Strategische diepte

‘Verzoening’, zo noemde Benazir Bhutto het boek dat zij kort voor haar dood afrondde en dat haar politieke testament werd. Juist die verzoening lijkt in Pakistan verder weg dan ooit.

Benazir Bhutto: Verzoening.Islam, democratie en het Westen. Spectrum, 320 blz. €19,95

Het fundamentele probleem van Pakistan is niet-India willen zijn. Daaruit komen alle moeilijkheden waarin het land verkeert voort. Voorop in de rij haast onoplosbare kwesties staat de islam als staatsideologie, meteen gevolgd door ‘strategische diepte’ in Afghanistan als militair beleid. Pakistan hangt de wereld als een molensteen om de nek.

De op 27 december vermoorde Benazir Bhutto dacht dat Pakistan kon veranderen met een andere – een modernere en aan de tijd aangepaste – islam. In haar postuum verschenen Verzoening; islam, democratie en het Westen kan zij niet heen om de islam als bindend element van Pakistan. Volgens haar is dat niet de obscurantische islam van de Taliban en van andere fundamentalisten, maar is het ‘de islam [die] als religie meer pluralistische en rechtvaardigheidselementen kent dan andere religies en uiteindelijk meer mogelijkheden biedt aan de democratie.’ Het is in de Koran net als in de Bijbel: wat je zoekt, vind je, en wat je niet niet bevalt, negeer je. Bhutto haalt verzen aan die, schrijft zij, ‘expliciet zeggen dat God prijs stelt op het raadplegen van de mensen die worden bestuurd.’ Democratie is, met andere woorden, een goddelijke opdracht.

Benazirs vader, de geëxecuteerde premier en president van Pakistan Zulfikar Ali Bhutto (1928-1979) had ook al in de Koran gevonden wat hij zocht: volgens hem wees veel in de Koran juist op het socialistische karakter van de boodschap van de profeet Mohammed.

De ideeën van Benazir Bhutto zijn interessant maar niet nieuw, blijkt uit dit boek: zij schaart zich bij de school van hervormers als de Algerijn Mohammad Arkoun en de Egyptenaar Nasr Abou Zeid. Die zijn beiden hun leven niet zeker, omdat zij met hun moderne denkbeelden over de islam geloofsgenoten beledigd schijnen te hebben. Binnen de context van Pakistan getuigt het van grote moed dat mevrouw Bhutto durfde te komen met dit boek. Kennelijk wilde zij dat het zou verschijnen zoals het er nu ligt. In het voorwoord staat namelijk dat ze op de ochtend van haar dood de laatste wijzigingen had aangebracht in het manuscript. Vóór haar ballingschap – in 1998 verliet ze het land onder beschuldigingen van corruptie, in 2007 tekende ze een overeenkomst met president Musharraf om terug te mogen komen – scholden haar fundamentalistische landgenoten haar al uit voor kafir, afvallige, in een islamitische gemeenschap een levensgevaarlijke beschuldiging.

De internationale uitgeverswereld schijnt van Verzoening een opgeblazen zaak te maken, maar in de Pakistaanse kranten is daar vooralsnog niets van te merken. Het boek lezend kun je alle tamtam ook niet begrijpen, tenzij je anticipeert op een gewelddadige reactie van fundamentalisten in Pakistan en Afghanistan en misschien in andere landen. Mevrouw Bhutto vertelt namelijk niet iets anders dan zij in talloze toespraken en interviews al deed. Een groot deel van het boek wordt in beslag genomen door nogal schoolse opstellen over de erbarmelijke situatie van islamitische naties. Het veel te lange hoofdstuk over de clash of civilizations is obligaat.

Democratie is in de ogen van Benazir Bhutto niet wat er in het Westen onder wordt verstaan. Zo waarschuwt de koran voor de ondermijnende kracht van oppositie. ‘Door het zaaien van verdeeldheid en het ontketenen van chaos te verbieden,’ schrijft Bhutto, ‘stelt de Koran grenzen aan wat er op het gebied van oppositie mogelijk is.’ Anderzijds citeert ze de door Zulfikar Bhutto in 1973 opgestelde grondwet, die ‘het democratisch recht op een islamitisch bestuur erkent.’ Maar onder een islamitisch bestuur zitten minderheden en vrouwen altijd op de laagste rang.

