Met lekkende borsten niet voor de klas

Zwangere vrouwen hebben negen maanden om erover na te denken of ze na de bevalling willen blijven werken.

Op de negenmaandenbeurs zijn de recruiters al actief.

Het begint al voor de ingang van de Rai in Amsterdam. Een jonge vrouw struint de rijen wachtenden af en vraagt: „Zoek je een baan? Voor één of twee dagen per week?” Ze werkt voor het bedrijf Proresult en legt uit: „Er is veel werk en mensen komen niet meer vanzelf op ons af. Dus zoeken wij ze op.”

Ook binnen in de RAI, waar dit jaar de Huishoudbeurs tegelijk wordt gehouden met de ‘negenmaandenbeurs’ (tot en met zondag), krijgen vrouwen banen aangeboden. Kinderopvangorganisatie Catalpa prijst zijn kinderdagverblijven bij zwangere vrouwen aan, maar ook de vacatures bij het bedrijf.

Alle vrouwen moeten werken. Dat wil het kabinet, omdat de samenleving vergrijst. Kleine deeltijdbaantjes moeten op z’n minst grote deeltijdbanen worden. En moeders tussen de 35 en 40 jaar moeten niet meer tijdelijk stoppen met werken (zie inzet).

Marieke (27, gymlerares) bezoekt voor de eerste keer de negenmaandenbeurs samen met haar vriendin, die net een paar dagen weet dat zij óók zwanger is. Na de bevalling, denken ze nu, blijven ze allebei werken. Misschien een dag minder. Omdat ze het leuk vinden, niet omdat het moet. „Nu, tijdens mijn verlof, merk ik al dat ik niet het type ben om thuis te zitten.” Haar vriendin zegt: „Je wordt al snel een Ma Flodder. Waarom zou je je aankleden als je toch de deur niet uit hoeft?” Marieke en haar vriendin vinden dat de overheid meer voor ze zou kunnen doen. „Waarom krijgen mannen niet méér verlof dan de wettelijk vastgestelde twee dagen? Nu komt de zorg automatisch bij de vrouw terecht”, zegt de vriendin.

Marieke zou graag langer verlof willen, voor het geven van borstvoeding. Straks in de zomer, geeft ze haar gymlessen op het veld. „Waar moet ik dan kolven? Ik moet er niet aan denken dat ik straks met lekkende borsten voor een klas vol pubers sta.” Haar vriendin: „Je hebt nu ook al recht op een speciale afgesloten ruimte, hoor.” Marieke: „In theorie misschien...”

Drie van de vier werkende vrouwen in Nederland blijven werken na de geboorte van een eerste kind. Dat is meer dan in de ons omringende landen. Van de Duitse moeders van kleine kinderen (tot vier jaar) werkt maar 45 procent. Eén oorzaak is dat het in veel landen moeilijker is om in deeltijd te werken: het is alles of niets. Overigens stopt na het tweede kind de helft van de Nederlandse moeders wel met werken.

Op de babybeurs komen ook niet-werkende moeders. Zoals Jessica Besseling (35) en Sharon Dragt (26). Jessica werkt „bewust niet”. Sharon werkt „uit financiële noodzaak” als serveerster. „Ik heb een koophuis.” Aan de wensen van het kabinet hebben ze geen boodschap. „Als alle moeders werken, kweek je een maatschappij vol criminelen”, vindt Jessica. Maar ook zij wil wel weer „iets” gaan doen als de jongste vier is. „Dan kan het wel.”

Nederlandse moeders werken wel, maar vooral in deeltijd. Driekwart van de werkende Nederlandse vrouwen heeft een deeltijdbaan. Dat is meer dan in andere Europese landen.

Petra Turk (27, acht maanden zwanger) werkte zonder kinderen al parttime als verzorger van gehandicapten, en wil dat blijven doen als ze straks bevallen is. De ene week twee dagen, de andere drie. Haar vader Jan Mooijekind (55): „Je gevoel zegt: het is beter als de moeder thuis blijft bij de kinderen.” Maar Petra’s moeder Ida Mooijekind (55) zegt: „Dat is niet mijn gevoel.” Zij werkte al snel na de geboorte weer een dag per week als kraamverzorgster „omdat mijn werk me voldoening gaf”. Een volledige baan nam ze tien jaar later pas weer.

Lees meer over de beurs via: www.negenmaandenbeurs.nl