Nascholing voor managers

Dames en heren, heel hartelijk welkom bij deze korte, intensieve nascholingscursus voor publieke managers, georganiseerd naar aanleiding van de presentatie van het rapport van de commissie-Dijsselbloem. Fijn dat u, beleidsambtenaren op het ministerie en leidinggevenden in het onderwijs, in zo groten getale, op deze korte termijn, tijd vrij kon maken voor deze reflectiebijeenkomst.

Het rapport-Dijsselbloem legt de schuld van de problemen in het onderwijs voor een heel groot deel bij de politiek. Dat is terecht. Er bestaat geen excuus voor de wijze waarop opeenvolgende bewindslieden op het departement van onderwijs hun plannen betreffende de basisvorming, de schaalvergroting, de tweede fase en het nieuwe leren hebben doorgedramd. Kritische inspecteurs konden hun boodschap niet kwijt bij staatssecretaris Netelenbos (de heer Meijerink, hoofdinspecteur voortgezet onderwijs ten tijde van de invoering van de basisvorming: „Ik was nog maar net in dienst van deze organisatie en ik heb van mijn hart geen moordkuil gemaakt en onomwonden aangegeven dat ik vreesde dat het niet goed ging. Toen kreeg ik wel de wind van voren van de staatssecretaris.”). Kritische rapporten (van professor Imelman, hoogleraar pedagogiek en van de Onderwijsraad) verdwenen in diepe laden. Publicatie van het Sociaal en Cultureel Rapport 1998 werd uitgesteld omdat de bewindslieden op het ministerie van Onderwijs (Ritzen en Netelenbos) „problemen hadden met een passage in het rapport waarin werd gewezen op mogelijke risico’s van het studiehuis voor lagere sociale milieus”.

Enquêtes waaruit bleek dat een meerderheid van de docenten twijfels had over deze of gene onderwijsvernieuwing werden genegeerd. De transformatie van leraar tot begeleider in het studiehuis danken we aan een toevallig werkbezoek van staatssecretaris Wallage aan een scholengemeenschap waar op alternatieve wijze werd lesgegeven, na een brand nota bene. De rector van de betreffende school werd door de staatssecretaris naar Den Haag gehaald en onmiddellijk benoemd tot ‘wegbereider’.

Het zou fijn zijn als de Partij van de Arbeid de eerste vijftien jaar de grootst mogelijke bescheidenheid in acht neemt en veiligheidshalve geen enkel plan meer lanceert dat raakt aan het onderwijsveld.

Dit alles neemt echter niet weg dat het allemaal een stuk minder erg had kunnen aflopen als de ambtenaren op het ministerie en de leidinggevenden in het onderwijs zich anders hadden opgesteld. Heeft u in de jaren tachtig wel eens gekeken naar de Britse televisieserie Yes minister? We zagen in die serie diverse botsingen tussen minister James Hacker, en zijn hoogste ambtenaar Sir Humphrey Appleby. Elke keer als minister Hacker een onberaden stelselwijziging wilde doorvoeren had Sir Humphrey een hele reeks argumenten paraat waarom dit plan onverstandig was, onuitvoerbaar, of allebei. Denkt u dat Sir Humphrey zich door de eerste de beste staatssecretaris had laten overtuigen van het nut van de basisvorming, het studiehuis of het nieuwe leren? Denkt u dat Sir Humphrey een brigade van managers had opgezet om de onderwijsvernieuwing overal in het land te verkondigen en uit te rollen? Sir Humphrey was wel wijzer.

Loyaliteit van ambtenaren aan de politiek is in beginsel een goede zaak – Sir Humphrey maakte het wel eens te bont met al zijn mitsen en maren – maar ambtenaren houden daarnaast een eigen verantwoordelijkheid: dames en heren: niet ieder idioot plan hoeft direct te worden uitgevoerd.

Wat geldt voor ambtenaren gaat nog sterker op voor bestuurders, managers en leidinggevenden in het veld. Tot mijn verbazing las ik in het rapport-Dijsselbloem dat, nog voordat de Wet op de basisvorming in de Eerste Kamer behandeld was, er al overal in het land studiedagen, informatiebijeenkomsten, cursussen en symposia werden belegd. De basisvorming had in de Eerste Kamer nog makkelijk afgeblazen kunnen worden (de Senaat was in een opruiende bui; de CDA-fractie daar werd geleid door de beruchte Kaland), maar de onderwijsmanagers gingen alvast maar aan de slag met het nieuwe beleid.

Kunnen we afspreken dat dit proactieve, hyperloyale meedenken met bewindspersonen voortaan achterwege blijft? Wat is er gebeurd met de hindermacht waar personen en organisaties in de Nederlandse beleidswereld traditioneel over beschikten?

Uit de krant van gisteren begreep ik dat er voortaan naar ouders en leerlingen zal worden geluisterd als er nieuwe politieke plannen in de maak zijn. Dat klinkt geruststellend, maar het betekent dat ouders het ministerie van Onderwijs blijvend in de gaten moeten houden. En ouders moeten al zoveel in het moderne onderwijs.

Het gaat nog jaren duren voor de restanten van het studiehuis, de basisvorming en de weer-samen-naar-schoolplannen zijn opgeruimd. Er komen nog talloze leraren van de lerarenopleiding die zijn getraind en geschoold in varianten van het nieuwe leren. Al die tijd zal van ouders het uiterste worden gevergd: ze moeten hun kinderen leren spellen en rekenen, meedenken over werkstukjes, huiswerkbegeleiding leveren of organiseren. Het zou prettig zijn als ouders voor het tegenhouden van onbezonnen nieuwe politieke plannen konden vertrouwen op de hindermacht van het veld en de ambtenarij.

Kan ik op u rekenen?

Parlementair onderzoek Onderwijsvernieuwingen via nrc.nl/onderwijsReageren? Dat kan op nrc.nl/trappenburg (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)