Koorddansen tussen Wilders en ‘de West’

Premier Balkenende sluit zijn zesdaagse werkbezoek aan de Antillen vandaag af op Aruba. In hoog tempo reed hij demonstranten voorbij. „Gezamenlijkheid? We gaan samen op de foto.”

Premier Balkenende tijdens een wandeling door de volkswijk Otrabanda in Willemstad. Hij sprak op de Antillen over de nieuwe staatkundige verhoudingen. Foto WFA WFA30:PREMIER BEZOEKT ANTILLEN:OTROBANDA;14FEB2008- Minister President Balkenende gisteren bij wandeling door Otrobanda onder leiding van ir. M. Newton (links op de foto). WFA/wc/str. Prince Victor WFA WFA

Hij wil best een geheimpje verklappen. Jan Peter Balkenende en minister-president Emily de Jongh-Elhage van de Nederlandse Antillen hebben elkaars mobiele nummers. Ze weten elkaar te vinden, meldt Balkenende het toegestroomde publiek bij zijn lezing aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA). En het contact is goed.

Een mobieltje gaat over. „Emily”, zegt hij gespeeld bestraffend, „dit had je nu niet moeten doen. Ik weet dat je een punt wil maken maar dit gaat echt te ver.” De overvolle zaal lacht iets te hard. Op de eerste rij glimt De Jongh-Elhage.

Op Curaçao is Balkenende toegankelijk, gezellig en vooral duidelijk. Zijn derde werkbezoek aan de Nederlandse Antillen en Aruba wordt omgeven door een aantal heikele kwesties, waardoor de Nederlandse premier strategisch moet opereren.

De controverse rond Kamerlid Hero Brinkman (PVV), die in januari de toegang tot het parlementsgebouw werd ontzegd, ligt nog vers in het geheugen. En de staatkundige onderhandelingen over de ontmanteling van de Nederlandse Antillen verlopen stroef. Per 15 december, bij de opheffing van het Antilliaanse staatsverband, willen Curaçao en Sint-Maarten de status van autonoom land binnen het koninkrijk bereiken, zoals Aruba sinds 1986 heeft. De kleinere eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba worden dan openbare lichamen, een soort gemeenten van Nederland. De ingangsdatum van 15 december is volgens Nederland feitelijk onhaalbaar, maar uitstel ligt gevoelig op de Antillen.

Balkenende heeft een mantra: „Problemen benoemen, tempo maken en positivisme.” Het lijkt haast een campagneslogan waarmee hij de onderhandelingsweg wil plaveien voor zijn meegereisde staatssecretaris van Koninkrijksrelaties, Ank Bijleveld-Schouten (CDA). En een manier om te koorddansen tussen bijna de helft van de Nederlandse bevolking, die – net zoals de PVV van Geert Wilders – het liefst van de Antillen af wil, en een toekomst met de voormalige koloniën in ‘de West’.

Op de weg van de Curaçaose luchthaven Hato naar de UNA staan tientallen demonstranten. Ze verwelkomen de zojuist ingevlogen Nederlandse premier met protestborden en anti-koloniale leuzen. Balkenende wordt er met hoge snelheid langsgereden. Zijn werkbezoek kent een moordend tempo. Die ochtend heeft hij „problemen benoemd” op Sint-Maarten, waar hij de boodschap bracht dat het eiland, zonder verbetering van de rechtshandhaving, de felbegeerde status van land voorlopig kan vergeten. Na een middagstop op Bonaire arriveert hij in de vroege avond op Curaçao. Om daar te pleiten voor „tempo maken”.

Maar het is de vraag of Curaçao op de vliegende vaart van Balkenende zit te wachten. Op het grootste Antilliaanse eiland wijzen demonstranten op het gebrek aan draagvlak voor de afspraken die het kabinet De Jongh-Elhage met Nederland heeft gemaakt. Vooral de sanering van de Antilliaanse staatsschuld van 2,2 miljard euro door Nederland, in ruil voor toezicht op overheidsfinanciën en justitie, ligt gevoelig.

Als Balkenende de volgende dag een rondleiding door het centrum van Willemstad krijgt, willen alleen Nederlandse toeristen met hem op de foto. Opgewekt schudt hij handen met hen op het terras van een café voor makambas, ofwel Europese Nederlanders. In de volkswijk Otrobanda, aan de andere kant van de Sint Annabaai, blijft de witte stoet ook niet onopgemerkt. Een oudere vrouw, het dunne haar tegen de schedel geplakt, schreeuwt hem na om geld aan Curaçao te geven. De lootjes die ze verkoopt om haar pensioen aan te vullen fladderen in de noordoostpassaat.

Bij de UNA maakt een student indruk op Balkenende. Gwendell Mercelina stelt dat Antilliaanse jongeren veel meer over Nederland weten dan andersom. „Stof tot nadenken”, schrijft de premier in zijn dagboek op internet. „En een reden temeer om binnen het Koninkrijk werk te maken van een gezamenlijke toekomst.”

Maar de gezamenlijkheid kent grenzen. In de ambtswoning van de vertegenwoordiger van Nederland op Curaçao staan de avond erop verschillende ronde tafels opgesteld. Dertig jongeren met ervaring op het gebied van cultuur, onderwijs, sport en het bedrijfsleven speeddaten tussen de copieuze maaltijd door met ambtenaren en politici als Balkenende en De Jongh-Elhage.

De meeste jongeren vinden het „een mooie kans”. Clark Abraham (27) is kritischer. „Als we cruciale vragen stellen”, zegt hij na het toetje, „bijvoorbeeld over mogelijkheden voor Nederlandse studiefinanciering op de Antillen, dan is er opeens geen gezamenlijkheid meer, geen koninkrijk meer. Dan gaat het opeens om eigen verantwoordelijkheid. Maar wat doen we dan wel samen? Op de foto gaan?”

Vlak voor zijn vertrek naar Aruba krijgt Balkenende een rondleiding door het Museo Tula, een slavernijmuseum in het landhuis waar in 1795 de grote Curaçaose slavenopstand begon. Hij oogt vermoeid, maar geïnteresseerd. „Het is een verhaal dat moet worden verteld, dat is ook zo”, zegt de premier. Dan vertrekt de delegatie naar het vliegveld. „Ze vinden het leuk”, zegt Elia Isenia, met wie de premier een slavenlied zong. „Maar ze snappen het volk niet. Wat wij willen dat ze voelen, dat zit te diep. Dat voel je niet in een rondleiding van tien minuten.”

Meer over de ontmanteling op nrc.nl/antillen