Ik denk groot, mooi en nuttig

Elena Simons (30) is creatief leider van het bedrijf Wonder.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

„Je treft het”, zegt Elena Simons wanneer ik haar bel om te vragen of ze geïnterviewd wil worden over geïnspireerd blijven terwijl je het druk hebt: „Ik heb het zo druk dat ik er wanhopig van ben.” Elena Simons (30) is creatief leider van Wonder, dat projecten verzint om mensen te verrassen met grappige acties. Wonder heeft de burgerbuddy bedacht: burgers adopteren politici en ambtenaren en steunen hen als gesprekspartner, maatje of bron van inspiratie. En er zijn de blijbrigades: vrijwilligers die mensen uitzwaaien op het station, sturen van gestalde fietsen versieren met bloemen, sinterklaascadeautjes verstoppen in de schoenen in een moskee. Er werken nu vijf mensen bij de stichting. Volgende week komt er een nieuwe stagiaire. En daarna nog een projectleider.

Toen ik belde om dit interview af te spreken, was de creatief leider net terug van een week in het buitenland waar ze haar laptop met alle bestanden was kwijtgeraakt. Op kantoor wachtte een aantal nog onopgeloste vraagstukken. En honderden mails, natuurlijk. „Het leek wel alsof alles in de soep liep. Op kantoor wist ik mijn rug recht te houden, maar aan het einde van de dag kwam ik huilend aan bij mijn vriend. Dat is die week drie keer gebeurd.”

Wat erg.

„Nee hoor, helemaal niet. Iemand die ik ken zegt: dingen moeten eerst erger worden voor ze beter worden. Ik heb vorig jaar te veel gewerkt. Niet het hele jaar, maar wel de helft van het jaar. En het zou best kunnen dat ik door deze week ga besluiten: daar ga ik wat aan doen.”

Is het zo druk omdat het een echt bedrijf is geworden?

„Ja, maar ook doordat de mogelijkheden tegenwoordig op mij afkomen in plaats van andersom. Toen ik zes jaar geleden begon als freelance ideeënmaakster had ik geen opdrachten en was het een uitdaging om veertig uur per week vol te maken. Dan had ik bijvoorbeeld een idee voor Nike, dat ik ‘solemates’ noemde: sportschoenen voor kinderen die je aan elkaar kunt klikken en waarmee die kinderen dan gecoördineerd moeten lopen. Nu begrijp ik dat een bedrijf zo’n idee nooit zou uitvoeren, veel te gevaarlijk. Kinderen die struikelen en hun neus breken, dat wil je niet riskeren als sportschoenenfabrikant. Maar tot die afwijzing is het nooit gekomen, want ik heb het idee niet gepresenteerd. Ik was erg naïef. Ik dacht: ik knutsel een presentatietje in elkaar en daarmee ga ik naar iemand die ik ken bij dat bedrijf. Nou, zo werkt het niet.”

Het is snel gegaan.

„Terugkijkend, ja. Maar vooruitkijkend kan het niet snel genoeg gaan. Ik heb inmiddels alweer zoveel andere dingen bedacht.”

U loopt over van de ideeën.

„Nou, door al die drukte steeds minder hoor.”

U liep over van de ideeën.

„Ik vind het spannend om te zien hoe de maatschappij werkt. En af en toe raakt me iets. Bijvoorbeeld dat een paar mensen die ik ken in aanraking kwamen met de overheid en zonder uitzondering klaagden over hoe dat ging. Dat vind ik spannend. Daar ga ik dan over nadenken: wat is daar mis en wat kunnen we daarmee.”

Dat gebeurt allemaal in uw hoofd?

„Voornamelijk, ja. Maar ik praat dan ook met mensen die bij de overheid hebben gewerkt. Zo verzamel ik ingrediënten. Maar de echte ideeën komen terwijl ik bijvoorbeeld afwas. Of als ik in de trein zit. Naar de radio luister. Soms pak ik er een papiertje bij. De burgerbuddy is op papier bedacht. [Ze pakt een vel papier en tekent het voor:] Onderaan heb je de bevolking, dat is een brede laag. Die kiest het parlement. Vervolgens krijg je het kabinet. Dat zijn maar een paar mensen, dus daar is het smal. En dan heb je alle departementen en is het weer breed. Wat je nu op de tekening ziet is een zandloper: veel mensen onderaan, veel mensen bovenaan en daartussen maar weinig. Dat is een ongezonde vorm: het is onmogelijk dat alle informatie over en weer door dat kleine stukje in het midden past. Dus heb ik bedacht dat we die brede laag beneden en die brede laag boven meer met elkaar moeten verbinden. Zo kom je dan op een adoptieplan. Overigens had ik het oorspronkelijk veel spectaculairder in mijn hoofd. Ik zag een compleet reddingsplan voor de overheid voor me, tienduizenden burgers zouden opstaan.”

