Vaders grafsteen mocht niet meer versierd worden

Kristien Hemmerechts: Ann. Atlas, 300 blz. € 19,–

Aanbevolen aan iedereen die op welke manier dan ook iets met anorexia te maken heeft: het boek Ann van Kristien Hemmerechts. Er valt in te lezen wat een vreselijke en verwoestende ziekte anorexia is, voor de vrouwen die eraan lijden, maar vooral ook voor de familie van die vrouwen. En voor hun vrienden, voor zover ze die nog hebben.

Kristien Hemmerechts begon aan het boek nadat ze een e-mail van Ann had gekregen, vorig jaar op 30 maart. Ann – niet haar echte naam, wel een echt bestaande vrouw – schrijft dat ze aan een ernstige, chronische en dus dodelijke vorm van anorexia lijdt. „Het ‘dus’ in de vorige zin is mijn verhaal.” Of Hemmerechts er misschien belangstelling voor heeft.

Die aarzelt, ze wil zichzelf niet in de rol van redder terugvinden, maar ze spreekt toch met haar af, op een zonnige dag in april. Ann woont in Brussel. Ze werkt daar ook, bij een niet met name genoemde organisatie. Ze is civiel ingenieur. Kristien Hemmerechts is geschokt als ze haar voor het eerst ziet: zo knokig, zo mager. Ann weegt nog geen 30 kilo. ‘Ik denk: het is begonnen’, noteert Kristien Hemmerechts. Ze besluit om Anns verhaal op te schrijven.

Wat zal ze daar af en toe een spijt van hebben gehad. Want vanaf dat moment voelt ze hoe Ann haar manipuleert, of probeert te manipuleren, en hoe ze heen en weer gaat tussen medelijden en boosheid, tussen ongeloof en spijt over ongeloof. Het knappe van het boek is dat de lezer die gevoelens ook meemaakt, door de manier waarop het is opgeschreven.

Kristien Hemmerechts heeft voor de simpelste en meest effectieve oplossing gekozen: ze doet in chronologische volgorde verslag van haar gesprekken met Ann en met Anns moeder, broers en hulpverleners. Ze citeert uit de e-mails en de sms’jes die ze elkaar sturen, uit de dagboeken die Ann haar geeft. En ze noteert haar gedachten daarbij.

Het interessantst zijn de gesprekken waarin Ann vertelt over haar ouders en haar jeugd op een grote herenboerderij op het Vlaamse platteland. Haar moeder was een kordate vrouw die voor haar huwelijk bij de Boerinnenbond werkte en naderhand het hele bedrijf bestierde. Haar vader – hij is overleden – was een man in een driedelig pak die altijd buiten de deur aan het vergaderen was.

’s Avonds – en dat is het leidende thema in Anns leven – sloop hij naar Anns kamer en kroop hij bij zijn dochter in bed. Ann: ‘Hij zei nooit iets. Ik ook niet. Hij droeg zijn pyjama. De deur ging open en een fractie later lag hij naast mij. Hij eiste me op alsof ik van hem was. Hij ging met mijn lichaam om als met zijn persoonlijke bezit’.

Anns moeder merkte het niet en kon het jaren later, toen ze het hoorde, niet geloven. Niet echt.

Tegen Hemmerechts zegt de moeder: ‘Ik kan moeilijk praten over wat er gebeurd is tussen Ann en haar vader omdat ik er niet zeker van ben. Ik vind het verschrikkelijk... als het nou niet waar zou zijn... ons Ann heeft toen direct geëist, en dat vond ik eigenlijk ook verschrikkelijk, dat de foto’s overal weg moesten. Wij mochten niet meer naar het kerkhof gaan. Die grafsteen mocht niet meer versierd worden. Ik kan haar begrijpen, maar ik vond het te vergaand. En ik heb het wel gedaan. Maar niet helemaal’.

Ann heeft via via een euthanasiepil geregeld en aan het eind van het boek lijkt ze die geslikt te hebben. Kristien Hemmerechts noteert dat ze Ann probeert te bellen en dat die niet opneemt. Maar Ann is niet dood, want de de uitgever meldt dat ze beschikbaar is voor interviews. Zou er na dit boek nog iets te vertellen zijn?