‘Aya moest lijken op Ayaan Hirsi Ali’

Marguerite Abouet beschreef haar jeugd in Ivoorkust. Haar man maakte de tekeningen erbij. Het resultaat is een wereldwijd succes.

Je ene vriendin krijgt huisarrest omdat ze stiekem is uitgegaan. De andere wordt per ongeluk zwanger. Haar vader kondigt aan dat hij een tweede vrouw gaat nemen. Jouw vader hoopt dat je verkering krijgt met het ruggengraatloze zoontje van zijn baas.

Zomaar een jeugd in Afrika. Niks bijzonders en toch ook weer wel. Want het gaat om een Afrika dat weinig mensen kennen, een plek waar het draait om vriendschap, lust, liefde, jaloezie en de moeizame relatie met je ouders. Net als overal ter wereld. Misschien dat het stripboek Aya uit Yopougon daarom prijs na prijs wint: het is herkenbaar. Maar het is ook grappig, en getekend in een vrolijke, ontwapenende stijl. Het is bovendien schitterend ingekleurd.

Aya’s succes begon tijdens het stripfestival in Angoulême met de prijs voor het beste album van 2006. Vele bekroningen later is bedenkster Marguerite Abouet, geboren in Ivoorkust en opgegroeid in Frankrijk, nog steeds dolblij met alle waardering. De Nederlandse vertaling is net uit; ook in Spanje, Denemarken, Engeland en Zuid-Korea is Aya uit Yopougon nu te krijgen. Tegelijkertijd schaamt ze zich rot, vertelt ze per telefoon vanuit Frankrijk. „Het ging bijna té makkelijk. Er zijn auteurs die jaren moeten ploeteren om een boek uitgegeven te krijgen. Wij hebben vier schetsen opgestuurd en de reactie was meteen: ‘briljant, dat willen we’.” Tekenaar Clément Oubrerie, haar man, was illustrator van kinderboeken toen ze hem ontmoette. Aya is hun eerste strip.

Het uiterlijk van Aya, een intelligent meisje van rond de twintig, is geïnspireerd door Ayaan Hirsi Ali. „Net in de tijd dat we nadachten over hoe de hoofdpersoon eruit moest zien, kwamen we een artikel tegen over Ayaan Hirsi Ali,” zegt Abouet. „We vonden haar knap maar niet tuttig, dus voor Aya hebben we ons gebaseerd op haar gezicht. De naam heeft er niets mee te maken. Aya is gewoon een mooie naam die makkelijk uit te spreken is.”

Het Yopougon uit de titel is de grootste volkswijk van Abidjan. Een miljoen inwoners. In Aya uit Yopougon ziet het er nog dorps uit. Marguerite Abouet verliet Ivoorkust toen ze twaalf was. Haar ouders wilden dat ze een goede opleiding kreeg en stuurden haar naar een oom in Parijs. Aan het einde van deel drie vertelt Abouet dat ze als twaalfjarige naar de psychotherapeut werd gestuurd omdat men ervan overtuigd was dat ze in de war moest zijn, zo ver van huis, van haar vader en moeder. In het begin vond ze het „geweldig” dat er een volwassene tegenover haar zat die alleen maar aandacht had voor haar, zegt Abouet lachend, maar ze begon zich al snel te vervelen omdat ze geen flauw idee had wat ze moest zeggen.

Het zijn van die dingen die in Afrika nou eenmaal normaal worden gevonden: opgroeien bij een oom, geslagen worden door je ouders, erachter komen dat je vader maîtresses heeft of kinderen bij een andere vrouw. Abouet: „In Europa gaan mensen voor het minste of geringste naar de psychiater. In Afrika weten veel mensen niet eens wat een psychiater is. De psychiater, dat is je familie, dat zijn de anderen, dat is je omgeving.”

Evengoed noemt Abouet het schrijven van Aya uit Yopougon „een soort therapie”. Ze kan het schrijven haast niet serieus nemen als beroep: om haar halfbakken pogingen na de middelbare school een roman te schrijven moet ze nu hartelijk lachen. „Ik heb nul literaire aanleg. Het bedenken van Aya was puur ontspanning.

„Mijn jeugdherinneringen werden belangrijker naarmate ik ouder werd. Al die dingen die in onze wijk gebeurden, de familieverwikkelingen, het gedoe met vriendjes, de burenruzies – mijn Afrikaanse jeugd is een belangrijk deel van mijn leven, daar wilde ik over vertellen. Bovendien ergerde ik me aan de beeldvorming over Afrika. Als je niet beter weet zou je denken dat de meeste Afrikanen doodgaan door oorlog of hongersnood. Iemand heeft ooit gezegd: de media laten wel zien hoe Afrikanen doodgaan, maar niet hoe ze leven. Dat is zo’n uitspraak die ik zelf had willen verzinnen.”

Aya uit Yopougon speelt zich af in de belle époque van de jaren zeventig, de tijd dat het Ivoorkust economisch en politiek voor de wind ging. Er is veel veranderd, zegt Abouet, maar als je goed kijkt zijn de ambities van de jeugd hetzelfde gebleven. „In de jaren zeventig was er nauwelijks werkloosheid. De Ivoriaanse middenklasse had het goed. Wij hadden een eigen schooltandarts, om maar wat te noemen. Dat zul je nu niet snel meer tegenkomen. Toch zie je dat jongeren niet veel anders zijn dan toen. Ze hebben dezelfde dromen, dezelfde idealen. Ze houden van dansen en ze houden van uitgaan. Het enige verschil is dat ze nu overal luidsprekers hebben en de uitgaansplekken veel lawaaieriger zijn geworden, haha.”