Is Osama Bin Laden soms mijn broer?

Edward van de Vendel: De gelukvinder. Querido, 332 blz. €13,95

Kinderboekschrijver Edward van de Vendel hield bijna twee jaar geleden een verrassende Annie Schmidtlezing. De wereld van het ‘literaire’ kinderboek – lees: het soort boeken dat doorgaans een Griffel krijgt – moest zich volgens hem meer openstellen voor de maatschappelijke werkelijkheid. Waarom lees je in Nederlandse kinderliteratuur zo weinig over de oorlog in Joegoslavië, vroeg hij zich hardop af, of over asielzoekerscentra in Nederland?

Van de Vendel voegde de daad bij het woord met het opzetten van een serie jeugdboeken vol actualiteit. In de door hem bedachte opzet werkt een schrijver het veelbewogen en veelbetekenende leven van een jongere om tot een roman. Jongeren die hun levensverhaal uitlenen delen mee in de opbrengst.

Het eerste deel van de serie is onlangs verschenen, De gelukvinder van Van de Vendel zelf en van de Afghaanse vluchteling Anoush Elman (17 jaar). Zij beschrijven de Afghaanse jongen Hamayun, die met zijn familie vlucht voor de Talibaan en na veel omzwervingen terechtkomt in Nederland. Zo’n verhaal klinkt als een recept voor een braaf boek met een boodschap, maar De gelukvinder blijkt een bruisende jeugdroman, die met veel humor, spanning en ontroering vensters op de actualiteit opent.

De gelukvinder is een groots opgezet boek, vol gebeurtenissen en personages. Het eerste deel beschrijft de tijd in Afghanistan, waar de liberale familie van Hamayun steeds meer problemen krijg met het Talibaan-regime, vader een tijd in de gevangenis zit en een baby wordt geboren. In het tweede deel laat de familie in Afghanistan de oma’s en de pasgeboren baby achter en reist weken kriskras door Azië en Europa. Het derde deel speelt in Nederland, waar Hamayun en zijn familie worstelen met school, verblijfsvergunningen en een snel verhardend vreemdelingenklimaat in Nederland.

Van de Vendel houdt de verwikkelingen strak in de hand in een verhaal dat vooral tijdens de vlucht erg spannend is. De familie komt in handen van zogeheten ‘bottendragers’, de bijnaam voor smokkelaars die mensen een tijdje meeslepen en dan als een bot weer laten vallen.

Bij haast alle gebeurtenissen krijg je het gevoel dat Van de Vendel veel heeft weggelaten. Als de familie Iran bereikt, gooit moeder haar chador onmiddellijk in de vuilcontainer. Het enige wat ze zegt is: „Zo, dat is dat.” De lezer voelt de bevrijding, zonder dat dit wordt ingewreven. Alleen tegen het einde laat Van de Vendel zijn hoofdpersoon – zoals vaker in zijn boeken – wat te lang zwelgen in zijn overigens invoelbare wanhoop.

De droge opmerking van moeder kenmerkt ook de vaak lichte toon waarop deze heftige geschiedenis wordt verteld. Als de kleine Hamayun in een Talibaan-demonstratie moet roepen: ‘Osama bin Laden is onze broer’, zegt zijn vriendje: ‘Is mijn moeder vreemd gegaan, ik wist niet dat ik nog een broer had.’ Met dit soort anekdotes rekent Van de Vendel bijna terloops af met de clichés over de moslimwereld.

Van de Vendel verweeft de vlucht knap met de coming of age van Hamayun. Als kind van acht vangt Hamayun in Kabul met veel moeite een duif; tot zijn woede laat zijn moeder de vogel weer vrij. Pas veel later, als hij is uitgegroeid tot een zelfbewuste en vrijheidslievende bijna volwassene in Nederland, denkt hij terug aan de duif en snapt hij zijn moeder plotseling heel goed. Het boek zit vol met dit soort simpele beelden over de volwassenwording van Hamayun die tegelijk exotisch en vertrouwd aandoen.

Nog knapper is hoe Van de Vendel de bijpersonen tot leven wekt. Waren die in zijn andere boeken vaak nogal vlak, hier zet Van de Vendel de stoet van klasgenoten, familieleden en medevluchtelingen met enkele zinnen treffend neer. Vluchteling Sikander met zijn reusachtige gestalte en geheime boek is maar even in beeld en blijft je toch lang bij, net als de Iraanse buurman in het asielzoekerscentrum die een buurvrouw wil zijn. Heerlijk is de Palestijn Saed die zijn oorlogstrauma verbergt onder zijn houding van coole rapper.

Maar wacht even, wat staat er in het nawoord? ‘Vooral in het stuk dat in Nederland speelt heeft Edward de bijpersonages verzonnen.’ Welke dan? En welke niet? En valt medeschrijver Elman helemaal samen met Hamayun? In een boek dat zo nadrukkelijk wordt gepresenteerd als ‘echt gebeurd’ mag wel wat uitvoeriger worden toegelicht wat fictie is en wat niet.

Voor het eindresultaat maakt het overigens niet uit. De geluksvinder is door zijn rijkdom en rijpheid het beste prozawerk van Van de Vendel, die toch al drie keer de Gouden Zoen won. Bovendien is Van de Vendel met glans geslaagd voor zijn zelf gestelde opdracht om de urgentie van de Nederlandse jeugdliteratuur te vergroten.