Zonder kompas in Afghanistan

Het wordt steeds vaker hardop gezegd: het Westen voert een oorlog in Afghanistan, maar heeft eigenlijk geen strategie.

Deze week kwam die pijnlijke constatering van Paddy Ashdown, de Brit die op het punt stond benoemd te worden tot VN-gezant voor Afghanistan, als de Afghaanse president Karzai dat niet op het laatste moment had tegengehouden.

De oorlog is zijn zevende jaar ingegaan, schreef Ashdown in de Financial Times, en er is geen overeenstemming over een gezamenlijke strategie, aan beide kanten van de Atlantische Oceaan begint de publieke opinie er genoeg van te krijgen, de NAVO is in verwarring en de onveiligheid in Afghanistan neemt toe. Die opsomming leidde hem tot de sombere constatering dat het nu „een reële mogelijkheid” is dat het Westen in Afghanistan een nederlaag lijdt.

Somber was ook de conclusie van een groep vooraanstaande Amerikaanse deskundigen, onder leiding van oud-NAVO-bevelhebber generaal James Jones. „De Verenigde Staten en de internationale gemeenschap”, schreven zij eind vorige maand in hun alarmerende rapport, „hebben geprobeerd de strijd in Afghanistan te winnen met te weinig troepen en onvoldoende economische hulp, en zonder een duidelijke en samenhangende strategie.”

Deze zogeheten Afghanistan Study Group gebruikte het beladen woord ‘nederlaag’ niet, maar waarschuwde wel voor „de strategische gevolgen van een mislukking”. „Het vooruitzicht weer aanzienlijke delen van Afghanistan te verliezen aan de troepen van islamitische extremisten was onwaarschijnlijk, maar is nu een mogelijkheid.”

Kortom: hoog tijd voor de NAVO en haar bondgenoten om nieuwe strategische keuzes te maken. Ashdown, die vier jaar leiding gaf aan het door oorlog verwoeste Bosnië, zegt: meer troepen en meer hulp zijn inderdaad nodig, maar dat is niet genoeg. Het Westen moet niet alles tegelijk willen doen in Afghanistan, en zich beperken tot wat échte prioriteiten zijn: veiligheid, verbetering van het Afghaanse bestuur en versterking van de rechtsstaat. Een heleboel andere zaken zijn ook wenselijk, maar niet absoluut noodzakelijk. En als je te veel prioriteiten stelt, sta je uiteindelijk met lege handen.

Maar zijn de bondgenoten in staat tot een grondige herziening van hun operatie – de eerste grondoorlog van de NAVO en de missie waarmee de alliantie haar bestaansrecht in het tijdperk na de Koude Oorlog zou bewijzen? De voortekenen zijn niet gunstig.

Het openlijke geruzie binnen de NAVO, over wie hoeveel troepen naar welk deel van het land stuurt, laat zien dat de ernst van de situatie in Afghanistan leidt tot politieke nervositeit. Dat kan het bondgenootschap onder een „gezonde spanning” zetten, zoals minister Van Middelkoop hoopvol opperde, een spanning die nodig is om moeilijke beslissingen te nemen. Maar op de publieke opinie, en op de tegenstanders in Afghanistan, maakt het een zwakke indruk.

En voor de Afghanen die hun hoop gevestigd hebben op de westerse belofte hun land erbovenop te helpen, maakt het de situatie alleen maar onzekerder dan zij al is.

Nederland blijft voorlopig in Uruzgan, maar niet langer dan tot 2010. De Canadezen dreigen het zuiden al eerder te verlaten als er geen versterking komt. En de nieuw aangetreden Australische minister van Defensie beklaagde zich deze week niet alleen over het ontbreken van een coherente strategie, hij toonde zich ook verbijsterd dat zijn land als belangrijke troepenleverancier buiten de strategische planning wordt gehouden, omdat Australië nu eenmaal geen NAVO-lid is.

En dát zijn dan nog de landen die er niet voor terugdeinzen in het gevaarlijke zuiden te opereren. Dat andere bondgenoten weigeren om hun troepen daarheen te sturen, waarschuwde de Amerikaanse minister Gates, kan leiden tot een tweedeling van de NAVO in eersterangs en tweederangs lidstaten. Zo ontstaat, ironisch genoeg, in de praktijk opnieuw een coalition of the willing, maar deze keer door de opstelling van Europese landen die ten tijde van de Irakoorlog juist zo hun best deden om de Amerikanen dat idee uit het hoofd te praten.

Ontmoedigend is ook de kennelijke onmacht om de internationale gemeenschap in Afghanistan met één stem te laten spreken. Meer dan veertig landen dragen onder NAVO-vlag bij aan de stabilisatie en reconstructie. Dan zijn er de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Wereldbank en een hele reeks niet-gouvernementele organisaties actief. Dat een betere coördinatie hoognodig is wordt al lang erkend. Maar nog altijd is het niet gelukt om een krachtige figuur te vinden die, zoals wordt gezegd, ‘koppen tegen elkaar kan slaan’, om zo samenhang te brengen in de versnipperde internationale inspanningen. Na de afwijzing van Paddy Ashdown door Karzai zijn we weer terug bij af.

De troepen vechten zonder strategie, de hulporganisaties werken zonder overkoepelend plan en de situatie op de grond verslechtert niet in het hele land, maar wel in een steeds groter deel.

Het is verleidelijk om te denken dat er ook in westerse hoofdsteden wat koppen tegen elkaar geslagen moeten worden om de operatie in Afghanistan te redden. Maar de pogingen van Gates in die richting hebben Berlijn wel hoofdpijn bezorgd, alleen is het daar voorlopig bij gebleven: er is nog steeds geen zicht op Duitse troepen in het zuiden van Afghanistan, zoals Gates had gehoopt.

Zolang de publieke opinie maar weinig vertrouwen heeft in de Afghaanse missie, daarin gesteund door deskundigen als generaal Jones en Paddy Ashdown, kan van politieke leiders als kanselier Merkel ook moeilijk een koerswijziging worden verwacht. Eerst moet er overeenstemming zijn over een gezamenlijke aanpak: van de Talibaan, van de drugshandel, van de problemen veroorzaakt door de instabiliteit van buurland Pakistan. En daar is haast bij, want de publieke opinie in het Westen verliest haar geduld en de Afghanen verliezen hun hoop.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Het rapport-Jones en het artikel van Paddy Ashdown zijn te vinden via nrc.nl/wereld