen, reizen, veel mensen kennen.

Hoe anders is het leven van het individu dat als trainee bij Ahold, Shell of de overheid begint om er na een decennium een managementfunctie te mogen vervullen. Dit carrièrepad doet toehoorders gapen en dat verandert pas als de persoon in kwestie wijst op de vele verschillende functies die hij bij die organisaties kan vervullen. Hij verandert zichzelf in een interne jobhopper die snel kan opklimmen. Dat klinkt al een stuk beter.

Maar hoe succesvol het leven van de jobhopper en de freelancer ook mag lijken, er kleven toch grote bezwaren aan. Ik heb het dan niet over de financiële onzekerheid waarmee veel kleine zelfstandigheden te kampen hebben, maar over het gebrek aan kritisch vermogen dat verloren gaat in de organisaties waar zij hun werk doen. Dat is de donkere kant van de freelancemoraal.

Een freelancer is slechts ten dele vrij. Hij heeft zich ook te schikken naar de wensen van zijn opdrachtgever. Voor de meeste freelancers geldt: voor jou tien anderen. Een freelancer moet zich kortom aanpassen aan de mores van het bedrijf waar hij voor werkt.

Als hij vindt dat de opdrachtgever verkeerd met het personeel omgaat of niet volgens bepaalde ethische standaarden handelt, dan zoekt hij maar een andere opdrachtgever. Dit moge efficiënt zijn, het is ook het failliet van een organisatiestructuur waarin iedereen zich verbonden voelt met het bedrijf en het product.

Er schuilen gevaren in die freelancementaliteit die zich voordoen bij het bedrijfsleven, de media, de universiteiten, de cultuursector en zelfs bij de overheid.

Het bedrijfsleven

In het bedrijfsleven past de freelancemoraal binnen een trend waarbij bedrijfsidentiteiten sterker naar buiten worden gecommuniceerd, terwijl het personeel vervangbaar is. Philips moet bijvoorbeeld voor de buitenwereld een sterke identiteit hebben om zich op de markt te kunnen onderscheiden van concurrenten.

Daarbij passen niet de momenten waarop de werknemers praten over hoe zij Philips zien, hoe ze met elkaar om kunnen gaan en hoe ze het werk leuker voor elkaar kunnen maken. Een succesvolle werknemer weet waar Philips voor staat, doet er zijn werk en verwacht dat de ervaring die hij daarmee opdoet ook bij een eventuele concurrent van waarde is.

Freelancers en jobhoppers hebben geen belang bij een sterke interne identiteit van een bedrijf, het kost hun immers te veel tijd om die te leren kennen en voor ze het weten zitten ze aan een bedrijf vast.

Liever hebben ze een duidelijk omschreven taak waarbij ze naar hun prestaties worden beloond. Dat moet er wel toe leiden dat arbeidsrelaties minder persoonlijk worden en dat de mix tussen vrije tijd en werk zich vooral uit in de manier waarop het individu zijn tijd besteedt.

Niemand zit nog te wachten op bedrijfssportverenigingen of andere vormen van gezelligheid. Als de freelancer moet kiezen tussen een bedrijfssportvereniging of een sportvereniging waarin hij veel mogelijke opdrachtgevers tegenkomt, kiest hij natuurlijk voor het laatste.

Als succesvolle mensen zich gaan gedragen als freelancers, gaat dat ten koste van sociale relaties in het werk, van spontane initiatieven en van al het andere dat ontstaat wanneer mensen in langdurige relaties investeren.

De media

In de media leidt de freelancemoraal tot een afkalving van kranten en zendgemachtigden als morele instituties. Een krant of omroep moet vooral neutraal zijn en kwaliteit bieden aan de doelgroep. Anders gezegd, een vaste werknemer die besluit in het vervolg zijn overtuigingen als moslim of socialist tot inzet te maken van zijn reportages, kan proberen om zijn collega’s te overtuigen. Een freelancer krijgt geen opdrachten meer.

Als kranten en omroepen vooral met freelancers en jobhoppers werken, leidt dat onvermijdelijk tot een afkalving van interne discussies over de ethische koers van de krant. Voor een freelancejournalist is de ideale krant de krant met een sterk doelgroepprofiel, zodat hij weet waar hij zijn stukken kan aanbieden. Hij heeft geen belang bij interne discussies over de ethische richting van die krant, die kosten te veel tijd. En vooral, voor hij het weet heeft hij een sterk Telegraaf-, NRC Handelsblad- of Volkskrantprofiel en kan hij nergens anders meer werken.

