Leg je oor te luisteren bij de Afrikanen

Ton van der Lee: De Afrikaanse weg. Balans, 269 blz. € 16,95

‘Het wordt hoog tijd’, vindt Ton van der Lee, ‘dat we het eens toegeven: de ontwikkelingshulp van de afgelopen 50 jaar is in belangrijke mate mislukt’. Volgens hem moet het ‘failliet van het westerse ontwikkelingsmodel’ aan de kaak worden gesteld. In De Afrikaanse weg gaat hij daarom op zoek naar ‘Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen’. HIj rijdt van Kaapstad naar Cairo om vooral ‘gewone Afrikanen’ te consulteren. Dat leidt tot aardige ontmoetingen en enigszins vrijblijvende oplossingen. Een Namibiër stelt voor om te stoppen met het onderwijzen van geschiedenis, zodat kinderen zonder de last van het koloniale verleden ‘opnieuw kunnen beginnen’. In Kenia ziet hij hoe de Massai de natuur behoeden voor westerse toeristen en in Ethiopië ontdekt hij een traditioneel spaarsysteem.

Dat klinkt mooi, maar zijn dit werkelijk alternatieven voor dat zo verfoeide ‘westerse ontwikkelingsmodel’? Toerisme kan bijdragen aan economische groei, natuurbehoud door de Massai niet. Afrika is onmiskenbaar achtergebleven in de globalisering en slachtoffer van de goede bedoelingen van westerse hulpverleners, maar op de weg naar ontwikkeling kun je het niet afsluiten voor de rest van de wereld.

Van der Lee, die met zijn in de filmindustrie verdiende vermogen hectisch Europa verruilde voor de ‘spiritualiteit’ van West-Afrika, houdt van het continent en heeft een fraai reisboek geschreven. Maar hij pretendeert met zijn Afrikaanse oplossingen meer dan hij kan waarmaken.

Van de analyse moet hij het niet hebben. En soms zit hij er ook gewoon naast. Bijvoorbeeld als hij stellig beweert dat in Afrika vrouwen in de recente geschiedenis nooit enige politieke macht hebben gehad, terwijl sinds 2005 Liberia wordt geleid door een vrouwelijke president en in Rwanda en Oeganda vrouwen kabinetsposities vervullen.

Met instemming citeert Van der Lee een Oegandees die een traditioneel alternatief heeft voor verzoening met het moorddadige Leger van de Heer. Dat is ‘beter dan de rechtszaken die jullie aanspannen tegen oorlogsmisdadigers in Den Haag’, zegt de man. Dat het de Oegandese regering zelf was die de legerleiding bij het internationaal hof wilde berechten, laat hij onvermeld. Zo maakt hij in zijn sympathieke poging naar Afrikanen te luisteren, diezelfde Afrikanen hulpelozer en willozer dan ze zijn. Om met de in het boek aangehaalde Britse wetenschapper Richard Dowden te spreken: ‘Probeer Afrika niet te redden, probeer het te begrijpen.’