Swammerdam

Dirk van Delft concludeert in zijn bespreking van Luuc Kooijmans’ studie over Jan Swammerdam, Gevaarlijke kennis (Boeken, 01.02.2008), dat ‘geloof en wetenschap alles met elkaar te maken’ hadden in de 17de eeuw. Het wekt verbazing dat een recensent die dit betoogt, het geijkte beeld van de profetes Antoinette Bourignon klakkeloos reproduceert door haar in de eerste alinea te betitelen als ‘een fanatieke en dominante dweepster’. Deze kwalificaties vielen Bourignon al ten deel in de oudere biografieën van Swammerdam, die nog onvoldoende oog hadden voor de verwevenheid van wetenschap en religie en over een vrouwelijke profeet alleen in seksestereotiepe termen konden spreken. Jan Blokker zette haar in zijn bespreking van hetzelfde boek (‘Het verstand, of toch ook nog een beetje God?’, Boeken, 04.01.2008) niet minder neerbuigend neer als een ‘bigotte mevrouw’, die ‘vooral door zichzelf beschouwd werd als een uitverkoren profeet’. Dit soort oordelen doet zowel Bourignon als Swammerdam tekort. Bourignon was een van de eersten die in de 17de eeuw probeerden de grenzen van de verschillende confessies te overstijgen door te streven naar een oecumenische gemeente avant la lettre. Het streven naar een dergelijk ideaal in een tijdperk waarin als gevolg van de voortschrijdende verkerkelijking de scheidslijnen tussen de diverse kerkgenootschappen steeds verder gemarkeerd werden, kan juist een experimenteel onderzoeker als Swammerdam hebben aangesproken. En zelfs als het hem alleen om ‘houvast’ en toenadering tot God zou zijn gegaan, waarom nam hij dan zijn toevlucht tot Bourignon en niet tot een van de vele andere profeten die toen van zich deden spreken. Wie geïnteresseerd is in Bourignons aantrekkingskracht of meer wil weten over Swammerdams existentiële twijfels, leze mijn in 2004 verschenen boek, Ik moet spreken. Het spiritueel leiderschap van Antoinette Bourignon (1616-1680).