De universiteiten

In de universiteiten leidt de freelancemoraal ertoe dat steeds meer wetenschappers hun eigen positie moeten zien te financieren. Het gevolg is dat het geld dat zij ontvangen voor hun onderzoek vaak ‘geoormerkt’ is; er horen specifieke onderzoeksvragen bij die passen binnen de doelen van de subsidiegever. Onderzoeksvoorstellen worden naar die doelen ‘toegeschreven’.

Onderzoekers worden op die manier freelancers die specifieke opdrachten uitoefenen en nauwelijks tijd hebben voor wetenschappelijke reflectie en discussie die niet aan die specifieke opdracht is gekoppeld.

De cultuursector

Dit probleem doet zich ook voor in de cultuursector, waar programmamakers nog sterker afhankelijk zijn van subsidies die gekoppeld zijn aan projecten die de verstrekker interessant vindt. Debatten en festivals moeten een profiel hebben dat past bij de doelen van de subsidieverstrekker en worden daarnaar gemodelleerd. Er is nauwelijks ruimte voor interne discussies over eigenzinnige programma’s die geen verband houden met vage termen als de tijdgeest of grootstedelijke integratieproblematiek.

De overheid

Ten slotte slaat zelfs bij de overheid de freelancemoraal toe. Van ambtenaren wordt nauwelijks nog een eigen visie verwacht. Er is ook vrijwel geen ruimte voor interne reflectie op hun eigen functioneren of op het doel van hun werk. In beginsel zitten zij enkele jaren op een specifiek project dat binnen bepaalde richtlijnen moet worden uitgevoerd. Daarna loopt hun arbeidsovereenkomst af of beginnen ze aan het volgende project.

De freelancemoraal draagt op die manier bij aan het gebrek aan vertrouwen in instituties. Zij draagt bij aan het beeld van op geld beluste topmannen die hun bedrijven in de steek laten als ze elders meer kunnen verdienen, en zelfs bereid zijn om hun bedrijf de afgrond in te storten (zoals Rijkman Groenink van ABN Amro).

Het draagt bij aan het beeld van op eigen gewin gerichte politici die zonder scrupules commissariaten en topfuncties accepteren bij bedrijven die ze eerder bestreden (zoals Wim Kok die een commissariaat bij ING bekleedt en Gerrit Zalm die een functie bij de DSB-bank accepteerde). Het draagt bij aan een beeld waarbij interim-managers bedrijven saneren waarvoor ze geen enkel gevoel hebben.

Natuurlijk heeft de freelancemoraal ook wel iets te bieden, ze heeft niet alleen maar duistere kanten. Een freelancer is mondig, komt voor zichzelf op en staat model voor een zelfbewust individu dat weet wat hij waard is.

Een freelancer koestert zijn vrijheid en vindt een spannende mix tussen vrije tijd en werk. Hij moet volop deelnemen aan het sociale leven om zich te verzekeren van opdrachten. Op die manier staat hij misschien wel symbool voor de geslaagde emancipatie van de werknemer. Al zijn werk draagt zijn individuele stempel.

Maar voor het vertrouwen in de instituties is de freelancemoraal slecht. Die instituties krijgen het imago van logge bureaucratische instanties die slechts door expertise van buiten nog in beweging zijn te krijgen. De enige oplossing die grote organisaties voor dit probleem kennen is door zichzelf volgens een freelancemoraal vorm te geven.

Daarmee dreigen twee waardes verloren te gaan. In de eerste plaats vermindert de notie van werk als onderdeel van het sociale leven. Een freelancer moet zich steeds laten voorstaan op zijn individuele, op geld waardeerbare vaardigheden. Zijn rol binnen een groep is daarbij meestal van minder belang. Dat leidt tot overwaardering van efficiëntie en onderwaardering van de werkplek als sociale omgeving.

Ten tweede: het beeld van een bedrijf, krant of overheidsorgaan als een logge institutie die niet in staat is om zichzelf te veranderen wordt een self-fulfilling prophecy als steeds meer creatieve, intelligente werknemers zich als freelancer gaan opstellen. Dat is gevaarlijk, omdat daarmee de interne identiteit van grote gezichtsbepalende instituties verloren gaat en daarmee ook het vermogen om de samenleving aan te spreken in plaats van haar (vermeende) wil te volgen. De freelancemoraal staat daarmee haaks op het zelfbewuste, veranderingsgezinde potentieel van die instituties.

Er gaat te veel verloren als de freelancemoraal het ultieme model wordt voor de carrière. Dat zijn waarden als rust, discussie en reflectie. Het zijn waarden die verband houden met persoonlijke ontwikkeling in een groep, met het bijdragen aan de verbetering van de ene organisatie waar je je thuis voelt.

Het leven van een backpacker is prachtig, maar laten we dat van de monnik niet als onbeduidend afdoen.

Discussieer mee over dit artikel op www.nrc.nl/discussie