Ajax jaren ‘dramatisch’ slecht geleid

Oud-Ajacied Danny Blind, nu technisch directeur van Sparta, werd gisteravond in de Amsterdamse Arena geëerd door Ajax-fans bij het duel tussen beide clubs. Blind was in 1995 aanvoerder van Ajax toen de club de Champions League won. Blind, met rugnummer 3, maakte dat jaar ook het winnende doelpunt in de strijd om de wereldbeker. Foto ProShots seizoen 2007 / 2008 , amsterdam 15-02-2008 ajax - sparta danny blind Gontha, Stanley

Ajax heeft de afgelopen jaren een „dramatisch” spelersbeleid gevoerd. De 56 miljoen euro die de beursgang opleverde is niet goed besteed.

Dat zeggen (ex-)bestuurders, -spelers en -trainers in een reconstructie die deze krant maakte van het sportieve verval van de voetbalclub. Morgen verschijnt een langverwacht rapport van de Ajax-commissie onder leiding van erelid Uri Coronel. Ook hij bekritiseert het beleid van de club.

Oud-directeur Frank Kales zegt vandaag in deze krant dat Ajax „miljoenen heeft weggegooid door opportunistische kortetermijnaankopen”. Zijn voorganger Maarten Oldenhof noemt het aankoopbeleid „al jaren een drama”. „Hoe meer geld er is, hoe onverstandiger – althans bij Ajax – het wordt besteed.”

De voormalige topclub telt in Europa niet meer mee. Het laatste internationale succes dateert van 1995. Toch blijft het Ajax’ ambitie bij de beste zestien clubs van Europa te horen. In tien jaar tijd beten negen trainers zich daarop stuk.

Hoewel Ajax door de beursgang financieel groeide, zakte de club sportief steeds verder weg. De jeugdopleidingen in België en Afrika leverden weinig spelers op. Ook Ajax’ marketingpogingen in China krijgen kritiek. „Zorg dat je eerst je product op orde hebt voordat je het gaat exporteren”, zegt oud-speler Keje Molenaar.

Betrokkenen zijn sceptisch over nieuw Europees succes. „Clubs in Spanje, Italië en Engeland hebben geen financiële beperkingen meer”, zegt oud-trainer Leo Beenhakker. „Ajax levert elk jaar zijn beste spelers in bij dat soort clubs. Het winnen van de Champions League is voor Nederlandse clubs onmogelijk geworden.”

Hoogmoed: pagina 11