Kwekken tot je kapot bent

Jeroen van Baaren: Vijf wraken. De Arbeiderspers, 230 blz. € 17,95

In eerste instantie bevestigt de debuutroman van tv-producent Jeroen van Baaren alle vooroordelen. De ikpersoon van het verhaal is het soort bijdehand pratende, gladde marketingideeën spuiende type waar de Hilversumse tv-wereld bezaaid mee is. Op quasi-cynische toon meldt hij zijn successen: het ene wezenloze realitysoap-format na het andere, allemaal lukraak uit zijn mouw geschud, werd door de tv-kijkende massa omarmd. Met dezelfde zelfvoldaanheid waarmee Youp van ’t Hek al jaren zijn triomf over het biermerk Buckler spuit, vertelt deze programmamaker hoe hij de Suzuki Swift naar de ondergang hielp met een in scène gezette docutainment-reeks. De ontdekking dat zijn vrouw, een bloedmooie presentatrice, er constant affaires op nahield meldt hij op dezelfde achteloze toon, evenals zijn pogingen erachter te komen of zijn dochter wel van hem is. En natuurlijk neemt hij ook de televisiewereld, alle presentatoren, bobo’s en opdrachtgevers op de hak.

Het is niet al te makkelijk gesteld te raken op dit personage en zijn gebabbel: ‘Ik bedank Erik, ook voor de Deltawerken, de uitvinding van de peniciline en het bestaan van de verbrandingmotor.’ En aangezien dit de vertelstem van Vijf wraken is wordt de verleiding groot om dat oordeel naar de roman als geheel te verleggen. Maar gaandeweg blijkt die iets heel anders te zijn dan het al te vlotte relaas van een rancuneuze mediaman, die met zijn snelverdiende kapitaal op vermakelijk bedoelde wijze wraak wil nemen op zijn vijanden. Zo halverwege ontpopt zich het werkelijke plot, dat gaat over de verbrokkelende leefwereld van een man die manipulatie van de werkelijkheid tot zijn vak heeft gemaakt. Het schijnleven dat hij creëerde keert zich langzaam tegen hem totdat hijzelf, en met hem de lezer, totaal het spoor bijster is geraakt van wat nog echt is, en wat hersenschim.

De combinatie van SBS6-proza en typisch postmoderne romantechnieken die verwarring zaaien in tijd en bewustzijn levert op zichzelf genomen al een opmerkelijke roman op. Wat niet wil zeggen dat Van Baarens ambitieuze opzet helemaal geslaagd is. Daarvoor blijft hij te veel hangen in de vlotte cynische toon van zijn hoofdpersoon, waardoor het vervreemdende effect van diens bewustzijnsvervaging verloren gaat. Zo laat Van Baaren hem tussen neus en lippen door even in ‘dit boek’ bladeren: een wat al te koket effect. Maar in sommige passages, waarin het niet duidelijk is hóe ver de wraakoefeningen nu werkelijk zijn gegaan, is hij er wel degelijk in geslaagd een spanning op te wekken. De grens tussen gedachtespinsel en realiteit is dan even voelbaar.