Bewegen baat het brein

Bewegen remt de aftakeling van het ouder wordende brein. Maar oude mensen bewegen juist minder. Niki Korteweg

Vroeger moesten ouderen bewegen om verslapte gewrichten en spieren stevig te houden. Tegenwoordig gaat het vooral om het brein. “Ouderen die dagelijks de deur uit gaan, ontwikkelen minder snel en minder ernstige dementie dan ouderen die thuis zitten”, vertelt de Nijmeegse neuroloog Bastiaan Bloem door de telefoon. “En mensen die hun hele leven actief zijn geweest, ontwikkelen op latere leeftijd minder ernstige dementie dan mensen die inactief waren.”

Bloem is gespecialiseerd in de ziekte van Parkinson. De bewegingen van een patiënt met die aandoening worden in de loop van de tijd trager en stijver, en zijn armen en benen gaan trillen. Daarnaast zijn er ook veranderingen in het denken: ze kunnen depressief worden, of vergeetachtig en gedesoriënteerd door dementie.

De ziekte van Parkinson is al bijna tweehonderd jaar geleden ontdekt. Toch is pas kort geleden het inzicht gekomen dat denken en bewegen niet gescheiden zijn, maar elkaar beïnvloeden, zegt Bloem. “We hebben lang gedacht dat lopen een automatisch proces was, waarvoor alleen het ruggenmerg nodig was. Een kip zonder kop loopt immers ook gewoon door. Maar de laatste jaren wordt duidelijk dat hogere cognitieve processen, aangestuurd door de hersenschors, veel invloed hebben op lopen en beweging. En dat het omgekeerde ook het geval is: beweging heeft invloed op cognitieve processen.”

gesprek

Het veld werd op het spoor gezet door een artikel dat in in 1997 in het medische toptijdschrift The Lancet verscheen. Zweedse artsen hadden gemerkt dat sommige ouderen in hun verpleeghuis stopten met lopen wanneer hun wandelmaatje een gesprek begon. Uit hun onderzoek bleek dat tachtigjarigen die niet meer gelijktijdig konden lopen en praten, beduidend vaker vielen dan mensen die het nog wel konden. Ze liepen ook voorzichtiger en langzamer, en waren meer afhankelijk van anderen bij de dagelijkse handelingen. Bloem: “Dat was een eerste aanwijzing dat hogere cognitieve functies, zoals praten, samenhingen met de aansturing van bewegingen.”

Sindsdien verschijnen ieder jaar meer, en betere, wetenschappelijke publicaties over het verband tussen bewegen en mentale functies. Sinds 2006 wordt er zelfs een internationaal tweejaarlijks congres aan gewijd. Bloem en de Nijmeegse hoogleraar geriatrie Marcel Olde Rikkert zaten begin februari de tweede editie van dit congres voor in Amsterdam.

wandelroute

“Wie naar iemands manier van lopen kijkt, kijkt in feite ook naar zijn cognitie”, zei de Amsterdamse neuropsycholoog en hoogleraar Bewegingswetenschappen Erik Scherder op het congres. “In de meest gebruikte criteria waarmee artsen het stadium van dementie beoordelen, staat dat loopstoornissen pas optreden in de latere fases van dementie. Maar wie goed kijkt ziet ook in een vroeg stadium al bewegingsstoornissen.”

De hersencircuits die betrokken zijn bij bewegen, ontwikkelen zich in een vaste volgorde, vanaf de geboorte. De laatst gevormde circuits zijn vaak ook de eerste die weer kapot gaan bij ziekten als die van Alzheimer of Parkinson. Scherder bracht in kaart welke gebieden in een vroeg stadium uitvallen, en welke pas later. Dat geeft aanknopingspunten voor welke bewegingen nog te oefenen zijn wanneer de dementie nog mild is. Zo valt bijvoorbeeld het gebied dat het initiatief voor lopen en staan regelt, in de voorhoofdskwab, het eerst uit, net als het gebied dat een bewegingsplan maakt. Maar hersengebieden voor aangeleerde automatische bewegingen, zoals lopen, zijn dan vaak nog wel aanwezig. Scherder: “We moeten veel met deze mensen lopen. Dat heeft een groot effect op de cognitie.”

muziek

Een van de beste onderzoeken die dit laat zien, publiceerde de Franse geriater Yves Rolland vorig jaar in the Journal of the American Geriatrics Society. Hij liet 67 Alzheimerpatiënten van gemiddeld 83 jaar twee keer per week een uur bewegen, een jaar lang. Een groep van 67 vergelijkbare patiënten kreeg de gangbare zorg. De oudjes in de eerste groep kregen oefeningen voor uithoudingsvermogen, kracht in de benen, flexibiliteit en balans, aangepast aan hun persoonlijke capaciteiten, en met muziek op de achtergrond. De helft van de sessie bestond uit stevig wandelen. In de verpleeghuizenwaar de ouderen woonden legde Rolland een wandelroute aan die langs de kamers van iedere deelnemer voerde, zodat ze meer geneigd waren elke keer weer mee te doen.