Vervolg op pagina 2

Benazir Bhutto en het lot van een onmogelijk land

Vervolg van pagina 1

Volgens Benazir Bhutto is de islam verdraagzaam: ‘islam is niet alleen tolerant jegens andere religies en culturen, maar ook van binnenuit tolerant jegens mensen met een afwijkende mening.’ Misschien is dat zo, ’t ligt er opnieuw aan wat je zoekt en wilt zien, maar in de praktijk ligt dat anders. De door Benazir Bhutto geroemde tolerantie bestaat niet in Pakistan. Bhutto senior en de PPP hebben bijvoorbeeld in die infame grondwet uit de jaren zeventig een islamitische sekte – de Ahmadiyya’s – bestaande uit zeker een miljoen Pakistani, als godslasteraars bestempeld, waardoor die hele gemeenschap in feite is doodverklaard. Benazir Bhutto en de PPP hebben nooit stappen ondernomen het gewraakte grondwetsartikel te schrappen, en zolang de islam in Pakistan staatsideologie is, zal ook een ‘moderne’ moslim er niets aan durven te veranderen.

Hoe stelde Benazir Bhutto zich de modernisering van de islam precies voor? ‘Heilige teksten zijn onveranderlijk en goddelijk, maar interpretaties dienen zich in de loop van de tijd te ontwikkelen op basis van veranderingen in de sociale en politieke omgeving,’ schrijft ze. ‘Details dienen te worden geïnterpreteerd in het licht van de historische context.’ Wat Allah gezegd of bedoeld heeft en de ‘historische context’ waarin Bhutto vindt dat dit gezien moet worden, is een heikel punt in het islamitische debat. Bhutto schrijft: ‘Voor mensen is het onmogelijk Gods wetten perfect te ontcijferen en uit te voeren zonder fouten te maken.’ Voor haar is dit reden om geen religieuze wetten door de staat te laten invoeren.

Bhutto liet haar ideeën opschrijven door haar Amerikaanse lobbyist Mark Siegel, toen ze nog in ballingschap leefde maar al wel in gesprek was met Pervez Musharraf over terugkeer naar Pakistan en over parlementsverkiezingen. Je mag er vanuit gaan dat ze bij het schrijven van dit boek rekening hield met de kans dat ze weer aan het hoofd van de regering zou komen te staan. Gezien de macht en invloed van de obscurantisten en fundamentalisten in Pakistan, is het uiten van ideeën over ‘islam in de context van de tijd’ buitengewoon moedig. Met Verzoening zouden fundamentalisten meer brandstof hebben gehad voor hun haat tegen Bhutto. Maar niemand weet of ze daarom is vermoord, want niemand heeft de verantwoordelijkheid voor haar dood opgeëist.

Benazir Bhutto staat in Verzoening maar even stil bij de Pakistaanse militairen en de ISI of Inter Services Intelligence, de grootste geheime dienst van Pakistan, die haar steeds als zij aan de macht was of de verkiezingen dreigde te winnen onderuit haalde. Toch zijn de rol van leger en geheime dienst cruciaal om Pakistan te kunnen begrijpen. De reden van bestaan van Pakistan is namelijk het behoeden van de moslims van Zuid-Azië voor de status van permanente minderheidsgroepering in hindoe- India. De staat, in 1947 gesticht door Indische moslims, werd meteen een islamitische staat, met daarin het idee vervat dat de moslims van Pakistan permanent werden bedreigd door de hindoes van India. Het bewaken van die staatsideologie gold als een existentiële strijd en leidde, bij afwezigheid van een redelijk functionerende democratie, tot ongebreidelde macht voor het leger en geheime diensten.

De strijdkrachten en inlichtingendiensten hebben zich na een jaar of zes na de stichting van Pakistan geallieerd met de beweging van ‘pure’ moslims, de fundamentalisten. Uit die alliantie ontstond de ideologie van de jihad, de heilige oorlog, een overtuiging die aan aanhang won na 1971 toen Pakistan de helft van zijn grondgebied verloor aan de nieuwe staat Bangladesh. Hierdoor zijn de militante islamitische groepen zo sterk en machtig geworden dat ze nu zelf de eenheid van het islamitische Pakistan bedreigen.

