Stijgen

De Japanse wetenschapper Shinji Suzuki vouwt een raket van papier. De raket is niet langer dan twintig centimeter en weegt dertig gram. Suzuki, hoogleraar aan de universiteit van Tokyo, ontwikkelde het ruimteschip in samenwerking met het Japan Origami Airplane Association. De raket is gemaakt van hittebestendig, met siliconen behandeld papier en na veelbelovende proefvluchten wordt er aangenomen dat het vliegtuigje een afdaling naar de aarde zal overleven.

Terwijl Suzuki een knikje geeft aan de vinnen om extra kracht te geven aan het ruimteschip, lees ik in de roman Revolutionary Road hoe Frank Wheeler ’s nachts wanhopig door de straten rent. Zijn omgeving is niet ontworpen als podium voor een tragedie. Schaduwen ontbreken. Frank vlucht voor de opgetogen huizen, de glad gemaaide gazonnen. Hij rent weg voor zijn vrouw, zijn kinderen. En als hij kon, lanceerde hij zich uit zijn eigen hoofd.

Frank Wheeler is als het suburbia van Connecticut, waar hij woont met zijn gezin. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand. Frank maakt een goede indruk op mensen die hij net heeft ontmoet, al schrikt hij zelf af en toe van zijn weke hoofd in de reflectie van een raam. Hij oefent een gespannen kaak, en bestudeert zijn profiel in de spiegel. Schrijver Richard Yates introduceert zijn hoofdpersoon als opgeruimd en solide. Zelf ziet Frank zich als een ‘intense, nicotine-stained, Jean-Paul Sartre sort of man’.

Revolutionary Road verscheen voor het eerst in 1961. De problematiek die dit boek aan de orde stelt is van alle tijden. Yates legt feilloos de identiteitscrisis bloot van jonge mensen die zich een keuze denken te kunnen veroorloven wat betreft hun toekomst. Langzaam maar zeker schraapt Yates alle glans van het leven van Frank en April Wheeler. Ze voelen zich te goed voor hun omgeving, maar zolang ze onthouden wie ze eigenlijk zijn, menen ze dat hun niets kan gebeuren. De kantoorbaan van Frank is saai, maar in ieder geval niet pretentieus. Frank en April Wheeler weten waar het leven om draait.

Dat weten is gebaseerd op wat ze allemaal afwijzen. Ze willen geen burgertrutten zijn zoals hun buren, geen moraalridders zoals hun vrienden, en ze weigeren het beperkte leven te leiden van hun ouders. Maar wat ze wel willen kunnen ze niet precies benoemen. Het mag vooral niet leeg en betekenisloos zijn.

Shinji Suzuki overweegt een boodschap mee te geven aan zijn raket. „We weten niet waar het vliegtuig zal landen, maar het zou mooi zijn om een boodschap te sturen aan wie hem ook vindt”, zei hij in een interview. Hij zou graag iets betekenisvols schrijven. Maar hij komt niet op de goede woorden. Terwijl Suzuki een woordenloze raket de hemel in werpt, laat Frank Wheeler zich op bed zakken. Hij bijt op zijn knokkels nadat hij zijn vrouw een ‘empty, hollow fucking shell of a woman’ heeft genoemd. Het besef begint te dagen dat hij niet veel beter is.

Dit boek laat met de eenvoudigste middelen zien dat wat de mens is en wat hij zou kunnen zijn zelden op elkaar lijken.

Ik scheur honderd bladzijden uit Revolutionary Road en stuur ze op aan Suzuki. Als hij ze met siliconen kan bedekken zonder dat ze onleesbaar worden, hoeft hij verder niet na te denken over een boodschap.