Na een jaar was de achteruitgang in het uitvoeren van normale dagelijkse activiteiten, zoals opstaan, aankleden, lopen, en naar het toilet gaan, bij de getrainde patiënten minder dan bij de ongetrainde. Het verschil was ongeveer een derde.

“Helaas zijn er voor de bewoners van een verpleeghuis vaak niet veel prikkels om te bewegen”, zei Scherder. “Tijdens uitstapjes zitten ook de ouderen die nog wel kunnen lopen vaak in een rolstoel. Dat gaat nu eenmaal sneller. Maar we moeten hen juist uitnodigen en aansporen om een wandelingetje te maken. Inactiviteit is desastreus voor cognitieve functies.”

Valangst houdt ouderen vaak tegen om veel en vaak te lopen. Als ze al de deur uit gaan, lopen ze voorzichtig en wankel. Maar juist daardoor vallen ze eerder. “Angstige ouderen vallen twee keer zo vaak, doordat ze letterlijk van angst verstijven en zo minder goed hun balans kunnen houden,” vertelde de Canadese bewegingswetenschapper Mark Carpenter in zijn lezing. “Zo neemt hun angst nog meer toe, bewegen ze nog minder, en komen ze in een vicieuze cirkel.” De beste manier om valangst aan te pakken, is, alweer, blijven bewegen.

groei

Wat lichaamsbeweging nu precies in gang zet in het brein is nog niet erg duidelijk. De Amerikaanse hersenonderzoeker Carl Cotman van het Irvine Institute for Brain Aging and Dementia schreef er eind vorig jaar een overzichtsartikel over. Sporten heeft gunstige effecten op het leervermogen en het geheugen, schrijft hij. Bovendien beschermt het tegen zenuwenafbraak, en kan het helpen een depressie te verlichten, vooral bij ouderen. Lichaamsbeweging maakt dat de communicatie tussen zenuwcellen verbetert, en dat er nieuwe hersencellen gemaakt worden. Het verbetert de stofwisseling en de vaatwanden.

Al die goede effecten van lichaamsbeweging lijken te worden bewerkstelligd door het vrijkomen van groeifactoren. Ook remt lichamelijke activiteit de algemene ontstekingsprocessen die optreden bij mensen met hoge bloeddruk, diabetes, en een hoge cholesterolwaarde. Dat zijn allemaal aandoeningen die gezonde hersenen en vaatwanden bedreigen.

Actief blijven is dus voor alles beter: voor het geheugen, de motoriek, de balans, het zelfvertrouwen en het gemoed. Kunnen mensen niet meer lopen, dan zijn er nog de armen die bewogen kunnen worden. En zelfs kijken naar andere mensen die bewegingen maken heeft een positief effect op het brein. Net als het zich een beweging inbeelden. Het uitvoeren, zich inbeelden of zien van een beweging spreekt min of meer dezelfde hersengebieden aan. In de sportpsychologie is mentaal oefenen al tientallen jaren in gebruik na blessures, maar nu wordt deze manier van trainen ook onderzocht bij neurologische aandoeningen. De revalidatie na een beroerte kan bijvoorbeeld sneller kan gaan wanneer patiënten in gedachten hun verlamde lichaamshelft bewegen.

Zoals altijd bij een jong onderzoeksveld, zijn de meeste waarnemingen over het effect van bewegen op het brein bij proefdieren gedaan, en op de werkvloer van de verpleeghuizen. In welke vorm en in welke fase precies beweging helpt, en in welke mate, moet nog worden uitgezocht in grote klinische studies bij mensen.

“Hoe meer je doet, hoe beter je leeft”, vatte de Amerikaanse geriater John Morley het samen in zijn openingslezing. En hoe leuker bewegen is, hoe meer iemand het doet. “Dansen, schilderen, muziek maken, er samen op uit trekken: wat je nog kunt, moet je zo lang mogelijk en zo vaak mogelijk blijven doen.”

En het gebeurt. In 2007 liepen 188 mensen ouder dan 70 jaar de New York Marathon uit. De oudste vrouw, 85 jaar, was Margaret Davis. Zij haalde binnen krap 6 uur de eindstreep.