Na eerst herhaaldelijk gezegd te hebben dat de islamitische landen hun interne geweld en hun autoritaire en dictatoriale regimes aan zichzelf te danken hebben, beklaagt Benazir Bhutto zich uitvoerig over de hypocrisie van het Westen en het meten met twee maten. Ook zij is van mening dat de mudjahedeen en Al-Qaida creaties zijn van het perfide Westen en dat Pakistan het deerniswekkende slachtoffer is. Ze schrijft: ‘Het prille zaad van de democratie werd [...] vaak gesmoord onder de strategische belangen van de westerse machten.’ Als een terzijde merkt ze wel op: ‘vaak in samenwerking met elementen binnen de eigen samenleving.’ Maar dat is nu juist de kern waar zij en anderen snel aan voorbij gaan: als Pakistan zich niet beschikbaar had gesteld om de mudjahedeen in Afghanistan te steunen, op te zetten en op de been te houden, had Amerika Pakistan niet kunnen dwingen in het westelijk buurland te helpen om de Russische vijand te verslaan.

Dat zit zo. Pakistan heeft zich vanaf het begin van haar bestaan aan de zijde van de Verenigde Staten geschaard. Ondanks de angstaanjagende haat van de bevolking jegens Amerika, blijven de Pakistaanse heersers wapentuig en leningen uit het Westen halen. Voor Zia ul-Haq, Pervez Musharraf of Benazir Bhutto zijn en waren connecties met het Westen, met het oog op de ‘echte’ vijand, India, levensnoodzakelijk.

Zeggen dat het wapentuig bedoeld is om de islam te verdedigen en gebruikt zal worden in een oorlog met India kan niet – dat voelt iedereen op z’n klompen aan. Daarom hebben de Pakistani altijd gehamerd op hun strategische ligging en hun anti-communistische overtuiging. Tijdens de bezetting van Afghanistan door de Sovjet-Unie, toen de Amerikanen daar het ‘duivelse imperium’ van de Russen wilden verslaan, hadden de Pakistaanse militairen en inlichtingendiensten de blik op de toekomst gericht, op de tijd na de Russen, als er weer oorlog met India zou komen. Zij zochten daarom volgens Pakistaanse militaire deskundigen ‘strategische diepte’ in Afghanistan, een soort Lebensraum voor de Pakistaanse strijdkrachten, een gebied om zich in geval van een Indiase invasie terug te trekken en te hergroeperen.

Tussen 11 September 2001 en vandaag heeft Pervez Musharraf, onder het excuus in de frontlinie van de nieuwe mondiale oorlog te liggen tegen het islamitisch terrorisme, tien miljard dollar aan hulp van de VS gekregen. Hiervan is weinig resultaat gezien. Noord- en Zuid-Waziristan, grensgebieden met Afghanistan, zijn aan opstandige, getalibaniseerde stammen verloren gegaan, evenals de prachtige Swat-vallei die kort lang geleden nog een toeristische trekpleister was. Onlangs moest het Pakistaanse leger zelfs even de Indus Highway prijsgeven, die Karachi met Peshawar verbindt. Er sloegen toen zo’n 25.000 mensen op de vlucht.

In haar boek geeft Bhutto toe dat Pakistan zich met het streven naar ‘strategische diepte’ in Afghanistan in de nesten heeft gewerkt. Maar ze laat zich niet uit over wat ze er hieraan zou willen doen. Als ze nog geleefd had en de verkiezingen had gewonnen, was het de vraag geweest óf ze er wel iets aan had kunnen doen. Want ook in tijden van gekozen regeringen houden militairen en inlichtingendiensten in Pakistan de touwtjes in handen. De ISI heeft samen met de fundamentalistische moslimpartijen een campagne gevoerd tegen Benazir Bhutto, haar beschuldigd van het in gevaar brengen van de staatsveiligheid en corruptie. De dienst heeft haar nooit vergeven dat zij als vrouw het leiderschap zocht over een islamitische natie.

Toen Benazir Bhutto in de jaren negentig premier was, bouwde de geheime dienst, geheel buiten haar om, de Taliban op, een beweging die naar zij dachten hun de ‘strategische diepte’ in Afghanistan zou geven. En ook na de parlementsverkiezingen van maandag a.s. zullen het Pakistaanse leger en de inlichtingendiensten hun Afghanistan- en jihadbeleid niet overdragen aan een burgerregering – of die de nu koers van ex-generaal Pervez Musharraf zal varen of die van wijlen Benazir Bhutto.