In de oude spreupot

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze week alles over gevelstenen.

Een beetje gevelsteen moet wat te raden overlaten – dat hadden ze vroeger goed begrepen. Want dan kijken de voorbijgangers er vanzelf wat langer naar, zeker in later eeuwen. Wat zijn ‘Twe Kanefasbale’, op een gevel aan het Singel? Het duurde even voordat ik zag dat het om twee canvasbalen ging. ‘Dboopeemden’ is gevelsteens voor ‘d bo op eemden’, dat is ‘de bo op Emden’, de bode die afhaalt en bezorgt in Emden.

Op een andere steen zie ik ‘Inde Sprevpot’. Het lijkt wel Russisch, of Goeiemoggels. Het staat onder de stenen afbeelding van een pot, of een kruik, die horizontaal aan de muur hangt. Op de fles zit een vogeltje. Leuk. Nog leuker: aan de opening van de pot is een takje bevestigd. Leukst: op dat takje zit een andere vogel die zijn snavel in de smalle opening steekt om zo haar jongen, die nog in het nest ín de pot wonen, te voeden. Twee kleine snaveltjes zijn nog net zichtbaar. Het is een mooi gegeven voor een gevelsteen. Op een stokje voor je eigen ingang zitten, een veilig nest in een stenen pot – het is een embleem voor huiselijkheid en geborgenheid. Het zou op elke gevel kunnen passen.

De afbeelding staat samen met honderden andere in De gevelstenen van Amsterdam, een sterk uitgebreide en verbeterde versie van het gelijknamige boek uit 1992. Bijna alle nog bewaard gebleven gevelstenen staan erin, bijna allemaal voorzien van een foto en een beschrijving van vindplaats, datering en voorstelling. Bij ‘Inde Sprevpot’, in de gevel van Rokin 22, ging het in de toelichting over vogels. Ik bedacht pas later dat met de sprev de spreeuw bedoeld moest zijn en met de sprevpot zoiets als een spreeuwpot. Een spreeuwpot? Van Dale geeft het woord niet. Internet wel. Nu weet ik dat vroeger aan menig huis een spreeuwenpot hing. Niet om de beestjes een veilig nest te bieden, maar om ze gemakkelijk te vangen – voor spreeuwenpastei en spreeuwensoep. Zo zit er niet alleen een mooie steen langs het Rokin, maar ook een mooi verhaal, een inkijkje in de Oudhollandse keuken en een wijze les: uw nest kan uw val zijn.

Zo is het met alle hier opgenomen gevelstenen. In elke steen kan je je gemakkelijk een uur, of langer, verliezen. Boers’ boek wordt verkocht als een gevelstenengids, maar eigenlijk is het een levenscatalogus. Alles staat erin. De geschiedenis van de gevelsteen, de functie, de verschillende verschijningsvormen, de symboliek. En alles over de techniek van het restaureren. Aflogen, ophakken en aanhelen. De versuikering stoppen en er weer ‘gezonde steen’ van maken.

Mooiste bladzijde: de thematische index, met 29 categorieën, van ‘hemellichamen’ en ‘huisraad’ tot ‘lichaamsdelen’ en ‘dieren’. Zoekt u een kievit? Ga naar Spuistraat 44. Wilt u liever een stoel, type driepoot? Ga dan naar de Binnen Wieringerstraat 11. Wilt u eens lekker thematisch door het Oude Testament wandelen, vanaf het paradijs tot en met de gloeiende oven? De index voert u langs 32 oudtestamentische stenen. Zonder thema kan ook. Volgt u dan de alfabetische index, op straatnaam, en zie alle schilderijen door elkaar: een mooie reiger met een gouden halsband, een fraaie bloemkool, een kat met een muis, een raap, een zwaan met rare blauwe poten. Het is één groot museum. Toegang gratis. Het hele jaar door geopend.

Onno W. Boers: De gevelstenen van Amsterdam. Foto’s Pancras van der Vlist. Verloren. 296 blz. € 29,–