Imad stierf zoals hij leefde: gewelddadig

Hezbollah-leider Imad Mughniyeh werd woensdag opgeblazen in Damascus.

Als zodanig is zijn dood een klap voor Hezbollah, maar geen onoverkomelijke.

Imad Mughniyeh is gestorven zoals hij leefde: door een terreuraanslag. De Libanees was een terroristisch veelpleger, over wie verder in de bovenwereld niet zoveel harde feiten bekend zijn. Na de jaren tachtig tot afgelopen woensdag in zijn kist is hij nooit meer met zekerheid gesignaleerd.

Over de daders van de bomaanslag in Damascus waarbij hij de dood vond, kan ook alleen worden gespeculeerd. Voor de fundamentalistisch-shi’itische organisatie Hezbollah, waarvan hij een leider was en nu een „martelaar” is, en haar Iraanse steunpilaren hebben „de Israëlische zionisten” de bom in zijn auto geplaatst.

Israël ontkent, wat op zich niet zoveel zegt. Dat Mughniyeh in het territorium van de geduchte Syrische veiligheidsdiensten werd gedood, sluit een Israëlische hand niet uit. Ook de Amerikanen zochten hem. Of misschien wilden zijn eigen betaalmeesters om de een of andere reden van hem af. Of een rivaal.

Mughniyeh werd wel vergeleken met Osama bin Laden, zij het een shi’itische. Maar dan toch alleen wegens de veelheid aan terreuracties die aan hem worden toegeschreven. Het feit dat hij geen publiek gezicht had, maakt de vergelijking met Bin Laden verder moeilijk houdbaar.

Had Mughniyeh een toekomstvisie? Hij heeft er nooit iets van laten blijken. Eerder was hij een effectief organisator van terroristische en andere gewapende ondernemingen.

Als zodanig is zijn dood een slag voor Hezbollah. Maar geen onoverkomelijke voor een zo grote organisatie die vaker met liquidaties te maken heeft gehad.

Mughniyeh is voor één terreuractie formeel aangeklaagd, door Washington; de 17 dagen durende kaping van een Amerikaans passagiersvliegtuig in 1985 waarbij een Amerikaanse marineduiker werd vermoord. Hij stond op de FBI-lijst van meest gezochte personen. Op zijn hoofd stond vijf miljoen dollar.

Israël op zijn beurt beschuldigde hem van de bomaanslag in 1992 op de Israëlische ambassade in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires (29 doden; als wraak voor de Israëlische liquidatie van Hezbollahleider Abbas Moussawi) en in 1995 op het joodse centrum in dezelfde stad (95 doden). Interpol had kort geleden in verband daarmee een internationaal opsporingsbevel tegen hem uitgevaardigd.

Mughniyeh, rond 1960 in Zuid-Libanon geboren in een zeer gelovige familie, begon zijn loopbaan bij Arafats Al-Fatah, toen dat nog met andere Palestijnse groepen de dienst uitmaakte in het gebied. Hij was begin jaren tachtig betrokken bij de oprichting van Hezbollah (Partij van God), waartoe Iran de aanzet gaf om de achtergestelde Libanese shi’ieten stem en een gewapende arm te geven.

Mughniyeh leidde de veiligheidsdienst van Hezbollah en werd het brein achter de terreurcel Islamitische Jihad, die naar wordt aangenomen voor de meeste van de ontvoeringen van westerlingen in Libanon in de jaren tachtig verantwoordelijk was. Uit die ontvoeringen kwam Irangate voort, waarbij verscheidene gijzelaars werden vrijgelaten in ruil voor Amerikaanse wapens voor Iran.

De eerste keer dat zijn naam werd genoemd was in november 1982, bij de zelfmoordaanslag op het hoofdkwartier van het Israëlische invasieleger in Tyrus (70 doden). Het volgende jaar zou hij de zelfmoordaanslagen hebben georganiseerd op de Amerikaanse ambassade (63 doden), de kazerne van Amerikaanse mariniers en een Franse militaire basis (samen ongeveer 300 doden) in de Libanese hoofdstad. In 1984 en 1988 zou hij ook Koeweitse vliegtuigkapingen hebben georganiseerd.

Over Mughniyeh werd later alleen nog gerapporteerd in niet te verifiëren geruchten, speculaties en desinformatie. Tot hij dinsdag werd opgeblazen.

Opmerkelijk is dat, terwijl Hezbollah en de door het Westen gesteunde Libanese regering frontaal tegenover elkaar staan, premier Siniora en meerderheidsleider Saad Hariri de Partij van God condoleerden met hun zware verlies.