Een idee begint klein maar moet wel groot worden?

„Het beste idee is een klein idee. Ik heb een jaar bij een reclamebureau gewerkt. Daar zeiden ze: een goed concept past op de achterkant van een postzegel. Ik hou erg van conceptuele duidelijkheid. Burgers adopteren politici: dat is klein en helder. En daarna moet dat idee zich over het land gaan verspreiden. Wat zeg ik: over de wereld.”

Uw doel is de wereld blijer maken?

„Mijn doel is: maximaal en zo mooi mogelijk bijdragen aan de veranderingen die deze tijd nodig heeft. Dat kan blijheid zijn. Maar ook duurzaamheid. Of integratie.”

U hebt geen einddoel, maar begint steeds opnieuw?

„Ik had dit honderd jaar geleden ook kunnen zeggen, ja. Dan had het alleen een andere invulling gekregen. Je kunt dit blijven zeggen.

Als er geen einddoel is ...

„Hoe meet ik dan succes?”

Ja, dat is de vraag.

„Het zijn drie dingen. Ik denk aan groot, mooi en nuttig. Als er blijbrigades bijkomen, wordt het groter. Als een blijbrigade een gave actie heeft bedacht, wordt het mooier. En als we horen dat die actie ook echt iets heeft betekend, is het nuttig geworden. Mensen vertellen ons regelmatig dat ze blij zijn geworden van een actie. En een enkele keer komt er een bericht in de categorie: ik was mijn vertrouwen in de mensheid kwijt en door jullie is dat weer teruggekomen. Dat is heel mooi. Maar dat is maar af en toe.”

Wat voelt fijner: het grote van duizenden mensen bereiken of het kleine van die ene persoon?

„Ik focus meer op het grote. De kleine dingen verrassen me. Iemand die Pret met Moslims [een boek dat zij vier jaar geleden uitbracht, red.] heeft gelezen en vertelt dat zij daarna contact heeft gezocht met haar islamitische buurman. Dan ben ik gek genoeg verbaasd, zo van: ooit heb ik wel zoiets bedoeld, maar al organiserende ben ik dat eigenlijk al weer vergeten.”

Heeft het werk uzelf veranderd?

„Ja, absoluut. In het begin was ik heel onzeker. Toen waren de ideeën een houvast voor me: ik heb tenminste een plan. Ik wilde ook graag denken dat die plannen geweldig waren. Maar daar twijfelde ik dan weer aan. Die onzekerheid is door de successen ... niet helemaal weg, maar er is niet veel meer van over. Ik weet nu waar ik mee bezig ben. En de laatste paar jaar draait het in mijn leven om hoe een organisatie werkt. Ik doe nu dingen die nooit mijn bedoeling waren en die ik leer door ze gewoon maar te doen. Maar dat geldt denk ik voor de meeste ondernemers. Ik vind het ook leuk om een keer mee te maken. Maar tegelijk denk ik: eigenlijk moet ik er zo snel mogelijk weer vanaf.”

Dat zou u gelukkiger maken?

„Als ik moet kiezen tussen gelukkig en ongelukkig, ben ik gelukkig. Maar ik vind wel dat ik te vaak niet goed in mijn vel zit. En wat is dan de reden? Heb ik het te druk? Of heb ik een verkeerde mentaliteit? Want dat kan ook. Ik merk dat ik altijd aan het scannen ben: is er iets waar ik me zorgen over moet maken? En dan kan ik dus gaan denken: oh jee, we hebben nog steeds niet .. nou, vul maar in. Er is altijd wel wat te vinden. En daar bijt ik me dan in vast en dat geeft me een naar gevoel. Sinds die vreselijke week probeer ik wel even stil te staan bij dat soort dingen, maar ze dan weer los te laten. Afkappen. Dus als het goed gaat ben ik binnenkort gelukkiger.”