Windvinder

Het was in het begin van deze eeuw. Ik was in de Rotterdamse Kunsthal om een tentoonstelling te bekijken, toen ik in een nis iets merkwaardigs zag: een klein scheepsmodel zoals ik nog nooit had gezien. Een smalle romp waarop een mast met een driebladige propeller, twee stabilisatievleugels en onder de romp een scheepsschroef. Een elegant bootje. Omdat ik me in mijn vrije tijd ook met de kleine scheepsbouw bezighoud, wilde ik er meer van weten.

Toevallig was degene die het gemaakt had in de buurt: Wipke Iwersen. Met beheerste geestdrift verklaarde ze me dat dit een model van de Windvinder was, een schip dat tegen de wind in moest zeilen, op zoek naar de oorsprong van de luchtstroom. Het leek me de volgende variant op het perpetuum mobile, maar op hetzelfde ogenblik herinnerde ik me een Noors sprookje, over een kleine jongen die op zoek ging naar het hol van de vier winden. Noord, zuid, oost en west, alle vier woonden ze daar, en af en toe rukten ze uit om de schepen naar hun plaats van bestemming te blazen of een kust te teisteren. Ik sprak de uitvindster niet tegen. Over haar Windvinder schreef ik een stuk in de krant.

Na een poosje meldde Wipke Iwersen zich, met het bericht dat de Windvinder nu werkelijk in aanbouw was, in een loods van de voormalige NDSM in Amsterdam-Noord. Erheen. Ik trof haar in werkplunje, bezig aan de echte, de grote Windvinder. De constructie zag er indrukwekkend uit en had niets van haar sierlijkheid verloren. Binnen niet al te lange tijd zou de Windvinder het ruime sop kiezen en naar onbekende verten verdwijnen. Als ik me redelijk in een exotische taal kon uitdrukken wilde ze dat wel weten, want op de rompen moesten boodschappen in zoveel mogelijk talen komen. Ergens zou het schip landen of ontdekt worden, en ze wilde weten waar dat zou zijn. Intussen had ze ook een mooi boekje gemaakt: De Windvinder, leeft uitsluitend van tegenwind.

Vorige week kreeg ik het bericht dat de Windvinder voltooid is, en nu in een scheepscontainer op weg naar een eiland in een verre oceaan, waar het vaartuig binnenkort aan zijn reis naar het onbekende zal beginnen. Ik maakte een afspraak met de bouwster. Ze verscheen, met een aantal kaarten waarop windrichtingen en zeestromingen waren aangegeven, en foto’s. De Windvinder zal misschien koers zetten naar het zuidelijk deel van de Pacific, of naar het noorden, dat wist ze nog niet. In ieder geval zal de propeller, met een draaicirkel van vier meter de vaart erin houden. Een onverwoestbare naaf, ontworpen door de Schotse constructeur Proven Gordon, brengt de draaibeweging over op de schroef. De speciale boeg kan de hoogste golven weerstaan. Op de romp staat in 45 talen een boodschap.

Als u dit leest is Wipke Iwersen waarschijnlijk aan een strand bezig met de laatste voorbereidingen. „En dan”, zei ze, „misschien weken of maanden later, zullen bewoners van een eilandje het onbekende kleine spookscheepje ontdekken. Ze zullen een verklaring voor de herkomst zoeken, verhalen verzinnen.” Die verhalen komen dan later weer in een boek. De Windvinder: een poëtisch wereldavontuur.

Volg de Windvinder op www.windvinder.com