Nederland wil later erkennen

Als Kosovo zich zondag onafhankelijk verklaart zullen maandag veel landen het erkennen. Nederland zal daar niet bij zijn. Het wil pas in een later stadium tot erkenning overgaan.

Nederland staat niet vooraan om een onafhankelijk Kosovo te erkennen. Net als bij de Joegoslavische deelrepublieken die zich uit de toenmalige federatie losmaakten kiest de Nederlandse regering voor een terughoudende benadering waarbij pas in een later stadium tot erkenning zal worden overgegaan.

Landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië zullen naar verwachting Kosovo onmiddellijk erkennen als de onafhankelijkheid (waarbij aanstaande zondag de meest genoemde dag is) eenmaal is uitgeroepen. Cyprus, Slowakije en Roemenië blijven gekant tegen een onafhankelijk Kosovo uit vrees voor precedentwerking in eigen land. Roemenië zal overigens wel meedoen aan de EU-missie.

De Nederlandse regering kiest ervoor eerst de ontwikkelingen af te wachten. Van belang is in welke mate de regering van Kosovo de aanbevelingen van het plan van de Fin Ahtisaari overneemt. Deze gaf in opdracht van de VN na besprekingen met de meest betrokken partijen aan onder welke voorwaarden de onafhankelijkheid zou kunnen worden uitgeroepen. Volgens minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) moet ook eerst worden bezien hoe de Kosovaarse autoriteiten zich zullen opstellen tegenover de Servische minderheid. Eerder deze week betitelde minister Van Middelkoop (Defensie, Christenunie) in de Tweede Kamer Kosovo als „een bloedserieus probleem” en een „vierkante cirkel”.

De meerderheid van de Tweede Kamer steunt de stellingname van de regering die neerkomt op erkenning op termijn. Dit geldt niet voor de SP die fel gekant is tegen een onafhankelijk Kosovo. „Het is spelen met vuur’’, zegt het Tweede Kamerlid Harry van Bommel van deze partij en verwijst daarbij naar de gevolgen van „de veel te snelle erkenning van Slovenië en Kroatië” begin jaren negentig. Hij vreest dat de „onafhankelijkheidskoorts” slechts zal worden aangewakkerd. Door in het midden te laten of tot erkenning zal worden overgegaan geeft de Nederlandse regering volgens hem „het verkeerde signaal” af. „Hiermee geef je een impliciete aanmoediging”, aldus Van Bommel.

Volgens de VVD-er Hans van Baalen is de kwestie Kosovo geen „hot onderwerp” in Nederland. Den Haag moet in zijn ogen op den duur overgaan tot erkenning. „De Serviërs hebben met hun etnische zuiveringen alle rechten verspeeld”, aldus Van Baalen.

Nederland heeft geen militairen in de 16.000 man tellende NAVO-troepenmacht die in Kosovo is gelegerd. Wel zijn „enkele tientallen” mensen aangeboden voor de EU-missie.