Nieuws

‘My gosh’, zei mevrouw Holloway vanmorgen toen ze uit Nederland het laatste nieuws over Joran van der Sloot hoorde. „Geen vervolging? Wie zegt dat? De advocaat van Joran? O my gosh, laat het niet waar zijn. Ik moet even met Pieter de Vriez bellen. Hij heeft me toch niet met een dead sparrow blijgemaakt? Pieter, where are you?”

„Goshverdomme”, zei Peter R. de Vries, terwijl hij met zijn verkeerde been uit bed stapte. „Dit kán niet waar zijn, het zal wel een stuntje van die advocaat zijn. Ze zijn toch niet gek geworden op Aruba? Ben ik dan helemaal voor niks naar ze toe gegaan om ze met mijn indrukwekkende reportaasje te overtuigen? Ze hebben toch zelf gezegd dat ze het prima materiaal vonden? Als dit geen bekentenis is, wat is dan nog wél een bekentenis? Ik heb die zaak opgelost, punt uit. Net als de moord op John F. Kennedy. Ik heb de dader aangewezen en nu moet Justitie gewoon haar werk doen. Wat zullen we nou krijgen? Nee, ik heb nu geen tijd voor de telefoon. Ik moet vandaag overal dat prachtige boek gaan aanprijzen dat mijn medewerker over mij geschreven heeft en waar Matthijs van Nieuwkerk mij in zijn programma tegen alle afspraken in geen tijd voor gaf. Wie belt daar? Larry King? Oprah Winfrey? My ass! Ik wil alleen over dat boek komen praten!”

„Djiezes”, siste Patrick van der Eem, freelance verrader onder supervisie van Peter R. de Vries. „Dit zou betekenen dat ik alles focking voor niks heb gedaan! Al die dagen dat ik met die focking klootzak in die focking auto heb gezeten. Ik was nog maar twee weken beroemd. Is het nu alweer voorbij? Zal ik Joran maar weer even bellen? Misschien heeft hij zin om naar het casino te gaan.”

„Gossie”, zei Harm Brouwer, topman van het Openbaar Ministerie in Nederland, „ik kan me niet voorstellen dat dit nieuws klopt. Dan zouden ze bij het Hof op Aruba niet goed snik zijn. Die Peter R. de Vries, ik blijf erbij, is in vele opzichten een journalistieke vakman. De kritiek op hem uit mediakringen is behoorlijk hypocriet. Wat hij deed is een logisch vervolg op een trend die al jaren aan de gang is. We móeten op deze weg doorgaan. Zeg, bel even Aruba voor me en vraag ze of het soms hun bedoeling is mij in mijn hemd te laten staan. Een of ander competentiestrijdje over mijn rug?”

„Goh”, zei advocate Bénédicte Ficq, „het ziet ernaar uit dat ik nog eerder gelijk krijg dan ik had verwacht. Ik heb toch steeds gezegd dat zo’n bekentenis alléén niet voldoende bewijs is, te meer omdat die jongen apestoned was?”

„Jeetje”, zei Pauw tegen Witteman, „als dit waar blijkt te zijn, dan moeten we Peter R. de Vries misschien toch eens een beetje kritisch gaan ondervragen als we wéér een hele uitzending aan hem wijden, vind je ook niet, Paul?”

„Jemig”, zei vader Paul van der Sloot tegen zijn zoon Joran, „je mag hopen dat het waar is, jongen, dan kom je er toch nog goed mee weg. Maar doe mij een vreselijke lol: hou voor de rest van je leven je grote bek over Natalee Holloway. En vooral: hou mij er buiten.”

„Jezus, dit is vies, pa, dit is vies”, juichte Joran. „Zal ik jou eens precies vertellen wat er gebeurd is…”

„Tsssss…” zuchtten zeven miljoen Nederlanders, „waar zullen we het nou eens over hebben?”