Laat die Fransen hun colère krijgen

De Nederlandse natie moet niet te lang wakker liggen van de Franse ophef over Hirsi Ali.

Blijft de vraag: moeten we haar nu wel of niet buiten Nederland blijven beveiligen?

De morele verontwaardiging van linkse Franse intellectuelen is niet iets waar de Nederlandse natie al te lang van wakker moet liggen.

Doorgaans gaat het om praatzieke, opgewonden standjes die naar de verkeerde opiniemakers luisteren (Sartre in plaats van Aron) en de verkeerde idolen koesteren (Stalin, Mao). Dus toen ik de filosoof Pascal Bruckner eerder deze week hoorde liegen dat Nederland Ayaan Hirsi Ali het land heeft uitgejaagd, wist ik dat er in Frankrijk nog niets veranderd is.

Veel gratuite verontwaardiging ter meerdere glorie van zichzelf, daar zijn ze in Frankrijk altijd erg goed in geweest. Ze mogen van mij hun colère krijgen.

De Fransen wekken ook graag de indruk dat Hirsi Ali door Nederland niet beveiligd wordt. Het is een formulering die je zelfs in Nederlandse kranten ziet opdoemen. De Volkskrant publiceerde maandag, jawel, als ‘Brief van de dag’ een woedende brief van een lezer die ook gemakshalve wegliet dat Nederland de veiligheid van Hirsi Ali op eigen grondgebied wel degelijk garandeert. „Ik schaam me ervoor Nederlander te zijn en een zo slappe regering te hebben dat de moslimextremisten hier aan het langste eind trekken”, schreef die lezer.

Dat vinden ze bij de Volkskrant een belangrijke mening, maar het is misleidende kul. Ook de enige moslimextremist die hier een moord pleegde, trok allerminst aan het langste eind.

Blijft de vraag: moeten we Hirsi Ali nu wel of niet voor onbepaalde tijd buiten Nederland beveiligen? En zijn we kruideniers als we het niet doen?

Eén ding is zeker: als wij in deze kwestie kruideniers zijn, dan zijn we gelukkig niet de enigen.

Hirsi Ali werkt in Amerika voor een schatrijke denktank, het American Enterprise Institute. Dit instituut wil de veiligheid van zijn werknemer(s) niet financieren. Daarom moest Hirsi Ali onder haar vele rijke, beroemde Amerikaanse relaties, die op chique feestjes zo graag met haar gezien worden, op zoek naar sponsors. Zij startte op haar website ook een ‘Veiligheidsfonds’ waaraan iedereen, waar ook ter wereld, kon bijdragen. De resultaten vielen kennelijk dermate tegen dat Hirsi Ali nu opeens dolgraag Française wil worden, hoewel ze in Amerika wil blijven werken.

De Amerikaanse overheid piekert er zelfs uit beginsel niet over om de persoonsbeveiliging van gewone onderdanen op zich te nemen. Daarmee vergeleken slaat Nederland niet eens een slecht figuur. Nederland kapte vorig jaar de steun aan Hirsi Ali wel te abrupt af, vond ik, er had best een langere overgangsperiode mogen zijn.

Maar dat is iets anders dan een veiligheidsgarantie buiten Nederland voor onbepaalde tijd. Als je Hirsi Ali zo’n garantie geeft, moet je die ook andere bedreigden, zoals Wilders en Ehsan Jami (en wie er nog volgen), geven. Dat heeft niet alleen grote financiële, maar vooral onoverzienbare logistieke consequenties. Hoe moet de Nederlandse overheid de veiligheid op al die vreemde bodems organiseren? Willen die andere landen dat wel? En wie is er verantwoordelijk als er tóch het ergste gebeurt? Nederland natuurlijk.

Ten slotte heb ik nog één vraag, die ik helaas niet zelf kan beantwoorden: waarom komt Hirsi Ali niet gewoon terug naar het enige land ter wereld dat al veel voor haar veiligheid heeft betaald, en dat opnieuw zal doen, namelijk Nederland?

Frits Abrahams schrijft elke werkdag een column op de achterpagina van NRC Handelsblad.

„Het tolereren van intolerantie staat gelijk aan lafheid”, aldus Hirsi Ali bovenaan de homepage van ayaanhirsiali.org, waarop ze tevens tracht fondsen te werven voor haar beveiliging.