Hybride corporaties

Minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) heeft een stevige sliding uitgevoerd op het maatschappelijk middenveld. Ze heeft de bal veroverd, maar haar tegenstanders, die trouwens eerder medespelers waren, grijpen pijnlijk getroffen naar hun enkels. Anders gezegd: het conflict tussen politiek en woningcorporaties is geëscaleerd.

Onder het motto ‘als niet goedschiks dan maar kwaadschiks’ heeft de minister besloten 750 miljoen, verdeeld over tien jaar, uit de kassen van de corporaties over te hevelen naar de veertig stadswijken die zij tot ‘krachtwijken’ wil omvormen. De corporaties die daar opereren, mogen dit geld onder voorwaarden besteden. In totaal steekt de sector 2,5 miljard euro in de krachtwijken, het leeuwedeel komt van de corporaties die er woningen bezitten. De overige corporaties waren bereid om mee te betalen, maar onvoldoende en niet conform de afspraken die zij eerder met brancheorganisatie Aedes had gemaakt, oordeelt de minister.

Voor haar ingreep verkreeg Vogelaar gisteren steun in de Tweede Kamer. Ze heeft zich dus niet alleen een krachtig bestuurder getoond, maar zich ook voorzien van politieke rugdekking. Het staat nog te bezien of het echte doel, de verbetering van de wijken, hierdoor niet op grotere afstand is gezet. Aedes-voorzitter Van Leeuwen heeft, verbitterd, al op vertraging gezinspeeld. Zonder de corporaties gaat het niet.

In wezen is de positie van de woningcorporaties zelf in het geding. Medio jaren negentig zijn zij verzelfstandigd, nadat ze via subsidies en leningen altijd waren verstrengeld met het ministerie van Volkshuisvesting. Het was een verzelfstandiging met mate: de corporaties bleven wettelijk verplicht zonder winstoogmerk te opereren en hun kapitaal – verkregen via huren en verkoop van woningen – te besteden aan maatschappelijke doelen.

Gelet op deze doelstellingen is het voor het imago van de corporaties dus niet best dat ten minste 86 directeuren en bestuurders ook in 2006 met hun inkomen soms zeer ruim boven de ‘Balkenende-norm’ zaten, zoals afgelopen december bleek uit de jongste cijfers. Alsof ze geen ideële, maar gewone bedrijven zijn. Daarnaast zag de politiek met lede ogen gebeuren dat ze hun reserves onvoldoende herinvesteerden. Aan de indruk dat corporaties eigenlijk ook commerciële bedrijven zijn, werkte het kabinet vervolgens juist zelf mee door ze, met ingang van dit jaar, over ál hun activiteiten vennootschapsbelasting op te leggen. Volgens schattingen verschuift hiermee structureel 600 miljoen euro per jaar van volkshuisvesting naar de algemene middelen van het Rijk. Met haar nieuwe greep in de kas van de corporaties geeft Vogelaar het signaal dat de overheid als het erop aankomt over dat maatschappelijk kapitaal wenst te kunnen beschikken.

Zo blijken corporaties het ene moment geen baas in eigen bedrijf te zijn en op het andere moment fiscaal wel zo te worden behandeld. Het wordt tijd dat het kabinet corporaties en wellicht ook andere maatschappelijke ondernemingen uit deze hybridische positie losmaakt.