De overzijde

In het artikel `Een toestand van tijdloosheid` van Danielle Pinedo (Zaterdag Etcetera, 9 februari) wordt gesproken over het boek van Pim van Lommel over de bijna-dood ervaringen. Zij haalt een citaat van Van Lommel aan waarin hij de hypothese ter discussie stelt dat het bewustzijn in de hersenen wordt geproduceerd. Dit op grond van bijna doodervaringen van mensen waar de hersenfuncties zichtbaar en meetbaar uitgevallen waren, terwijl ze in die toestand achteraf een uiterst helder bewustzijn hadden.

Wat ik mij nu afvraag of deze waarnemingen noodzakelijk de genoemde hypothese ter discussie moeten stellen. De conclusie dat bewustzijn niet aan hersenfunctie gebonden is lijkt me niet de enig mogelijke. Men kan ook concluderen dat de definitie van hersenactiviteit niet toereikend is om het bewustzijn te definiëren, en dat hersenactiviteit aan een andere definitie toe is.

Voor de hand liggend is te concluderen dat deze ervaringen sterke aanwijzingen geven van een voortbestaan na de dood. Hoewel ik dat een aantrekkelijke gedachte vind, is het geen noodzakelijke conclusie uit deze ervaringen.

Wat dergelijke waarnemingen en ervaringen namelijk allemaal gemeenschappelijk hebben is dat ze van mensen zijn die zonder uitzondering kennelijk weer tot het gewone leven zijn teruggekeerd en dus niet echt dood geweest zijn. Van de `overzijde` is niemand teruggekeerd om te vertellen hoe het daar is en of het er is. Logischerwijs kunnen deze ervaringen dus niets zeggen over zaken die buiten het leven hier en nu liggen.