‘Ze zeiden: Waarom vraag je Wim niet?’

De benoeming van Wim Pijbes tot directeur van het Rijksmuseum ging vlot en deels langs informele weg. „Het is allemaal heel integer verlopen.”

Ze treffen elkaar juli 2007 in Florence. Anthony Ruys, voorzitter van de raad van toezicht van het Rijksmuseum, en Ronald de Leeuw, hoofddirecteur van het museum, hebben beiden een huis in Italië. De Leeuw vertelt Ruys dat hij met zijn zestigste met pensioen wil en niet de heropening van het museum afwacht. Het is geen mededeling waarvan Ruys blij wordt. Het hoofdgebouw van het Rijksmuseum is sinds 2003 dicht, de verbouwing is jaren vertraagd, en nu vertrekt De Leeuw halverwege de rit.

In Nederland licht Ruys de zes andere leden van de raad van toezicht in. Alles in het grootste geheim. Ronald de Leeuw wil zijn vertrek pas op 4 oktober bekend maken, een dag voor zijn 59-ste verjaardag. Hij zal dan zeggen dat hij nog maximaal een jaar blijft.

Vorige week werd bekend dat Wim Pijbes, directeur van de Kunsthal in Rotterdam, op 1 juli de nieuwe hoofddirecteur van het Rijksmuseum wordt. Het is de meest prestigieuze museumbaan in Nederland. Pijbes is lid van de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum. Slechts drie maanden had de Raad van Toezicht nodig om hem op 6 februari aan de minister Plasterk van Cultuur voor te dragen. Met hulp van het ‘old boys’-netwerk, blijkt uit een rondgang langs betrokkenen.

Het is nog zomer 2007 als Ruys de officiële procedure opstart. Er komt een vertrouwelijk profiel. De nieuwe directeur moet de missie van het Nieuwe Rijksmuseum onderschrijven: kunst en geschiedenis in de toekomst door elkaar tonen. Aan de menselijke omgangsvormen wordt veel aandacht besteed – omdat De Leeuw daar geen uitblinker in was. De nieuwe directeur moet bij voorkeur in de zeventiende eeuw zijn gespecialiseerd. En hij moet van het museum een publiekssucces maken: anderhalf à twee miljoen bezoekers per jaar. De ondernemingsraad krijgt het profiel in augustus ter goedkeuring voorgelegd.

Het profiel is in het Engels, want voor een prestigieus museum als het Rijks wordt internationaal gezocht. Het grote headhunters-bureau Spencer Stuart gaat in augustus aan de slag. Ondertussen stelt Ruys een sollicitatiecommissie samen: „Het werkt niet om met de hele raad van toezicht om de tafel te zitten.” Er komen drie leden: Ruys zelf, de jurist Maarten van der Lande en ook Wim Pijbes.

Tot zover verloopt de sollicitatieprocedure via de ‘officiële’ weg. Maar er is ook een officieuze route. Nadat de consultant van Spencer Stuart gaat werven, vraagt Ruys in het najaar van 2007 vertrouwelijk advies bij vrienden en bekenden. Bij Jan Maarten Boll bijvoorbeeld, met wie hij samen in het bestuur van de Vereniging Rembrandt heeft gezeten. Bij Martijn Sanders, ex-directeur van het Concertgebouw en vicevoorzitter van de Vereniging Rembrandt. Bij Henk van Os, voormalig Rijksmuseumdirecteur en in het verleden ook bestuurslid van de Vereniging Rembrandt. Alle drie kennen ze Pijbes van werk in commissies, van studie en van een enkele gasttentoonstelling in de Kunsthal. Ruys: „Alle drie zeiden ze: ‘Waarom vraag je Wim niet? Hij is ambitieus, een publieksman, een generalist, goed in de contacten’.”

De exacte datum herinnert Ruys zich niet meer: „Het was de laatste dag van oktober, de eerste dag van november, dat ik achter mijn oortjes kriebelde. Ik ben vrijwel meteen in de auto gestapt en naar Wim toegereden. ‘Zou je het wíllen?’, vroeg ik hem. ‘Zou je solliciteren als je níet in de sollicitatiecommissie zat?’ ”

Omdat Pijbes graag wil, zegt Ruys: „Dan onthef ik je, as we speak, uit de sollicitatiecommissie.” Pijbes blijft wel lid van de raad van toezicht, maar moet de vergadering verlaten zodra de benoeming van de nieuwe directeur ter sprake komt. Ruys vindt het ‘helemaal niet raar’ dat een lid van een toezichthoudend orgaan overstapt naar de directeursfunctie van diezelfde instelling. Ook niet als dat in het Nederland nog nooit is voorgekomen. Ook niet als dat in het bedrijfsleven alleen bij hoge uitzondering gebruik is – wanneer een bedrijf op de rand van faillissement verkeert. Dat laatste is in het museum zeker niet het geval. Ruys: „Waarom zou je niet via een raad van toezicht carrière mogen maken? Geen enkele ambitieuze kunsthistoricus die ooit directeur wil worden, kan dan nog in een Raad van Toezicht stappen.”

Na Pijbes’ vertrek uit de sollicitatiecommissie treedt Rudi Ekkart, van het Rijksbureau Kunsthistorische Documentatie aan. Het is begin november. Het profiel van de ideale directeur is dan informeel bijgesteld: de internationale signatuur is afgezwakt. De kandidaten moeten nu ook vloeiend Nederlands spreken. Ruys ontkent dat die bijstelling is beïnvloed door Pijbes’ kandidatuur. „In zo’n positie is het een vereiste dat je vloeiend Nederlands spreekt. En van mensen op zekere leeftijd kun je niet verwachten dat ze snel de taal leren.”

Begin december komt de consultant van Spencer Stuart met een longlist van twintig namen. Daarop figureren ‘vier à vijf buitenlanders’ volgens Ruys. Voor de kerst is die lijst door de sollicitatiecommissie ingedikt tot vijf kandidaten: uitsluitend Nederlanders. Deze vijf moeten allemaal een mission statement van twee A-viertjes schrijven.

De enige concurrent van Pijbes is, in januari 2008, Taco Dibbits (1968), die geen commentaar wil geven. Dibbits is een getalenteerde, bedrijfsmatige kunsthistoricus met veel internationale contacten. Tot 2002 was Dibbits directeur Old Master Paintings bij Christie’s in Londen. Daarna kwam hij bij het Rijksmuseum, waar hij een vliegende carrière maakte. Deze twee uiteindelijk worden voorgedragen aan de raad van toezicht. De keuze valt begin februari, „zonder hevig debat”, aldus Ekkart, op Pijbes. Ruys: „Het is allemaal heel integer verlopen. De nieuwe directeur gaat gewoon stinkend hard zijn best doen.”

Profiel Wim Pijbes: CultureelSupplement pagina 8